Zonien 1977-2011

Onze Tijdschriften:

images/zonien.jpg 167x240kelle_mini.jpg 257x200

Zoniën

In samenwerking met de Heemkundige Kring van Hoeilaart “Het Glazen Dorp” wordt het tijdschrift Zoniën per kwartaal uitgegeven. U kunt hieronder per nummer een korte inhoud bekijken, of een nummer zoeken via nevenstaande zoekrobot.

 

De Kelle

Eveneens per kwartaal wordt voor de leden van Overijse “De Kelle – Beiersblad” uitgegeven, met verenigingsnieuws en extra wetenswaardigheden. De naam “De Kelle” verwijst naar de bron die door de muur van het kasteel “Isque” (nu staatsschool) stroomt in de wijk “Leegheid”. De betekenis van Kelle is koud, koel.

 


THEMANUMMERS.

1977/1 : Stoomtram Groenendaal – Overijse.

1978/1 : HULDENBERGNUMMER.

1979/1 : 150 JAAR ZUSTERSSCHOOL.

1980/4 : STROPERSNUMMER.

1981/3 : RUUSBROECNUMMER.

1984/2 : TERLANENNUMMER.

1987/3 : EIZERNUMMER.

1988/S : KUNSTSCHILDERS TE HOEILAART ROND 1900.

1989/S : 125 JAAR SINT-JOOSTPAROCHIE TE MALEIZEN.

1991/3 : HONDERD JAAR LIBERALE ASSOCIATIE IN OVERIJSE.

1992 : Jubileumnummer 1977-1991

1996/3 : JEZUS – EIK: HET PRILLE BEGIN.

1997/4 : OMTRENT ALBERT CLABOTS.

1999/2 : DE SINT – CLEMENSKERK TE HOEILAART.

1999/3 : 20e EEUW: 2 x BEZETTING, 2 x BEVRIJDING, DAN 50 JAAR VREDE.

2000/2 : KEIZER – KARELNUMMER.

2000/4 : MAURITS DEROM.

2004/4 : Zusters Mechelen-Overijse.

2005/2 : Kareelovens te Hoeilaart.

Inventaris tijdschrift Zoniën vanaf de eerste jaargang in 1977:

JAARGANG I (1977), nr. 1

VANDE PUTTE Guy, ‘k Hoore tuitend HOORNEN en ZONIEN is nabij voor mij…, p. 1-3,

Het eerste editoriaal, waarin de stichter-voorzitter van de “Beierij
van IJse” en medestichter van Zoniën – via een
parafrase van Gezelle – de band legt met De Horen, het
tijdschrift van de Heemkundige Kring van Tervuren (als inspirerende
publikatiekracht) en de stoomtram doorheen de beide
Druivengemeenten-aan-de-zoom van-het-Zoniënbos, terwijl
hij het Hornejaar 1977 aankondigt.

VERSLUYS
Luc, Een nieuwe geboorte, p.
5-8.

De stichter-voorzitter van “Het Glazen Dorp” en medestichter
van Zoniën schetst bondig de geschiedenis en de
activiteiten van de Hoeilaartse Heemkring sinds 1963 en benadrukt de
binding met Overijse via IJse en ijzerenweg ,
terwijl hij dit eerste themanummer, volledig gewijd aan de
tram Groenendaal-Overijse, aankondigt.

BOCKSTAL
Stefaan, Hoe het groeide en
bloeide. Een evokatie van de tramlijn Groenendaal-Overijse van 1888
tot 1902,
p. 9-23. Beschrijving
van de toestand v��r de oprichting van de tramlijn, de moeilijkheden
rond de oprichting ervan, de uitbating, het reizigersverkeer, het
goederenverkeer.

REDACTIE,
Bibliografie stoomtram
Groenendaal-Overijse,
p. 24.

STROOBANTS Francis, Gesprek met
oudgediende van de tram, Modest Stouffs,
p. 25-26.

Modest Stouffs, meester-brigadier van de tramlijn Groenendaal-Overijse van
1920 tot 1955, haalt herinneringen op aan die periode.

DENAYER Raymond, Herinneringen uit
“verreden” tijden,
p. 30-34.

Een aantal anekdoten die de auteur met de tram heeft meegemaakt,worden
aangehaald. Hij lanceert ook een oproep om een aantal resten ervan
(b.v. de locomotief die zich te Schepdaal bevindt in het Trammuseum)
, terug naar Hoeilaart of Overijse te brengen.

REDACTIE,
De elektrieke tram, p. 36-37.

Tekst van het lied “De elektrieke tram” uit de revue “De
tijd vliegt snel, gebruik hem wel”, geschreven door Victor
GOOSSENS, opgevoerd in de winter van 1931-1932 door de Hoeilaartse
toneelkring “Jong maar moedig”.

HEMELEERS
Marcel, Wat ik allemaal heb horen
vertellen en persoon
lijk weet over de “tramstatie” van
Overijse, p. 38-40. Herinneringen aan
ROMANUS, stationschef in het Degin van de 20e eeuwen aan het
aanleggen van het tramstation aan de IJseboorden, tussen Begijnhof en
Watermolen.

BOCKSTAL
Stefaan, Het rollend materieel van de
tramlijn Groenen
daal-Overijse, p. 41-48.

Historiek
van de verschillende locomotieven, gebruikt voor de tramlijn
Groenendaal-Overijse + afbeeldingen + tabel met nummer, type, begin
en einde van de dienst van de verschillende locomotieven.

JAARGANG
I (1977), nr. 2

VERSLUYS
Luc, Editoriaal, p. 2-3.

Opzet
van de heembeoefening is voortaan zich niet meer blindstaren op de
geschiedenis van de druiventeelt onder glas, maar de vorming van het
Hoeilaartse “heem” op te sporen.

JANSSENS
Guy, Overijsese volkstypes. Een beruchte
Overijsese
brakkonier: schets van een stroperstype, p. 4-6.

Het
verhaal van de overgrootvader van de auteur Charles BELLICOURT
(1871-1947), beter bekend als “Charel van den trot”,
brakkonier “uit pure passie”, en o.m. van een tragisch
ongeluk tijdens Wereldoorlog I.

VANDE
PUTTE Guy, Boekbespreking. Landelijk
Tervuren, door
J.E. DAVIDTS, p. 7-14.

E.
DAVIDTS schetst in zijn werk het ontstaan en
de ontwikkeling van de talrijke pachthoven met hun goederen van (het
nog niet gefusioneerde) Tervuren (met het gehucht Moorsel) :
ontleding van
hun bezit + geschiedenis van de opeenvolgende eigenaars.Er
wordt eveneens een korte historiek gegeven van de voornaamste
woningen met hun specifieke naam. De recensent heeft vooral aandacht
voor veelvuldige hoofdzakelijk onomastische parallellismen met
Overijse.

VERSLUYS
Luc, Beroepen die verdwijnen. De Ratter
of “Boschratter”: een oude figuur uit het Hoeilaartse
volksleven,
p. 15-18.

Informatie
wordt gegeven over het beroep van “boschratter”. In de
vorige eeuw werd door sommige mensen hout gesprokkeld in het
Zoniënwoud om het nadien in Brussel te gaan verkopen.

G.v.d.P.
(VANDE PUTTE Guy),
Gelegenheidsvondst in het Kerkarchief van Overijse,
p. 18.

In
de rekeningen van de Heilige Geest van Overijse voor het jaar 1735 is
er sprake van de school van Hoeilaart.

NAGELS
Jean-Pau1, Hoeilaartse volkstypes . Was
Het een monster van wreedheid?,
p. 19-22.

Het
verhaal van Jean-Baptist, die zich als beenhouwer in Hoeilaart
vestigde rond het begin van de 19e eeuw en die zich aan talrijke
kleine misstappen bezondigde.

ERKENS
Michel, Een staaltje dorpspolitiek uit de
19e eeuw. Het einde van een “liberaal” pastoor: Emile
GOUFFAUX (1899) (1), p. 23-33.

Verslag
van de moeilijkheden tussen pastoor Emile GOUFFAUX
en het katholieke gemeentebestuur in verband met de kerk, de
begroting voor pastoor en onderpastoor, vooral tijdens de jaren
1898-1899 en de toekenning van de
wedden.

VANDE PUTTE Guy,
Aanlopertje tot het Hornejaar. Verantwoordingstekst voor de
historische postzegeluitgave n.a.v. het Hornejaar,
p.
34-36.

Beknopte
historiek van de erflanden en de heerlijkheden van IJssche
en Evere die in 1677 door Karel V tot prinsdom werden verheven onder
de naam van Horne.

DENAYER
Raymond, Onze bijdrage tot het
Rubensjaar. Van Rubens
over Woverius naar Justus Lipsius en diens
geboortehuis, p. 39-47.

Poging van de auteur
om aan de hand van verschillende bronnen het eigenlijke geboortehuis
van Justus Lipsius op te sporen.

JAARGANG I
(1977), nr. 3

VANDE
PUTTE Guy, Editoriaal, p.
102-104.

Waarom
een Hornejaar te Overijse, zo stelt de auteur, die een parallellisme
maakt met het Rubensjaar.

ERKENS
Michel, Uit onze middeleeuwse geschiedenis. Pogingen om het
kasteel van de kasteleinen van Brussel te situeren (1),
p.
106-114.

Onderzoek
naar de plaats waar “huis en hof” van de heerlijkheid
Hoeilaart stond, in het bezit van de kasteleinen van Brussel. De
auteur geeft de stand van het onderzoek en poogt aan de hand van
een 19e-eeuws document een eerste mogelijke loka1isering van het
kasteel te geven: Marce1 Félicéstraat – Gemeenteplein.

MUYLDEI1>1ANS
Jean-Pau1, In het kader van drie eeuwen Prinsdom Overijse. Drie
eeuwen muziek te Overijse,
p. 115-127.

De
geschiedenis van de Overijsese zangverenigingen n.a.v. 10 jaar
Sint-Ceci1iaviering, evenals van de orgels van de Sint-Martinuskerk te
Overijse.

DEPRE
Jozef, le Beierij-excursie op
26 juni 1977. 50 beiers op speurtocht naar geschiedenisbronnen in het
Hornejaar 1977,
p. 128-129.

Verslag
van de reis die 50 leden van de “Beierij van IJse” naar het
Westduitse stadje Anholt ondernamen, waar de Fürst von SalmSalm
het Salmarchief beheert en zodoende heel wat Overijses
Kasteelarchief, afkomstig van de Prinsen van Salm-Kyrburg, als
erfgenamen van de Hornes.

JANSSENS
Guy, Over stroperstaal, p. 130-132.

Enige
toelichting over de stroperstaal van Hoeilaart en Overijse,
samengesteld op basis van het plaatselijk dialect en weliswaar n.a.v.
het verschijnen van zijn boek over Jagerstaal ‘S Gravenhage-Antwerpen, 1977).

DENAYER
Raymond, Hornegeschal
allerlei. En laat de vrijheidsklokken maar luiden…,
p. 133-136.

Korte
historiek van het geslacht van Horne, prinsen van Overijse.
Verwijzing naar Jaarboek III van de Beierij van IJse voor verdere
informatie.

VERSLUYS
Luc, Oorsprong van de befaamde
“Côte à l’os” te Hoeilaart,
p. 137 -14 1 .

In
de 19e en begin 20e eeuw telde Hoeilaart een groot aantal
beenhouwers die naar Brussel hun waren gingen verkopen. Later kwamen
de kopers zelf naar Hoeilaart.

VANDE
PUTTE Guy, N.a.v. de
Hornefeesten op 25 september a.s. Verbroedering tussen de Beierij van
IJse en de Heemkundige Studiekring voor Boxtel en omgeving, p.
142-144.

Verslag
van een bezoek aan het Nederlandse Boxtel, waar de Hornes baronnen
waren gedurende drie generaties. Tevens enige uitleg over de banden
met Hoogstraten (voormalig Sa1mgraafschap).

REDACTIE,
Laatste bericht. Koninklijke belangstelling voor 300 jaar
Prinsdom te Overijse,
p. 144.

Melding
dat de heer VANDEWOUDE, archivaris van het Paleis, en de heer
LIEBAERS, groothofmaarschalk en gewezen directeur van de Koninklijke
Bibliotheek, zullen aanwezig zijn op de academische zitting van 24
september a.s.

JAARGANG
I (1977), nr. 4

VERSLUYS
Luc, Editoriaal. Groenendaal als vrijetijdsbesteding ten tijde van
Alexandre Dubois,
p. 146-149.

Beknopte
biografie van A1exandre DUBOlS, directeur-generaal van Waters en
Bossen, overleden in 1908.

DANHIEUX
Marie-Pau1e, N.a.v. de
opening van de Hornegrafkelder.

Het
ontstaan van kerkhoven, p. 150-156.

Poging
tot het geven van een antwoord op de volgende vragen: – Hoe zijn de
kerkhoven rond de kerk ontstaan?


Waarom vindt men opvallend veel bronnen of “heilige” bomen bij
bedevaartsoorden?

+
lijst van de grafstenen rond en in de Sint-Martinuskerk van
Overijse, die nog overgebleven zijn (najaar 1977).

ERKENS
Michel, Uit onze middeleeuwse geschiedenis. Pogingen om het
kasteel van de kasteleinen van Brussel te situeren: middeleeuwse
documenten (2e deel),
p.
157-175.

Aan
de hand van middeleeuwse documenten komt men tot de volgende
conclusies:


Het kasteel van de kasteleinen van Brussel bevond zich achter

de
huidige kerk naar de Marce1 Félicéstraat toe.


De hertogen van Brabant lieten op hun goed de eerste kerk van Hoeilaart
bouwen.

VANDE PUTTE Guy, Terugblik
op de Hornefeesten. Toespraak van Beierijvoorzitter Guy VANDE PUTTE
op de akademische Hornezitting ten gemeentehuize van Overijse op 24
september 1977, p. 176
184.
Met de daarbij behorende illustraties op p. 167 en 170.

Schets
van het opzet van het Hornejaarboek: een nieuwsgierige maar tevens
zeer kritische blik, geworpen in het verleden, een peiling naar een
geschiedenis die tot nog toe in de IJsegemeente onvoldoende gekend is
+ een overzicht van de activiteiten van de Hornefeesten.

NAGELS
Jean-Pau1, Hoeilaartse volkstypes. Was het een monster van
wreedheid? (vervolg),
p.
185-189.

Nog
enkele feiten worden vermeld uit de beruchte levensloop van
Jean-Baptist en van zijn spitsbroeder Gabriël tijdens de
eerste helft van de 19e eeuw.

VANDE
PUTTE Guy, Er zijn Hornes en
Horens,
p. 190-192.

N.a.v.
het Sint-Hubertusjaar wordt een
overzicht gegeven van de Sint-Hubertusviering te Tervuren en wordt
melding gemaakt van de aandacht die
Tervuren heeft geschonken aan de Hornefeesten.

JAARGANG
11 (1978), nr.
1 HULDENBERGNUMMER

VANDE
PUTTE Guy, Editoriaal. Welkom
Huldenberg en deelgemeenten,

Beknopt
overzicht van het ontstaan en de activiteiten van “De Beierij
van IJse” en van de samenwerking met Hoeilaart. Voorstelling van
de belangrijkste Huldenbergse auteurs die voortaan hun medewerking
aan Zoniën zullen verlenen.

DENAYER Raymond, Gebeier
tussen Overijse en Huldenberg of de klokken van Horneville,
p.
7-12.

De
bewogen geschiedenis van vijf Overijsese klokkengeneraties (le
generatie gesmolten door kerkbrand in 1488 of 1489; 5e generatie
ingewijd in 1953). Een aantal notabelen uit Huldenberg
werden aangezocht om in 1812 peter of meter van
deze voorlaatste generatie
klokken te worden.

ERKENS
Michel en STROOBANTS Francis,
Hoeilaart-Overijse-Huldenberg op de Ferrariskaart, p.
13-17.

Korte
historiek van de Ferrariskaart, voor onze regio reeds opgetekend rond
1770. Enkele boeiende details over de dorpen uit
de Druivenstreek, die af te leiden zijn uit een kritische
studie van deze kaart.

RENTMEESTERS
Jules, Terug naar het land van
Huldenberg,
p. 1922.

Enkele
notities omtrent de Huldenbergkern van de familie RENTMEESTERS,
die de auteur op het spoor kwam na een onderzoek van de
talrijke oorspronkelijke documenten over Huldenberg en deelgemeenten,
bewaard op het Algemeen Rijksarchief (A.R.)
te Brussel.

VANHOREN
Jozef, Hoe Huldenberg aan een
gemeenteplein kwam, p.
23-29.

Aan
de hand van een aantal documenten,
wordt een beeld geschetst van de “Plaetse ofte merkt”,
thans gemeenteplein, bekomen op

29
september 1681 door ruiling van goederen. Hierdoor bekwam Huldenberg
een geschikte plaats tot het oprichten van een schietboom of wip voor
de schuttersgilde. Beschrijving van het uitzicht van het plein tot
rond 1787.

– 10

VANHOREN
Jozef, De Doelhof van de
Huldenbergse schuttersgilde,

p.
30-32.

De
ruilingsakte van 1681 en de kaart van C. EVERAERT
(1756) toont ons
dat de Doelhof gelegen was langs de straat van Huldenberg naar Namen.
nu Elzasstraat, voorbij de rechteroever van de IJse in de
Mottenbeemd. Men schoot op de doelen in de richting van Loonbeek.

MARTENS Erik, Het
“dispuet der twee pachthoven”, tussen Huldenberg en
Loonbeek,
p. 33-40.

Relaas
van het dispuut tussen twee pachthoven, Hof ten Berghe en Hof
Spitsberg , gelegen tussen Huldenberg en Loonbeek aan de weg, nu
geheten Spitsberg, in de 17e en 18e eeuw. De aanleiding tot deze
twist was een belastingskwestie. De oorzaken zijn echter moeilijk te
achterhalen.

VERSLUYS
Luc, Hoeilaart of “het onverwoestbare dorp”, p.
4147.

Enkele
belangrijke gegevens over de geschiedenis van Hoeilaart uit de 15e,
16e en 17e eeuw: inlichtingen omtrent demografie, stabiliteit van
geslachten, namen, wijken, gehuchten.

JAARGANG
11 (1978), nr. 2

VERSLUYS
Luc, Editoriaal. Een derde lustrum gevierd, p. 50-53. De
voorzitter van de Heemkundige en Toeristische Kring “Het Glazen
Dorp” V.V.V. schetst het doel, de activiteiten en de plannen van
deze vereniging n.a.v. de viering van het 3e lustrum.

DENAYER Raymond,
Soldaat van Oranje, p. 54-59.

Verhaal
van een soldaat in dienst van het leger van Willem III, de latere
koning van Engeland, die in Maleizen verzeild geraakt in november
1672. Deze man nam deel aan een ruiterexpeditie met het doel
Charleroi, de Franse operatiebasis van waaruit de Noordelijke
Nederlanden werden aangevallen, af te snijden.

VANDE
PUTTE Guy, De Schaveien, typische
plaatsnamen van bij ons,
p. 60-66.

Etymologische verklaring van het woord met beschrijving van de
vier gekende schaveien in Overijse. Het artikel behandelt verder het
ontstaan en de functie van de holle wegen.

REDACTIE
en DE SMET A., De
Ferrariskaart van de Oostenrijkse Nederlanden (1771-1778),
p.
67-73.

Verslag,
door de redactie opgesteld, van de heemkundige avond die op 14 april
door de Beierij werd ingericht te Huldenberg, waarop ve schillende voordrachten werden gegeven o.a. door de heer A.
DE SMET, ereconservator van de Koninklijke Bibliotheek te
Brussel, over het ontstaan van de Ferrariskaart in het algemeen en
van de Neerijsemap in het bijzonder. Beknopte bibliografie.

MARTENS
Erik, Sint-Agatha-Rode leent
bij de Zusters Annunciaten,
p. 74-77.

In
januari 1749 verkeert Sint-Agatha-Rode in moeilijkheden vanwege de
oorlogsbelastingen (n.a.v. de Oostenrijkse Successieoorlog hadden de
Fransen van 1745 tot 1748 de Zuidelijke Nederlanden veroverd
en bezet). Op verzoek van drie schepenen van Rode sluit de gemeente
een lening af met de Zusters Annunciaten van Leuven, die zich vanaf
1877 te Huldenberg (Keyhof) zouden komen vestigen.

VANHOREN Jozef, Het
Gemeenteplein te Huldenberg,
p. 78-87.

Analyse
van een deelstuk uit de kaart van het gemeenteplein van Huldenberg,
getekend door Jan-Baptist MANS (°Huldenberg
1753+Overijse
1810). De aandacht wordt getrokken op de rechtspleging, de schandpaal
op het plein en de enige verplichte overgang met paard en kar over de
IJsebrug.

ERKENS
Michel, De mogelijke
bescherming van twee oude huizen aan het Dumbergplein,
p.
88-94.

Oproep
tot het beschermen van een woning aan het Dumbergplein ,
interessant uit architectonisch standpunt, met een bewogen
sociale geschiedenis; waardevolle vertegenwoordiger van gewone
landwoningen uit de 18e en 19e eeuw. Historiek van deze woning.

NAGELS
Jean-Paul, Jan-Baptist
Lauwers. Onze loteling,
p. 9596.

Verslag
van de viering die volgde op de uitloting van J.B. Lauwers in 1898
voor de legerdienst. De heer Lauwers zou’ in 1978 100 jaar worden.

JAARGANG II
(1978), nr. 3

VANDE PUTTE
Guy, Editoriaal, p. 98-100.

De
voorzitter van “De Beierij van IJse” kondigt het
verschijnen van een aantal publikaties aan over de geschiedenis van
het IJse- en Laneland. Tevens vestigt hij de aandacht op de historische
tentoonstelling “WATERMAAL TUSSEN BOSVOORDE EN OUDERGEM”,
waarin ook enkele aspecten van de geschiedenis van Hoeilaart en
Overijse worden belicht.

VANHOREN
Jozef, Een bruine pater te Overijse, p. 101-107.

Analyse
van 2 notarisakten van 1707, opgemaakt voor HENDRICK VANDEN BROECK,
een Overijsenaar die kapucijn wilde worden. Testament met alle
afstand van tijdelijke goederen en in geval van overlijden gingen
zijn bezittingen naar zijn erfgenamen. Het getuigschrift
geeft aan de voorwaarden in ’t begin van de 18e
eeuw tot opneming in de kloosterorde.

MARTENS
Erik, Het klooster van Sint-Geertrui en de tienden te Ottenburg,
p. 108-116.

Historiek
van het begevingsrecht van de kerk van Ottenburg met de tienden en
andere kerkelijke inkomsten die in 1208 door de Brabantse hertog
Hendrik I aan de proostdij van Sint-Geertrui te Leuven werden
geschonken, als een middel om de invloed van de Luikse prinsbisschop
in het hertogdom Brabant te beknotten.

REDACTIE, Watermaal tussen
Bosvoorde en Oudergem,
p. 117-119. Aankondiging van de
historische tentoonstelling “Watermaal tussen Bosvoorde en
Oudergem”, n.a.v. het 25-jarig bestaan van het Collège
Saint-Hubert. Bespreking van enkele tentoongestelde voorwerpen, nl.
afkomstig uit Huldenberg en Tervuren.

STROOBANTS Francis, Oude
persknipsels : Het Bericht, De Gazet van Overyssche en zijne
omliggende gemeenten, Annoncenblad van

OverysSche, p. 120-124.

Enkele
nummers van de voornoemde streekkranten worden doorgenomen. Hierbij
toont de auteur aan dat geschreven pers en dus ook streekkranten een
grote bijdrage leveren tot het schrijven van recente
streekgeschiedenis.

DEWILDER
L., 100 jaar tafeldruif te Overijse, p. 125-126.

Geschiedenis
van de druiventeelt in Overijse, vanaf het ontstaan in 1878
(gebroeders DANHIEUX) tot heden, n.a.v. het werk 5 000 jaar
druif-l00 jaar tafeldruif in Overijse
door Albert MICHIELS.

VANDE PUTTE Guy,
Gelegenheidsvondst . Edward van Billoen was niet
republikeinsgezind,
p. 127-128.

Edward
van Billoen, brouwer-landbouwer, werd in 1799 tot 3 dagen dwangarbeid
veroordeeld door de Franse bezetter omdat hij de opgelegde rustdag
niet eerbiedigde op de stichtingsdatum van de republiek.

REDACTIE,
Over Yssche verleden Overijse heden, p. 128.

Aankondiging
van het verschijnen van het prentenboek Over Ysscheverleden
Overijse heden, samengesteld door Henri VANDENBOSCH.

DENAYER Raymond, De cholera
van 1866 te Hoeilaart,
p. 129-133. Tijdens de choleraepidemie van
22 augustus tot 23 oktober 1866, vonden 128 Hoeilanders de dood.
Vermelding van de gezinnen die het zwaarst werden getroffen +
afdruk van een oud recept.

ERKENS
Michel, Volksgebruiken. Meiboomplanting anno 1880, p. 134-136.

Verhaal
van een bewogen meiboomplanting in 1880: een boom werd in de straat
voor het huis van de onderpastoor gezet.

JAARGANG
11 (1978), nr. 4

VANDE
PUTTE Guy, Editoriaa1, p. 138-140.

De
uittredende Beierij-voorzitter Guy VANDE PUTTE, die opgevolgd wordt
door Dr. R. DENAYER, schetst in het kort de activiteiten tijdens het
jaar 1978 van de beide heemkundige kringen en doet een oproep tot het
werven van nieuwe leden.

RAUSSENS
Paul, Oude maten, gewicht en munten, p. 141-145.
Overzicht van de gebruikte lengte- en inhoudsmaten en munten
in Overijse. In vroegere jaren
( voor het nu alom gebruikte metriek stelsel
had immers elke streek zijn eigen maten en gewichten; ze verschilden van stad tot stad en de aanwezigheid van

een
openbare markt
was vaak bepalend voor
plaatselijke maten en
gewichten.

VANHOREN
Jozef, Grensgeschillen, p.
146-150.

In
de 14e eeuw bestond er geen duidelijke grenslijn tussen Overijse
en Huldenberg met als gevolg menig geval van betwisting over beemden,
weiden en velden. Rond 1681 werd een minnelijke schikking tussen de
regeerders van de vrijheid van Overijse en de heerlijkheid van
Huldenberg getroffen. In 1811 legde de Franse republiek de grenzen
vast.

REDACTIE, Uit het
verleden van de gemeente Huldenberg,
p. 150. Aankondiging van het
verschijnen van het werk Uit het verledenvan
de gemeente Huldenberg, geschreven door Erik MARTENS. als Bijdrage IV
tot de Geschiedenis van IJse-, Lane- en Dijleland.

ERKENS
Michel, Hoe de overblijfselen van de Haras te Groenendaal ontdekt
werden,
p. 151-157.

Verslag
van het begin van de opgravingen naar de haras (paardenfokkerij) van
Groenendaal. Dit gebouw werd meer dan 250 jaar geleden afgebroken of
vernield. Deze opgravingen worden uitgevoerd door de Heemkundige
Kring van Hoeilaart.

VANDE
PUTTE Guy, Wie was beier Arnold van IJse?, p. 158.

Enkele
biografische gegevens over ARNOLD VAN IJSE, die in 1284 door Jan I de
wacht van Aken werd toevertrouwd en later amman van Brussel werd.

DENAYER
Raymond, De conscriptie te Overijse, p. 159-165.

Op
3 september 1796 werden in Overijse de doopregisters opgeëist
door het Frans bestuur onder verantwoordelijkheid van notaris
CRABEELS, voorzitter van de kantonraad van Overijse, met het inzicht
troepen te kunnen lichten.

VERSLUYS
Luc, Grote trekken van
Hoeilaarts ambachtelijk verleden in liedjesvorm,
p. 166-169.

4
liederen uit “De Tijd vliegt
snel, gebruik hem wel”, geschreven door Victor GOOSSENS in 1931.
Deze liederen hebben betrekking op beroepen die in een bepaalde
periode door Hoeilanders werden uitgeoefend: tot 1812 ijzersteenschazers, kolenbranders; 18e eeuw marktvrouwen (boter en
eieren); 19e eeuw beenhouwers.

VANDE
PUTTE Guy, Gelegenheidsvondst.
Een Overijsese onderpastoor
uit
Bosvoorde afkomstig, p. 170.

Oproep
tot het verstrekken van nadere gegevens over onderpastoor VAN
RILLAERT, afkomstig uit Bosvoorde, in de 18e eeuw onderpastoor te
Overijse.

REDACTIE,
Watermael entre Boisfort et Auderghem, p. 171.

Voorstelling van dit werk, samengesteld door het Beierij -team Guy VANDE PUTTE
en André VANDERBORGHT, dat belangrijke gegevens bevat over de
geschiedenis van het Zoniënwoud.

RENTMEESTERS
Jules, Grasduinen in de oude parochieregisters van Ottenburg, p.
172-175.

Enkele
uittreksels uit de oude parochieregisters van Ottenburg, waarin de
pastoor een zeer nauwkeurig overzicht geeft van de gebeurtenissen in
Ottenburg, in tegenstelling met vele andere parochieregisters, waarin
men zeer beknopt was.

Vragenbus,
p. 176.

V1.F.
VAN DOORNICK vraagt
bijzonderheden over de familie MIN(NE)
V2.E. MARTENS
vraagt naar de betekenis van woorden in een recept anno
ca 1800.

MARTENS
Erik, Neerijse leeft, p. 177-183.

Verslag
van het heemkundig weekeinde te Neerijse (28-29 oktober 1978>,
n.a.v. het Jaar van het Dorp. Beschrijving van een aantal gebouwen,
die belangrijk zijn voor de plaatselijke geschiedenis: kasteel, kerk,
pastorie, kapellen, hofsteden, brouwerijen, scholen enz.. .

JAARGANG III (1979), nr.1 JUBILEUMNUMMER

ZUSTERSCHOOL

VERSLUYS
Luc, Een kwestie van eenvoud, p.2-11

 

De
voorzitter van “Het Glazen Dorp” schetst het belang van de
uitgave van een speciaal nummer, gewijd aan de Zusterschool te
Hoeilaart en geeft een korte historiek van het ontstaan en
de groei van de congregatie van de Zusters van Liefde van
St-Vincentius a Paulo en de stichting van de school te Hoeilaart door
deze congregatie.

ERKENS
Michel, 150
jaar Zusterschool.
Historische draaglijn,
p.
12.

De
auteur geeft een overzicht van de archieven die hij gebruikte voor
het schrijven van de geschiedenis van de Zusterschool.

ERKENS
Michel, Hoofdstuk I: Het
prille begin,
p. 13-18. Geschiedenis van de stichting van de
congregatie van Sint-Vincentius a Paulo, Dienstmaagden der Armen, in
België. Enkele zusters van deze congregatie richten een school
op te Hoeilaart in 1829, die van in het begin vele leerlingen
aantrekt.

ERKENS
Michel, Hoofdstuk II: De
verhouding tussen school en gemeente
~, p. 19-27.

Zoals
in het parlement een hevige schoolstrijd wordt gestreden in de loop
van de 19e eeuw, zo zijn er ook op gemeentelijk vlak regelmatig
spanningen binnen het bestuur i.v.m. het subsidiëren van het
onderwijs in de gemeente.

ERKENS
Michel, Hoofdstuk III: Tussen
geest en materie,
p. 2845.

Historiek
van de gebouwen; evolutie van het aantal leerlingen in het lager
onderwijs en de zondagsschool; een overzicht van het tewerkgesteld
personeel.

ERKENS
Michel, Hoofdstuk IV: Van de
dingen die nimmer voorbijgaan,
p. 46-52.

Enkele
markante details uit het leven van de zusters tijdens een aantal voor
Hoeilaart zeer moeilijke jaren en uit het schoolleven vroeger: de
vakanties, de schooluitstappen, examens en prijsuitdeling.

JAARGANG
111
(1979), nr. 2

DENAYER
Raymond, Editoriaal, p. 58-61.

 

De
voorzitter a.i. van “De Beierij van IJse” geeft een
overzicht van de geplande activiteiten van de heemkundige kringen van
Hoeilaart, Overijse en Huldenberg.

VANHOREN
Jozef, De Billoensweide of Van
Billoen te Sint-AgathaRode,
p. 62-66.

Beschrijving
van het wapen of familieteken van de Leuvense tak van de professoren-
en patriciërsfamilie Van Billoen, namelijk het geslacht van
Philip Van Billoen, bezitter van het spleet leen , de hoeve van
Klabbeek met goederen te Sint-Agatha-Rode.

ERKENS
Michel,
Onze jarige Zusterschool, p. 67-68.

Verslag
van de feestelijkheden ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van
de Zusterschool te Hoeilaart. De auteur vernam nog een aantal
interessante details i.v.m. de geschiedenis van de Zusterschool die
een aanvulling vormen op het Jubileumnummer Zusterschool (zie Zoniën,
jg. 111 (1979), nr. 1)

DEKOCK
A. (Zuster
Firmine), Herinnering aan mijn schoolleven, p.
69-74.

Herinneringen
van een oud-leerlinge van de Sint-Clemensschool aan haar schooltijd
aldaar, in het bijzonder aan de twee leerkrachten Zuster Regis en
Zuster Majella.

VANDE
PUTTE
Guy, Klim in je stamboom op te Overijse, p.
75-83. Verslag
van een genealogische avond, door de Beierij georganiseerd op 20
februari 1979, met voordrachten over het wat en het waarom van de
familiegeschiedenis, over de soorten bronnen die dienen aangeboord
bij het opzoeken van een stamboom. Enkele nuttige gegevens en
adressen van personen die zich bezig houden met genealogie. Summiere
toelichting bij de kwartierstaat van de auteur, Guy VANDE
PUTTE.

HEMELEERS
Marcel, Overijse na de
meidagen 1940,
p. 84-86. Herinneringen
van de auteur aan de gebeurtenissen in Overijse, die volgden op de
inval van het Duitse leger in mei 1940.

REDACTIE,
Brieven van Justus
Lipsius,
p.
86.

Aankondiging
van de uitgave van de Iusti Lipsi Epistolae door de
professoren A. GERLO
(V.U.B.), M.A. NAUWELAERTS (K.U.L.) en H.O.
VERVLIET (U.I.A.)

MARTENS
Erik, Sint-Agatha-Rode.
Rooise pastoralia uit de 18e eeuw.
“Wie het altaar dient, leeft
ervan”,
p. 87-94.

Relaas
van de financiële moeilijkheden van Dominicus VRINDTS,
pastoor van Sint-Agatha-Rode op het einde van de 17e en het
begin van de 18e eeuw, gebaseerd op stukken uit het parochiearchief,
door pastoor DE
PROFT gevonden op het
einde van de zeventiger jaren.

Vragenbus,
Antwoorden, p. 95; Vragen, p. 96.

Al.
R. DENAYER
over de familie MIN(NE)

A2.
R. DENAYER over
woordtoelichtingen bij een recept ca.
1800

V3.
R. DENAYER over
het Hornewapenschild en de TV-bewerking van

“Maria
Spermalie” .

STROOBANTS
Francis, Reklame in het “Het
Zoniënblad”. Persknipsels (vervolg),
p. 97-104.

Korte
historiek van drie tijdschriften die rond de eeuwwisseling verschenen
onder de naam Het Zoniënblad. Analyse van de publiciteit
in Het Zoniënblad. Wekelijksche Gazet van het kanton Elsene.

JAARGANG
III
(1979), nr. 3

VERSLUYS
Luc,
Editoriaal. Een stille wenk… maar een vurige oproep!,
p. 106-108.

Aankondiging
door de voorzitter van “Het Glazen Dorp” dat in 1981,
ter gelegenheid van het feit dat JAN
VAN RUUSBROEC 600 jaar
geleden overleed, een tentoonstelling zal worden gehouden, gewijd aan
deze beroemde Vlaamse mysticus. Oproep aan allen die op een of andere
wijze willen meehelpen aan de totstandkoming hiervan.

MARTENS
Erik,
Sint-Agatha-Rode. Rooise pastoralia uit de 18e eeuw
(vervolg),
p.
109-113.

Verslag
van de materiële moeilijkheden van Petrus LOOTS, pastoor van
Sint-Agatha-Rode in het begin van de 18e eeuw. Korte historiek van
het leven van pastoor Henricus VAN
BAELEN, die in de dertiger
jaren van de 18e eeuw in Sint-Agatha-Rode werd benoemd. De
auteur maakt gebruik van stukken uit het parochiearchief, door
pastoor DE
PROFT gevonden
op het einde van de zeventiger jaren.

DENAYER
Raymond, Peeter Deveen, Overijsese
loteling onder Napoleon,
en
voorouder van staatssecretaris Lydia DEPAUW-DEVEEN,
p. 114-118.

Afdruk
van een brief, geschreven door Peeter DEVEEN, die in 1813 aan een
veldtocht deelnam, als loteling van Napoleon. Enkele biografische
gegevens van deze Deveen en van enkelen van zijn nakome
li ngen.

ERKENS
Michel, Familie Vanderperren.
Genealogische schets,
p.
119-128.

Een
deel van
de stamboom van de familie VANDERPERREN,
te beginnen bij
Martinus VAN DER
PERRE (begin 18e eeuw),
afkomstig uit Zaventem en
ingeweken te Huldenberg. Een
weliswaar nog onafgewerkt stramien
dat verder moet uitgewerkt worden.

VAN
AKEN Jozef,
Een wassen kelk en een spookverhaal,
p. 129-132.

Het
verhaal van een wassen kelk die in juli 1941
uit een witstenen graf, rechts naast het altaar in de Overijsese Begijnhofkapel, opgegraven werd.

STROOBANTS
Francis, Een Hoeilaarts-Overijsese
duiventandem,
p.
134-136.

Analyse
van enkele nummers van Een weekblad voor duivenliefhebbers van
Vlaamsch-Brabant,
waarvan het eerste nummer verscheen in april
l892 en dat uitgegeven werd door
Jozef VANDER PERREN uit Overij
se.

RENTMEESTERS
Jules,
Grasduinen in de oude dorpsarchieven van Ottenburg,
p. 137-140.

Enkele
interessante gegevens over de geschiedenis van Ottenburg, geput uit
een onderzoek van de oude dorpsarchieven, bewaard in het A. R. te
Brussel. in de verzameling Archieven van de Heerlijkheden, Dorpen
en Schepenbanken van de
kantons Leuven,
bundels
nr. 1265 tot en met 1348 –
periode 17e en 18e
eeuw.

VANHOREN
Jozef,
Benoeming van een nieuwe meier en drossaard
te Loonbeek.
p. 141-147.

Een
overzicht van
de wijze van aanstelling en van de bevoegdheden van meier
en drossard. Situatie
in Loonbeek op het einde van de 18e eeuw.

REDACTIE,
Groots
Brabants Volksfeest “De Zevenster”,
p.
148.

Aankondiging
van de feestviering ter gelegenheid van het jubileum van 7
Overijsese verenigingen. Feestprogramma.

JAARGANG
III (1979), nr. 4

DENAYER
Raymond, Editoriaal, p. 150-152.

Verslag
van “De Zevenster” van 30 september 1979, het feest van 7
jubilerende Overijsese verenigingen. Overzicht van de veranderingen
bij de Beierij van IJse voor het komende jaar.

VAN
AKEN Jozef, Rechtzetting, p.
152.

Rechtzetting
van een naamverwisseling (kunstsmeden Jules DANHIEUX / Frans STOUFFS),
in het artikel Een wassen kelk en een spookverhaal op p. 131
van Zoniën, jg. 111 (1979), nr. 3.

MARTENS
Erik, Sint-Agatha-Rode. Rooise pastoralia uit de 18e eeuw
(vervolg),
p. 153-160.

Enkele
aspecten uit het beleid van pastoor Joannes-Nicolaas MERTENS, pastoor
van Sint-Agatha-Rode tijdens de 2e helft van de 18e eeuw, een man
met doorzicht en ondernemingsgeest, die bovendien begrip had voor de
geest van zijn tijd.

VANDE
PUTTE Guy, Het hotel van Salm te
Parijs. Portret van laatste prins van Overijse ontdekt,
p.
161-166.

Geschiedenis
van het PALAIS DE SALM, thans Musée
de la Légion d’Honneur in de Rue de Bellechasse te Parijs,
opgetrokken door Frederik III-Jan-Otto-Frans van Salm-Kyrburg
(1745-1794), de laatste prins van Overijse.

Vragenbus,
p. 166.

V4.
E. MARTENS over “Ste eewauts
in alsaten”.

VANHOREN
Jozef, De eed van de dienaar
te Loonbeek,
p. 167-171. Beschrijving van de taken, de
verplichtingen en de eed van de “dienaar” in 1748 te
Loonbeek.

VANDE
PUTTE Guy, Onze bijdrage tot
het jaar van het kind. Devotieve kinderportretten in de kerk van
Jezus-Eik, p. 172-176.

Beknopte
studie van de 13 devotieve kinderportretten die zijn opgehangen
in de kerk van O.-L.-Vrouw-in-de-Jezus-Eik en die door de ouders of
naaste familieleden werden geofferd van bij het begin van de
Mariacultus ter plaatse.

NIJSTHOVEN
Maria (Zuster Marie-Jean-l’ Evangéliste), Kroning van het wonderbaar Mariabeeld van
Jezus-Eik,
p. 177-180.

Verslag
van de kroning van het wonderbaarlijk Mariabeeld van Jezus-Eik op
Hemelvaartdag 1924 in het park van het kasteel van Graaf de Meeüs.

ERKENS
Michel, De
Afbraak van het Hoeilaartse schepenhuis, p. 181-184.

Beschrijving
van het Hoeilaartse schepenhuis dat zich op het huidige
Gemeenteplein bevond en tot het voormalig kasteel van Hoeilaart moet
behoord hebben. Dit gebouw werd in het begin van de 20e eeuw
afgebroken.

HEMELEERS
Marcel, Een dorpsfiguur van
vroeger: Jom Guit,
p. 185188.

Enkele
anekdoten uit het leven van Jom Guit (Guillaume SCHUYKENS,
1876-1953), een zonderling figuur uit Overijse, die al
bedelend door het leven kwam.

JAARGANG
IV (1980), nr. 1

VERSLUYS
Luc, Editoriaal, p. 2-8.

Aankondiging
van een tentoonstelling, opgebouwd met postkaarten, die tijdens het
Druiven- en Wijnfestival zal plaatsvinden en die als doel zal hebben
de betekenis van al wat er in en rond het Zoniënwoud geschiedde
op het einde van de vorige eeuwen in het begin van deze eeuw tot
rond de jaren 1920, in het daglicht te stellen. Korte historiek van
de communistische commune van Stokkel, in het begin van de 20e eeuw.

DENAYER
Raymond, Een minder gekend
aspect van Justus Lipsius: zijn achting en liefde voor zijn
moedertaal.
p. 9-11.

In 1599 verscheen het
Etymologicum Teutonicae Linguae, geschreven door Cornelius
KILIAAN, met een voorwoord van de hand van JUSTUS LIPSIUS, waaruit
duidelijk de liefde voor zijn moedertaal, het Nederlands, blijkt.

MARTENS
Erik, Sint-Agatha-Rode. Rooise pastoralia uit de 18e eeuw
(vervolg), p. 12-16.

Een
overzicht van de bestaansmiddelen van Arnoldus-Hyacintus STEEMANS,
pastoor van Sint-Agatha-Rode op het einde van de 18e eeuw.

VANDE
PUTTE Guy, Overijse in 1830. Een staaltje van indrukwekkend-probate
dorpskernhernieuwing,
p. 17-26.

Een
overzicht van de geslaagde campagne van dorpskernhernieuwing (het
aanleggen van de S-bocht), die doorgevoerd werd te Overijse in de
jaren 1829-1830. Overijse stapte dus het Belgisch tijdvak resoluut
binnen met een stedebouwkundig nieuw kleedje aan.

ERKENS
Michel, Een devotieprentje van de
Heilige Joanna,
p. 2729.

Bespreking
van een devotieprentje van de Heilige Joanna, door een inwoonster van
Hoeilaart aan het gemeentelijk archief geschonken. Het was een
beloningsprentje voor een kind dat regelmatig de lessen bijgewoond
had.

STROOBANTS
Francis, Prentkaarten spreken over
druiven,
p. 2930.

Weergave
van een tekst op een prentkaart die in 1899 door een zekere Kate uit
Sint-Petersburg (Rusland) naar mevrouw Stevens uit Brugge werd
verstuurd en waarin wordt geklaagd over de erbarmelijke toestand
waarin de druiven in Rusland aankomen.

VANNOPPEN
Henri, Jean De Man d’Attenrode, een
betwiste Hoeilaartse
burgemeester, p. 31-38.

Na
een korte schets van de familie, de welstand en het beroepsleven van
Jean De Man d’Attenrode, worden de oorzaken aangehaald van zijn
succes in de politiek. Er wordt eveneens een overzicht gegeven van
zijn bedrijvigheid als politicus.

STROOBANTS
Francis, Willem-Jozef Van der Perren. Korte
schets
van
zijn leven en werk, p. 39-41.

Beknopte
biografie van Willem-Jozef Van der Perren (Neerijse, 25 augustus 1856
– Leuven, 28 november 1931), waarbij vooral aandacht wordt geschonken
aan zijn verdiensten als pedagoog.

Vragenbus, p. 43.

A4.
REDACTIE over de betekenis van “Ste
eewauts in alsaten” .

REDACTIE,
Zoekertje, p. 44.

Vraag
vanwege Beierijlid Jacques SEGERS, naar de plaats waar bijgevoegde
klasfoto is genomen.

JAARGANG
IV (1980),
nr. 2

DE
PRE Jos, Editoriaal. Een warme wekroep aan alle potentiële
uitleners voor premuseumexpo,
p. 46-48.

De
voorzitter van de V.V.V.-Overijse verheugt zich over de goede
samenwerking tussen de Beierij van IJse en de V.V.V.-Overijse en doet
een oproep aan alle lezers om mee te werken aan de
premuseumtentoonstelling, die zal gehouden worden in november 1980.

VERSLUYS
Luc, Oud-Zoniën, p. 49-52.

Een
overzicht van de oudste getuigenissen van menselijke aanwezigheid in
en rond het Zoniënwoud. De belangrijkste en meest verrassende
vindplaats blijkt de Dumberg in Hoeilaart te zijn.

VANDE
PUTTE Guy, Gelegenheidsvondst. Onheilsnieuws uit 1838, p. 52.

Vermelding
in Den Antwerpenaer van een tragisch ongeval met een 6-jarig
kind in Overijse op 6 maart 1838.

VANDE
PUTTE Guy, De herberg Sint-Martinus in de Leegheid en het geslacht
De Coster te Overijse,
p. 53-64.

Aan
de hand van talrijke documenten uit het privé-archief van
Beierijlid notaris DE COSTER uit
Schaarbeek, wordt de geschiedenis geschetst
van zijn familie en van de laatste bestaanseeuw van de herberg
Sint-Martinus (alias Sint-Hubertus) in de Leegheid, een tijdlang
eigendom van genoemde familie, evenals van het geslacht POOT.

MARTENS
Erik, Hoogtij en nadagen van het Oude
Regime te Neerijse,

p.
65-75.

In
deze eerste reeks van bijdragen, gewijd aan de Overschie’s die in
Neerijse gedurende zowat een anderhalve eeuw een grote invloed
uitoefenden, wordt de geschiedenis van deze familie belicht vanaf
1496 tot 1774 (dood van Charles-Joseph d’Overschie).

VANDE PUTTE
Guy, Gelegenheidsvondst, Hoog gezelschap in denHoren,
p. 75.

Vermelding
van hoog bezoek in 1703 aan de herberg De Horen te Overijse, namelijk
van mevrouw de Camargo, Vrouwe van de Heerlijkheden Eizer en
Tenbisdomme, en haar gevolg.

VANNOPPEN
Henri, Jean De Man d’Attenrode, een betwiste Hoeilaartse
burgemeester (vervolg),
p. 76-82.

Jean
De Man d’Attenrode kwam, buiten zijn arrondissementele belangen,
tussenbeide in militaire aangelegenheden, in de landbouwpolitiek en
in zeer gevoelsgeladen materies zoals schoolpolitiek. De auteur geeft
eveneens een overzicht van het beeld dat in de kranten van Jean De
Man werd opgehangen,

DENAYER
Raymond, Ontdekking te
Ottignies-Louvain-La-Neuve van
het ouderlijk huis en dus
waarschijnlijk het geboortehuis van Justus Lipsius’ moeder Elisabeth
Durieu, p. 83-88.

Het
ouderlijk huis van Elisabeth Durieu, de
moeder van Justus Lipsius, wordt gelokaliseerd aan de hand van
brieven van Justus Lipsius, als zijnde de “Ferme Tordoir”
in het gehucht Petit-Ry te Ottignies-Louvain-La-Neuve.

VANDE
PUTTE Guy, Gelegenheidsvondst. Parochiale geplogenheden onder het
Ancien Regime,
p. 88.

Uittreksel
uit de “Manuael van de vier Godts-huysen der Vryheydt ende
Prinsdomme van Overyssche”, opgesteld door rentmeester J.
CORNELIS, anno 1735, met betrekking tot enkele kerkelijke
geplogenheden te Overijse.

SCHUERWEGEN
Paul, Maleizen 1900, p. 89-96.

Historiek

onder leiding van het schoolhoofd Constant SCHUERWEGEN
(van 1910 tot 1930).

JAARGANG IV
(1980), nr. 3

VERSLUYS
Luc, Editoriaal. Zoniën viert feest
te Hoeilaart,
p.98.

Aankondiging
van het thema van het Druiven- en Wijnfestival 1980 te Hoeilaart:
alles wat in en rond het Zoniënwoud geschiedde omstreeks de
eeuwwisseling.

SCHUERWEGEN
Paul, Een mooie
dag te Antwerpen. Voor 17 frank,
alles inbegrepen, p. 99-101.

De
kostprijs van een schoolreis naar Antwerpen op
28 juni 1926 door de hoogste
klassen van de gemeenteschool van Maleizen, vergeleken met de prijzen van enkele schoolbenodigdheden in datzelfde jaar.

REDACTIE, Tentoonstelling te
Oudergem,
p. 101.

Aankondiging
van de tentoonstelling over de geschiedenis van het Zoniënbos
sedert het einde van het Ancien Regime, van 6 september tot 16
november 1980 in het kasteel “Dry
Borren” te Oudergem.

DENAYER
Raymond, Het Wachtbataljon feliciteert
bekerwinnaar Thor Waterschei,
p. 102-104.

Herinneringen
aan de oprichting van het wachtbataljon in 1945 dat belast was met de
militaire bewaking van enkele duizenden Duitse krijgsgevangenen,
ondergronds tewerkgesteld in de Limburgse mijn. De auteur maakte deel
uit van dat bataljon.

VANDE
PUTTE Guy, Het Gemeentebestuur van
Overijse
in 1830, p. 105-111.

Schets
van de overgang van het Hollands naar het Belgisch bestuur te Overijse en van de leden van de eerste gemeenteraad. Enkele
biografische gegevens over o.m. notaris-burgemeester
F .M. VANDEVELDE (1794-1875).

VANNOPPEN
Henri, Jean De Man d’Attenrode, een
betwiste Hoeilaartse burgemeester (vervolg en einde),
p.
112-115.

Jean
De Man d’Attenrode steunde steeds de katholiek-conservatieve politieke standpunten. Hij was ook gedurende lange tijd een
overtuigd unionist.

HEMELEERS
Marcel, Ontsnappingsroute 1944,
p. 116.

Verhaal
van de ontsnapping van 3 Amerikaanse piloten die in 1944 in Waver
belandden.

ERKENS
Michel, De Belgische Revolutie van 1830
zoals ze te Hoeilaart beleefd werd en haar herdenkingen
, p.
117-131.

Verslag
van de gebeurtenissen te Hoeilaart naar aanleiding van het uitbreken
van de Belgische revolutie en van de reactie van de burgers op deze
revolutie. Verslag van de herdenkingen van deze revolutie te
Hoeilaart in 1905 en 1930.

MARTENS
Erik, Hoogtij en nadagen van het Oude
Regime te Neerijse
(vervolg), p. 132-143.

Tot
bij zijn dood in 1774 bewoonde
Jean-Albert d’Overschie het kasteel van Neerijse.
Hij besteedde al zijn tijd aan de verfraaiing en de
uitbreiding van zijn erfgoed. Hij ontving daar eveneens Karel van
Lotharingen, landvoogd van de Oostenrijkse Nederlanden.

VANDE
PUTTE Guy, Zoekertje, p. 144.

Vraag
om inlichtingen over een zekere pater CUYPERS,
aalmoezenier van het schoolschip “Comte de Smet de
Naeyer” en vergaan in de Golf van Biskaye op
19 april 1906. Deze pater had
waarschijnlijk bindingen met Overijse.

JAARGANG
IV (1980), nr. 4

VANDE PUTTE Guy,
Editoriaal, p. 146.

De
Beierijvoorzitter deelt mee dat dit nummer
volledig gewijd is aan het werk van Guy JANSSENS. Er
worden eveneens een aantal biografische inlichtingen van deze
filoloog en heemkundige gegeven.

JANSSENS
Guy, Lexicon van de wildstropersterminologie in het IJse- en
Laneland, p. 147-158.

De
bedoeling van dit lexicon is een overzicht
te geven van ten minste een deel van
de stropersterminologie van het IJse- en Laneland om deze alzo
hopelijk voor verdwijning te behoeden.

JANSSENS
Guy, Aanhangsel.

 

1.Enkele
strooptechnieken en vangtuigen, p.
161-174.

Een
beschrijving van enkele strooptechnieken en
vangtuigen die bij de grote massa doorgaans
slecht bekend zijn. Een uitgebreide
en gemakkelijk toegankelijke
vakliteratuur op dat gebied ontbreekt.

2.Stropers
in het IJse- en Laneland, p. 175-182.

De
auteur zoekt een antwoord op de
vraag welke mensen zijn begonnen te stropen en wat hun redenen
hiervoor waren.

3.
Beknopte geschiedenis van de wildstroperij, p.
183-188.

Historiek van de wildstroperij
die ontstaan is als gevolg van de sociaal-juridische organisatie van
de middeleeuwse maatschappij en waarvan de intensiteit nauw
samenhangt met de levensomstandigheden.

JAARGANG
V (1981), nr. 1

VERSLUYS Luc,
Editoriaal. Het Ruusbroecjaar ingezet, p. 2-8. In het kader
van de herdenking van het 600-jarig overlijden van Jan Ruusbroec,
worden een aantal activiteiten
gepland door de beide heemkundige kringen o.a. het opzetten van een
tentoonstelling, het uitgeven van een bloemlezing uit de werken van
Ruusbroec.

VANHOREN
Jozef, Henri De Leers van Huldenberg
vrijwilliger van 1830, p. 8.

Henri
De Leers uit Huldenberg komt, dankzij verwondingen en
dapperheid, voor op de naamlijst van 1865 van de burgers die
met het ijzeren kruis werden vereerd.

DANHIEUX
Marie-Paule, Het vaangat, p.
9.

Vóór
en tijdens WO II werd het vaangat gebruikt
om na de vorstperiode een rode vlag
door te steken, als signaal dat karren met ijzeren wielen en
vrachtwagens op volle banden slechts
met halve lading over de steenweg
mochten, om de baan niet te beschadigen.

STROOBANTS
Francis, Ook prentkaarten
spreken een taal,
p. 10

18.

Analyse
van het taalgebruik op de prentkaarten die over Overijse uitgegeven
zijn. De auteur bereidt de uitgave voor van een Geillustreerde
inventaris van Overijsese prentkaarten.

WILLAERT
Carine, Pioniers uit Overijse
tijdens het Ancien Regime,
p.
19-23.

Tijdens
het Ancien Regime eisen de wettelijke overheid en de bezetter een
aantal mensen op die dienst moeten doen als pionier, d.w.z. als
burgerlijke werkkrachten die geniewerken moeten verrichten. Dit is
ook het geval voor Overijse.

DANHIEUX
Marie-Paule. Jules, of: wie
kent deze geluksvogel?,
p. 23.

Vraag
naar inlichtingen over een zekere Charles BERGIERS
n.a.v. een brief die hij, tijdens een van de wereldoorlogen,
geschreven heeft aan Jules DANHIEUX.

ERKENS
Michel, Over boswachters
gesproken,
p. 24-27.

N.a.v.
4 processen-verbaal uit de jaren
1814-1817, bewaard in het
Hoeilaartse gemeentearchief, worden een aantal vragen gesteld over de
manier van houtsprokkelen, over de boswachters enz.
Deze vragen kunnen nog
verder bestudeerd worden.

VANHOREN
Jozef, Pastoor Moerenhoudt, p.
28-31.

Johannes
Andreas Moerenhoudt , regulier kannunik van Groenendaal, werd
in 1790 pastoor van Huldenberg en beleefde aldaar de Franse
bezetting. Hij weigerde de eed van
trouw aan de republiek af te leggen en dook onder. In 1802 werd de
openbare eredienst hersteld.

NAGELS Jean-Paul, Onze
oudstrijders van 1830,
p. 32-33.

Op
24 maart 1831 stuurde
het gemeentebestuur van Hoeilaart een brief naar
de gouverneur van Brabant met
vermelding van de namen
van de Hoeilanders die deel namen aan de onafhankelijkheidsstrijd in
1830.

ERKENS
Michel,
1830 … aanvullingen,
p. 33-34.

Enkele
aanvullingen op het vorige
artikel, door de
auteur gevonden in andere bronnen.

MICHIELS
Raymond (+), Beroepen en
dorpsfiguren van weleer,
p.

35-38.
Vóór
en tijdens WO II was “Jef
Loieke”, geboren DEKEYSER
Jozef, werkzaam in Overijse als scharenslijper. Aan hem
bewaarde de auteur talrijke herinneringen.

DANHIEUX
Marie-Paule. Dansen: een werk van de duivel?, p.
3942.

Vanaf
de 16e eeuw werd door alle bisschoppen geschreven tegen dans en
toneel. In de loop van de 18e eeuw verscheen het werk Instructions
chrétiennes peur les jeunes gens,
waarin datzelfde thema
aan bod komt.

VANHOREN
Jozef, Kabouters op het Hof
ten Bos,
p. 43-44.

Verklaring
van de benaming Mennekensbrug, een
plaats gelegen in de delle bij Ganspoel aan
de grens van Huldenberg en Loonbeek waarover de mensen
een sprookje vertelden.

JAARGANG
V (1981), nr. 2

DENAYER
Raymond, Editoriaal, p.
46-47.

Een
aantal herdenkingsplechtigheden worden
georganiseerd:


in Hoeilaart: 600 jaar geleden overleed Jan
van Ruusbroec.


in Overijse: 450 jaar geleden
belandde Keizer Karel in Tombeek.

MARTENS
Erik, Hoogtij en nadagen van
het Oude Regime te
Neerijse
(vervolg), p. 48-58.

Na
enige informatie over de familie
ROBERTI die in de 18e eeuw het Puyhof
van de familie d’Overschie bewoonde, wordt het leven belicht van
Maximilien-Emmanuel d’Overschie (° 22
december 1770+ 30 mei 1819), die
tijdens de Franse bezetting lid was van de Raad van
het Dijledepartement.

DENAYER Raymond,
Hoe de slag van Waterloo te
Overijse ervaren werd, p. 59-67.

De
brief, geschreven dd. 14-7-1815
door Anne-Marie KUMPS, zuster van de Overijsese burgemeester
Jean-François KUMPS en echtgenote van burgemeester Ferdinand
Marie VANDEVELDE, getuigt
van de dikwijls schrijnende taferelen
die zich afspeelden rond
de slag van
Waterloo. Dit document wordt voorafgegaan door een kort overzicht
van de oorzaken en aanleiding tot deze veldslag.

LENSECLAES
Dominique, Het Overijsese
erevaandel van 1830,
p. 67-70.

In
1832 werd door Leopold I een erevaandel geschonken aan alle Belgische
steden en gemeenten die vrijwilligers naar Brussel zonden gedurende
de septemberdagen van 1830. Ook de gemeente Overijse kreeg een
dergelijk vaandel, gerestaureerd in het kader van de herdenking “150
Jaar België”.

DEPRE
Jozef, 40 jaren terug …, p.
71-72.

Op
4 juli 1941 vlogen twee Belgische piloten vanuit Welriekende
(Jezus-Eik) met een tweedekker onder de neus van de Duitse bezetters
naar Engeland. Deze tocht werd op 14 juni 1975 nog eens overgedaan,
maar dan vanuit Koksijde.

ERKENS
Michel, Hoe de laatste novice van Groenendaal een slippendrager
werd van het Oostenrijks regime,
p. 73-79.

De
laatste novice van Groenendaal, Donatius RISACK, zal, na de opheffing van de priorij van Groenendaal in 1783 alles in het werk
stellen om zijn pensioen te bekomen. Hij laat zich daarbij verleiden
tot lofzangen op het Oostenrijks bewind.

WILLAERT
Carine, Pioniers uit Overijse tijdens het Ancien Regime, p.
80-86.

De
pioniers van Overijse worden opgeëist d.m.v. talrijke
ordonnanties vanwege de overheid. De vergoedingen die aan hen worden
uitbetaald, schommelen nagenoeg niet. Sommigen van hen werden vaak
ver van huis tewerkgesteld.

VERSLUYS
Luc, Welriekende, band tussen
Groenendaal en Hoeilaart,
p.87-91.

Kort
overzicht van de ontstaansgeschiedenis \fan de kapel van Welriekende,
die een bindstuk was tussen de bevolking van Hoeilaart, de priorij
van Groenendaal en de pastorie van Hoeilaart.

JAARGANG
V
(1981), nr.3
RUUSBROECNUMMER

I.HET
BEGIN EN DE BLOEI VAN GROENENDAAL

ERKENS
Michel, Bevat de oudst gekende
originele akte van Groenendaal een eigentijds portret van Jan van
Ruusbroec,
p. 98107.

Onderzoek
naar de identiteit van de persoon die afgebeeld staat in de eerste
letter van de oudst bewaarde akte van de proosdij Groenendaal. Deze
was waarschijnlijk Jan van Ruusbroec.

VERSLUYS
Luc, De machtige zachte Ruusbroec,
p.
108-114.

Uiteenzetting over de leer en het denken van Jan van Ruusbroec, zijn
conceptie van het geloof als hoogste vorm van kennis van het
wezenlijke of “overnatuurlijke” , zijn invloed op andere
grote denkers zoals GEERT GROTE, TAULER,
THOMAS A KEMPIS, FRANCISCUS VAN
SALES.

UYTTENBROECK
Greta,
Ruusbroecs leven en de bronnen, p. 115129.

Biografische
gegevens
over Jan van Ruusbroec. Kritische analyse en
confrontatie van de bronnen die hiertoe gebruikt werden.

MARTENS
Erik, De burchtvrouwe en de
prior,
p. 130-135.

Biografie
van ELISABETH VAN HAMAL (1339 tot beg
in 15e eeuw), burchtvrouwe van
Sint-Agatha-Rode, op wie Jan van Ruusbroec zeer veel invloed
heeft gehad.

II.DE
GEESTELIJKE UITSTRALING

ERKENS
Michel, Wisselwerkingen tussen Groenendaal en Hoeilaart, p.
137-147.

De
auteur gaat na, aan de hand van de intredingen in Groenendaal, van
getuigenissen over de aanwezigheid van Groenendaalse pastoors en
enkele andere documenten, of er een concrete invloed is uitgegaan
vanwege Groenendaal op het dagelijkse leven van de Hoeilanders.

VANHOREN
Jozef, Groenendaal te
Huldenberg,
p. 148-171.

De priorij van Groenendaal bekwam
in Huldenberg leengoederen evenals rechten en goederen die aan de
Sint-Pietersabdij van Corbie in Picardië hadden toebehoord. Door
synthese van leven en wetenswaardigheden van iedere pastoor maken we
kennis metde
reguliere kannuniken van Groenendaal, die gedurende meer dan twee
eeuwen de zielzorg van de parochie van Huldenberg hebben waargenomen.

DENAYER
Raymond,
Spirat volenti Deus, p. 172-179.

Een
onderzoek naar de band tussen Ruusbroec en Overijse, naar de invloed
op Overijse en op geestesstromingen die tot in Overijse zijn
uitgedeind, namelijk via “Broeders des Gemenen Levens” en
hun stichtingen in Leuven en Brussel enerzijds, via de familie
Lipsius (Martinus en Justus) anderzijds.

III.
DE WERELDLIJKE BEZITTINGEN

ERKENS
Michel,
Groenendaais bezit op Hoeilaartse bodem, p, 180

188.

Groenendaal was in Hoeilaart een erg belangrijk grondbezitter,
namelijk in de wijken Bakenbos,
Koedaal, Dumberg,

VANDE
PUTTE Guy, Bijdrage tot de
geschiedenis van een Overijses gehucht Maleizen-Bakenbos.
De
grondbezittingen van Groenendaal
te Overijse,
p,
189-208.

De
auteur behandelt de bezittingen van het klooster van Groenendaal te
Overijse op basis van een toponymische enquete en geeft een
overzicht van de grensgeschillen tussen Overijse, Hoeilaart en
Terhulpen i.v.m, de gehuchten Bakenbos en Maleizen, voornamelijk
tijdens het Frans en het Hollands bewind,

MARTENS
Erik, De
bezittingen van de priorij
van Groenendaal te Vaalbeek,
p.
209-211.

In
1374 verwierf de priorij van
Groenendaal rechten in de heerlijkheid Sint-Maria-Magdalena-Vaalbeek
(’t Lenneke), Van 1430 tot
1786 was zij ook wereldlijke heer van Vaalbeek,

ERKENS
Michel, Het huis van
Ravenstein,
p. 212-218.,

Het huis van Ravenstein werd opgericht rond 1520
als verblijfplaats voor
het Hof wanneer het te Groenendaal op bezoek was (om
de monniken niet al te
zeer te storen), Het
gebouw verdween in
de loop van de 18e eeuw.

IV.
HET EINDE EN DE OVERBLIJFSELEN VAN DE PRIORIJ

ERKENS
Michel,
Zo sloopten de Oostenrijkers Groenendaal, p. 219-244.

De
Oostenrijkers
beslisten de priorij van Groenendaal te slopen in 1786.
De kerk werd
echter niet volledig afgebroken,
In haar huidige staat is ze een symbool van het verzet van de
Brabantse instellingen tegen de willekeur van Jozef II.

ERKENS
Michel, De verspreiding
van het kunstbezit na de opheffing,
p.
245-257.

Poging
tot het lokaliseren van de meubilering, bibliotheek en
schilderijen die na de opheffing van Groenendaal werden weggenomen en
verkocht.

GUNS
Jules,
Waar bevonden zich de hoofdgebouwen van de priorij
Groenendaal?,
p.
258-259.

De
auteur
lokaliseert de hoofdgebouwen van de priorij aan de hand van
sporen in het gras, van de tekening uit 1649 van WENZEL HOLLAR
en
van de Ferrariskaart.

DEKELVER
Sebastiaan,
Groenendaal nu, p. 260-264.

De
auteur
poogt een beeld op te hangen van wat Groenendaal eens was, aan
de hand van nog terug te vinden overblijfselen en sporen.

JAARGANG
V (1981), nr.
4

VANDE
PUTTE Guy,
Editoriaal, In heemliefde bloeyende. Kantbedenkingen
bij een eerste
lustrum,
p, 266-268.

Een
terugblik op 5 jaar Zoniën,met als belangrijke
verdienste o.m, het wekken van de belangstelling voor de heemkunde in
onze streken.

VAN AKEN Jozef, De doodskist van Jan Neys. De ware geschiedenis,
p. 269-277.

Het
ware verhaal van de doodskist die de honderdjarige Jan-Baptist
NEYS (° 8 april
1838 – +
18 oktober 1938) uit Tombeek in de jaren 1912-1913 maakte en
waarin hij later zelf begraven werd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog
bewaarde de man zijn tarwe in deze doodskist.

DENAYER
Raymond, Een dag te Leiden, p. 278-283.

Bij
een bezoek aan Leiden waar Justus Lipsius in 1578 een onderkomen
zocht, vond de auteur een aantal herinneringen aan deze beroemde
Overijsenaar o.a. het werk van MIRAEUS: De
obitu Justi Lipsii.

JANSSENS
Guy, Oude dialectwoorden, POTTAFEIR, p. 284.

Het
woord POTTAFEIR, “altijd vuile jongen of man”, werd
oorspronkelijk gegeven aan de rondreizende Auvergnats en van elders
afkomstige vagebonden die jaarlijks potten en pannen kwamen
herstellen (pot à (re)faire).

UYTTENBROECK
Greta, Pauperisme, armenzorg
en de politiek van “De Tafel van de H. Geest” te Overijse
(1702-1754): Boijdrage
}., p. 285-290.

Hoewel
in de 18e eeuw Overijse over een zeer groot en zeer vruchtbaar
landbouwareaal beschikte en eveneens een belangrijke dienstverlenende
rol speelde, vervielen door een aantal sociaaleconomische
omstandigheden een groot aantal inwoners tot de armoede. Er waren
evenwel verschillende liefdadigheidsinstellingen .

VANHOREN
Jozef. Plundering in 1709, p. 291-294.

Op
31 oktober 1709, tijdens de Successieoorlog, werden door de soldaten
van generaal TILLY een strooptocht georganiseerd, o.a. in de
IJsestreek. Een deel der angstige bevolking van Huldenberg zocht een
schuilplaats in de bossen, anderen namen hun toev lucht tot de kerk
en pastorie. Dankzij een lijst door de griffier voor de wet van
Huldenberg opgemaakt met de opgave van
het verlies van de bestolen Huldenbergenaars in geld uitgedrukt,
krijgt men een beeld van de omvang van deze plundering,

ERKENS
Michel, Nogmaals het
Ruusbroecjaar.
p. 295-296.

Het
gemeentebestuur van Hoeilaart sloot het Ruusbroecjaar af met
de aankoop van een boek dat zich ooit in de bibliotheek van
Groenendaal bevond, namelijk Van t’ 8eghin der eersten volcken
van Europen…,
door ADRIAEN VAN
SCHRIECK. De auteur wil bewijzen dat het Nederlands veel ouder is
dan de Griekse of Latijnse taal.

JAARGANG
VI (1982), nr. 1

MARTENS
Erik, Editoriaal. Heemkunde te Huldenberg gaat onderzeil,
p. 2-4.

N.a.v.
de oprichting van een Heemkundige Kring te Huldenberg op 13 oktober
1981, worden de namen vermeld van diegenen die in de vroegere
zelfstandige gemeenten baanbrekend werk op heemkundig gebied hebben
verricht.

VANHOREN
Jozef, Uit de Huldenbergse
patriottentijd (deel 1>,
p. 5-13.

Op
15 juni 1790 werden de wethouders van Huldenberg naar Brussel ontboden
om voor de bewindvoerders van de “Vereenigde Belgische Staten”
onderrichtingen te ontvangen voor het oprichten in elk dorp van een
“Compagnie van Volontairen” . In Huldenberg werd aan
deze bevelen gevolg gegeven. Men ging over tot de samenstelling van
een compagnie en er werd een te volgen reglement opgesteld.

LAMAL
Danny, Oudstrijder Arthur
Michiels (1887-1914) uit Terlanen
, p. 14 – 1 6.

Het
verhaal van de enige Terlanenaar die niet terugkeerde van het
front tijdens WO I. De dorpsplaats werd later omgedoopt tot Arthur
Michielsplaats. Guy VANDE PUTTE
verstrekt in voetnoot nog enkele inlichtingen omtrent dit plein.

REDACTlE,
Stoet die te Terlanen in 1930 is uitgegaan n.a.v. een dubbele
gouden bruiloft,
p. 17-18.

Uitleg
bij een foto, getrokken bij het 50-jarig huwelijk van Petrus-Arthur
MIOHELS en Theresia TAYMANS. ouders van Arthur MICHlELS.

– 36

LENSECLAES
Mik. Jezus-Eik anno 1820, p.
19-28.

Aan
de hand van de kadasterbescheiden uit de voorbereidende fase op het
huidige kadaster die plaatsgreep van 1806 tot 1834, wordt een beeld
geschetst van Jezus-Eik in het begin van de 19e eeuw.

CLABOTS
Albert, Bijdrage tot de
geschiedenis van de familie Clabots (1). Wat is een drogemolder?,
p.
29-31.

De
auteur onderzoekt de betekenis van “drogemolder”, een
beroep dat uitgeoefend werd door één van zijn
voorouders.

PAEPS
Roger, Bijlage, p. 32.

De
bevindingen van Albert CLABOTS in vorig artikel worden bevestigd
door de auteur, wiens grootvader ook drogemolder was.

ERKENS Michel, Een
loflied op Jan van Ruusbroec,
p. 33-34. Tekst van het loflied op
Jan van Ruusbroec, ontleend aan het postuum verschenen werk
Gulde-Jaers-Feestdagen van Jan-Baptist STALPART VAN DER WIELE
(+ 1630).

UYTTENBROECK Greta,
Pauperisme, armenzorg en de politiek van “De Tafel van de H.
Geest” te Overijse (1702-1754): Bijdrage 2
, p. 35-42.

De
hoofdbron voor deze studie zijn de rekeningen van de H.
Geesttafel. Aandacht wordt in deze bijdrage besteed aan het beheer en
toezicht en de financiële mogelijkheden van deze instelling.

DENAYER Raymond, Er
roert entwat … te Terlanen,
p. 43-48. Enkele gegevens i.v.m. de
evolutie van de parochie Terlanen. Bijzondere aandacht wordt
besteed aan de kwestie van de pastorie.

JAARGANG
VI (1982), nr. 2

REDACTIE,
Bij wijze van editoriaal, p. 50.

Door
het feit dat dit nummer zeer veel bijdragen bevat, wordt afgezien
van het editoriaal.

MARTENS
Erik, Hoogtij en nadagen van het Oude Regime te Neer

ijse
(vervolg), p. 50-63.

Deze
bijdrage is volledig gewijd aan Auguste-Joseph d’Overschie die lange
tijd burgemeester van Neerijse was en ook senator. De baron stierf op
21 juni 1880.

CLABOTS
Albert, Bijdrage tot de
geschiedenis van de familie Clabots (2). Wat een molenaar lijden kan,
p. 64-67.

Aan
de hand van documenten gevonden in het Brusselse Stadsarchief wordt
een beeld geschetst van de gebeurtenissen in de maand juli 1794 toen
soldaten uit het Frans bezettingsleger de watermolen van Hoeilaart
plunderden.

UYTTENBROECK
Greta, Pauperisme, armenzorg
en de politiek van “De Tafel van de H. Geest” te Overijse
(1702-1754): Bijdrage 3
, p. 68-74.

In
deze bijdrage wordt een analyse gemaakt van de hulp die de armen
ontvingen, met als doel de efficiëntie ervan en de houding van
de beheerders t.o.v. de armen te achterhalen.

VANDE
PUTTE Guy, Ra ra ra tuut tuut
tuut,
p. 74.

Vraag
naar in1ichtingen omtrent een te identificeren foto van een “old
timer” te Overijse.

VANDE
PUTTE Guy, De parochiale toestand van Overijse in 1783. Het geval
van Terlanen,
p. 76-82.

Aan
de hand van een document, gevonden in het Aartsbischoppelijk Archief
te Mechelen, wordt de situatie geschetst van de parochie Overijse
op het einde van het Ancien Regime en meer bepaald van het gehucht
Terlanen. Nagegaan worden tevens de vele pogingen door de inwoners
van dat gehucht ondernomen om een eigen pastoor te bekomen en om hun
kapel tot parochiekerk in te richten.

HEMELEERS Marcel,
Hoe Overijse het overlijden van koning Albert vernam, p. 82-83,

De
vader van de auteur vernam als eerste het nieuws via zijn radio, een
van de weinige die Overijse toen bezat Hij deelde dit mee aan deken
AERTSSENS, die tijdens de vroegmis van 6u30 het bericht aankondigde
aan de aanwezigen.

VANHOREN
Jozef, Uit de Huldenbergse
patriottentijd (deel 2) ,
p.84-96.

In
1790 werd in Huldenberg een “compagnie van volontairen”
opgericht. In deze bijdrage analyseert de auteur de samenstelling van
deze compagnie en de gedragingen van de leden tegenover tucht en
orde.

JAARGANG
VI (1982), nr. 3

VERSLUYS
Luc, Editoriaal. Ons aller
Zonien,
p, 98-99,

N.a,v.
de tentoonstelling, gewijd aan het Zonienwoud tijdens het Druiven- en
Wijnfestival 1982, worden enkele gebeurtenissen uit de geschiedenis
van dit woud aangehaald,

DENAYER
Raymond, Twee letterstenen ontcijferd, p
100-105 Ontcijfering van de inscriptie op 2 XVIIIe eeuwse
stenen, resp. op het pachthof van de Reutenbeek en in het
Lipsiusdomein

MARTENS
Erik, Hoogtij en nadagen van
het Oude Regime te Neerijse (vervolg),
p,
106-113,

Biografie
van Charles-Emmanuel d’Overschie, geboren in 1826, die omwille van
zijn homosexuele neigingen het slachtoffer werd van een
lastercampagne en zelfmoord pleegde in 1877.

CLABOTS
Albert, Bijdrage tot de
geschiedenis van de familie Clabots, “Aenneminghe van de
vrouwvrouwe deser vryheijt” (1715),
p.113-115.

Marie
MOMMENS, sinds kerstmis l711 in
dienst als vroedvrouw te Overijse, was de weduwe van Hendrik CLABOTS,
één van de rechtstreekse voorvaders van de auteur.

MARTENS
Erik. De vestiging van de Zusters Annunciaden te Huldenberg, p.
116-121

In
1787 stichtte E.H. Petrus Jacobus DE CLERCK een congregatie die later
de orde van de Zusters Annunciaden zou worden. Deze zusters vestigden
hun moederhuis in 1881 te Huldenberg.

UYTTENROECK
Greta, Pauperisme.
armenzorg en de politiek van “De
Tafel van de H. Geest” te Overijse (1702-1754) : bijdrage

p. 122 – 125 .

Aan
de hand van een grafiek wordt een vergelijking gemaakt tussen de
algemene economische toestand en de uitgaven aan de armen. Hieruit
blijkt dat de armen enkel gesteund werden om eventuele opstandigheid
te verhinderen en de sociale rust te bewaren. Van enige structurele
hulp was nog geen sprake.

REDACTIE, Te
identificeren foto’s.
p. 126-127.

Nadere
inlichtingen over een foto, afgedrukt in Zoniën, jaargang
VI (1982), nr. 2, te situeren in de Leegheid te Overijse, anno 1910.
Afdruk van een nieuwe te identificeren foto.

DENAYER
Raymond, Tombeek, 450 plus één jaar later, p.
128133.

Tekst
van de toespraak die op 22 augustus 1981 bij de inhuldiging van de
Tombeektentoonstelling werd gehouden. Hierin wordt o.m. aandacht
besteed aan de aanwezigheid van Keizer Karel in onze regio.

VANDE
PUTTE Guy, Jubileumfeesten te
Tombeek,
p. 134.

Beschrijving
van de herinneringsplaat met halfverheven borstbeeld van Keizer Karel
(naar L. Loon i , Louvremuseum Parijs), dat onthu ld werd n. a. v. de
25- jar ige kos tumer ing van de Koninklijke Fanfare “De
Lanezonen”.

VAN
AKEN Jozef, Keizer Karel en de
luieriken van Tombeek,
p.
134-136.

Pleidooi
om de tinnen pot waaruit Keizer Karel gedronken heeft in een herberg
te Tombeek, mee te dragen door de Keizer-Karelfanfare van Tombeek.

VERSLUYS
Luc, Enkele Hoeilaartse
geschiedenisbronnen van 1215 tot 1248 of hoe de kerk van
Hoeilaart in handen van Sint-Goedele viel,
p. 137-144.

Met
telkens een inleiding wordt de tekst van enkele charters afgedrukt,
die belang hebben voor de geschiedenis van Hoeilaart, meer bepaald de
kerkelijke geschiedenis:


akte uit 1215 m.b.t. de tienden van Hoeilaart


akte uit november 1217 m.b.t. de tienden van Hoeilaart


brief gedateerd 17 juni 1223: de kerk
van Hoeilaart wordt
aan de kannuniken van
Sint-Goedele geschonken

– brief
gedateerd 1 september 1227
i.v.m voornoemde schenking

JAARGANG
VI (1982),
nr. 4

DENAYER Raymond,
Editoriaal. p
146-147

Aankondiging
dat in de schoot van de Beierij
een afdeling VLAAMSE VERENIGING VOOR FAMILIEKUNDE gesticht
werd die de taak op zich genomen
heeft de parochie registers van Overijse van 1626 tot 1812 te
klapperen

MARTENS
Erik, Hoogtij en nadagen van het Ancien Regime te Neerijse (slot),
p. 148-157.

Na
de dood van Victor-François
d’Overschie, die zich gedurende
zijn leven intens heeft beziggehouden met het uitgebreid
familiearchief, vielen het domein en de bezittingen van
deze aristocratische familie van Neerijse langzaam uiteen,

JANSSENS
Guy, Oude dialectwoorden (2). Minkijzer, p.
157,

De
auteur gaat de oorsprong na van het
dialectwoord minkijzer; een kleine, ronde, metalen vogelklem waarmee
mussen werden gevangen.

VAN AKEN Jozef,
De plankenzagers
bij Vandendael,
p
158-159, Identificatie van de personen die op de foto staan
van de plankenzagers bij
Vandendael. Deze foto hangt in de keuken van Jules
en Liske DECAT, Frans Verbeeckstraat
59 te Overijse.

VANDE
PUTTE Guy,
Nogmaals Tombeek (III). Tombeekheide tussen Overijse en Waver
(1),
p. 161-164.

In
de loop van de jaren 1770
ontstond een geschil tussen Tombeek en Waver nopens het
eigendomsrecht over de Tombeekheide. Beide gemeenten zochten
argumenten om hun eigendomsrecht te verdedigen. Hier wordt het Wavers
standpunt toegelicht.

MARTENS
Erik. Omtrent de bouw
van de kerk te Huldenberg in 1254,
p. 165-168.

Afdruk van een document, bewaard in het A.R. te Brussel, nl de
brief waarmee Hendrik VAN GELDER,
prinsbisschop van Luik, in
1254 een aflaat verleent aan alwie een
bijdrage levert in de
kosten van de bouw van
de kerk te Huldenberg.

DENAYER
Raymond, 1150 jaar Overijse of
de tijd van Lodewijk de Vrome,
p.
169-177.

Lodewijk de Vrome vertrouwde in 832 voor
het eerst de naam ISCA
aan de geschiedenis toe. In
dit artikel worden een aantal feiten
gereconstrueerd die zich rond deze periode afspeelden.

ERKENS Michel,
Hoe de oprichting van het Godshuis te
Hoeilaart leidde tot de mislukte feesten van 1889,
p. 178-187.

In
1882 vat de “Liefdadigheidskring”
, die reeds vóór 1877 gesticht werd, de bouw aan
van het godshuis of hospice. In 1889
worden feesten gepland ten voordele van deze instelling. Daar er
evenwel gebrek aan medewerking van de aangezochten bestaat, besluit
men af te zien van dit initiatief.

LAMAL Danny,
Over de functie van
waterbronnen vroeger ofte van de Moskensstraat
naar de Borrestraat en terug,

p. 188. In de Moskensstraat, wellicht een stuk van de Romeinse
heirbaan die naar de Tomme
te Ottenburg liep,
zijn er twee waterbronnen die vroeger veelvuldig gebruikt
werden.

VERSLUYS
Luc, Van “de Holar”
tot Absolons,
p. 189-191.

De
familie Absolon werd in de loop van
de 15e eeuw verwant met de familie de
Holaer, die dan als geslacht verdwijnt. Tegelijkertijd
verdwijnt ook het kasteel van de kasteleinen
van Brussel.

DENAYER
Raymond. Te identificeren foto, p.
192.

Reactie
op de vraag naar inlichtingen
nopens een foto, afgedrukt
in Zoniën, jaargang VI (1982), nr. 3, te situeren aan het
station van Groenendaal omstreeks
1900?

JAARGANG
VII (1983), nr. 1

VANDE
PUTTE Guy en VERSLUYS
Luc, Editoriaal, p. 2-3.

De
voorzitters van de heemkundige kringen “De Beierij van IJse”en
“Het Glazen Dorp” wensen de heemkundige kring van
Huldenberg, die beslist heeft zijn eigen weg te gaan, alle succes
toe.

WILLAERT
Carine, Gewonde militairen in het Sint-Hubertusgasthuis te
Overijse,
p. 4-7.

Een
aantal militairen die gewond werden tijdens de veldslag te Ramillies
op 24 mei 1707 tijdens de Spaanse Successieoorlog, werden opgenomen
in het Sint-Hubertusgasthuis te Overijse.

ERKENS
Michel, Een onbekende brief in verband met de stichting van
Jezus-Eik (7.10.1642),
p. 8-10.

Analyse
van een brief, geschreven in 1642 door F.J. MAES, abt van de
Parkabdij te Heverlee, waaruit blijkt dat er tegen de stichting van
Jezus-Eik in datzelfde jaar, heel wat oppositie bestond.

VANDE
PUTTE Guy, Nogmaals Tombeek (III). Tombeekheide tussen Overijse en
Waver (2),
p. 11-19.

De
auteur laat een aantal getuigen anno 1774 aan het woord die op een of
andere manier bij de “Tombeekheidezaak” betrokken zijn
geweest en het Wavers standpunt komen verdedigen.

REDACTIE,
Overijse in prentkaarten, p. 19.

Aankondiging
van het verschijnen van het boek ‘Overijse in prentkaarten,
uitgegeven door Francis STROOBANTS. Het is een inventaris
geworden van alle reeds gekende prentkaarten van Overijse.

CODDENS-DEVEEN
Lena, Uit grootvaders tijd, p. 20-21.

In
het archief, nagelaten door haar grootvader Antoon Victor DEVEEN
(1831-1908), oud-gemeentesecretaris van Overijse, vond mevrouw
CODDENS-DEVEEN een getuigenis die een licht werpt op de levenswijze
rond het midden van de vorige eeuw.

DENAYER
Raymond, De laatsten der frontsoldaten 14-18, p. 2223.

Inlichtingen
over oudst rijders uit Overijse en omgeving van de oorlog 1914-1918,
gehaald uit een maandelijks verschenen frontblaadje en uit enkele
dagbladen.

JANSSENS
René, Oude verdwenen
gewoonten,
p. 30-32.

De
auteur legt uit hoe vroeger stremsel of “rinsel” op een
natuurlijke wijze rechtstreeks uit de organen van het dier bekomen
werd. Dit produkt werd gebruikt om platte kaas te vervaardigen.

ERKENS
Michel, Na de meidagen van
1940. De terugkeer der krijgsgevangenen,
p. 33-36.

Uit
een onderzoek van enkele dossiers in het gemeentelijk archief te
Hoeilaart, blijkt dat vanaf medio juni 1940 de gemeentelijke
administratie terug op gang kwam en dat eind augustus 1940 meer dan
de helft der opgeroepenen reeds teruggekeerd waren.

DEBECKER
Gilbert, Zoeaaf Evarist Van
Nuffelen,
p. 37-42.

De
Overijsenaar Evarist VAN NUFFELEN (1830-1898) deed in de jaren 1866
en 1867 dienst als pauselijke zoeaaf. De auteur geeft een korte
beschrijving van deze dienstjaren.

JANSSENS
Guy, Oude dialectwoorden: Kassaake (3), p. 43.

“Kassaake”
of madeliefje is een dialectische vervorming van noordelijk Oud- en
Middelfranse vormen als “cassaude” en “casotte”
en is eveneens verwant met “kersouwke” wat eveneens
madeliefje betekent.

CLABOTS
Albert, De schandpalen van de Prins van Horne, p. 4445.

Situering
van de openbare schandpalen te Overijse en te Rosières, met de
wapens van de Prins van Horne, in de 17e en 18e eeuw.

VANDE PUTTE Guy,
Plaat van onze gildebreuk zoek, p. 46-47. De auteur doet een
oproep om meer inlichtingen te bekomen over een gildeplaat met
Horneschild uit 1718 dat zoek is geraakt. Raymond DENAYER
poogt alvast hierop een antwoord
te geven.

ERKENS Michel,
Onze Hoeilaartse reuzen, p. 48.

Uit
een document in het gemeentearchief, gedateerd 1929, blijkt dat
Hoeilaart toen reeds een reus bezat. De auteur doet eveneens een
oproep om inlichtingen te bekomen over twee niet meer bestaande
verenigingen, namelijk “De Vereenigde Vrienden” en
“De
Eendracht”.

JAARGANG
VII (1983), nr. 2

VERSLUYS
Luc, Editoriaal. Herleving van het humanisme, p. 5051.

Enkele
aspecten van het humanisme worden besproken. Deze beweging oefende
ook een zekere invloed uit in Overijse en Hoeilaart.

JANSSENS Guy, Oude
dialectwoorden (4): Peuterke,
p.
52-53. Diepgaand onderzoek naar de etymologie van “peuterke”,
een handjevol takjes of rijshout met een wisje in een bundeltje
samengebonden om het ovenvuur of de (Leuvense) stoof aan te steken.

VERSLUYS
Luc, Enkele
aspecten over Groenendaal ten tijde van de Hervorming,
p.
54-62.

Biografie
van WILHELMUS GHERSHOVEN, de 134e kannunik van Groenendaal van 5
februari 1503 tot aan zijn dood op 5 april 1547. Deze man had
relaties met belangrijke humanisten.

UYTTENBROECK
Greta, Pauperisme, armenzorg en de politiek van “De Tafel
van de H. Geest” te Overijse (1702-1754): bijdrage 5
, p.
63-69.

In
deze bijdrage wordt een beeld geschetst van de ondersteunden zelf:
Hoeveel Overijsenaars leefden in armoede: het beroep van de
ondersteunden: de woonplaats van de ondersteunden: bezitsbeeld van de
armen.

JANSSENS
René, Met een schacht
op de dool,
p. 70-74.

De
auteur geeft enige commentaar bij
het handgeschreven verslag van de trektocht tot in het zuiden van
Frankrijk door de rekruut Romain BORREMANS
(8/6/1920) uit Overijse.

SCHUERWEGEN
Paul, Alva
te Overijse,
p. 75-76.

Verhaal
van een conflict tussen de stad Leuven en de hertog van Alva. Uit
documenten hiervan blijkt dat Alva een tijd te Overijse verbleef.

CLABOTS
Albert, De eerste fransgezinden te
Overijse, Hoeilaart en
Jezus-Eik,
p. 77-81.

Aan
de hand van een bundel documenten, bewaard in het A.R. te Brussel,
wordt nagegaan wie de eerste aanhangers waren van de Fransen, toen
zij onze streken annexeerden op het einde van de 1& eeuw.

ERKENS
Michel, De uitbreiding van de
druiventeelt anno 1880,
p. 81-85.

Aan
de hand van de landbouwtelling van 1880 en van de belastingen die de
Hoeilanders in 1884 betaalden, wordt gepoogd de verspreiding van de
druiventeelt anno 1880 te evalueren en een beeld te geven van de
winsten van de eerste druiventelers.

BOCK
STAL Stefaan, Maleizen
en Bakenbos. De dappere
Wielrijders van Maleizen, p. 85-87.

Een
korte historiek van “De Dappere Wielrijders
van Maleizen”, een vereniging die bloeide in de jaren
1910, De gegevens werden geput uit documenten in het gemeentelijk
archief,

ERKENS
Michel, De bevestiging der Hoeilaartse vrijheden is 600 jaar oud
(17 mei 1383), p. 88-93.

Afdruk
van een kopie van de akte anno 1383,
waarin de toenmalige hertogin van Brabant, Johanna, de vrijheden die
de Hoeilanders toen reeds genoten, bevestigde.

DENAYER
Raymond, Voor 200 jaar
overleed Maria-Theresia van Horne,
p. 93-96.

Korte
biografische schets van Prinses Maria-Theresia van Horne, Vrouwe van
Yssche, de laatste naamdraagster van het geslacht der Hornes, die op
19 juni 1783 te Parijs overleed en
daar ook begraven werd.

JAARGANG
VII (1983), nr, 3

DENAYER
Raymond, Hendrik Conscience herdacht, p.
98-105.

Bijdrage
gewijd aan de Vlaamse schrijver HENDRIK
CONSCIENCE, die in 1883 overleed. De druivenstoet en de
druivententoonstelling 1983 te
Overijse hebben dan ook
als thema Hendrik Conscience.

VERSLUYS
Luc, Enkele aspecten van de
Mariaverering in de streek van
Zoniën tijdens de 18e en 19e eeuw,
p. 106-111.

In
een eerste bijdrage van deze reeks, gewijd aan de Mariaverering in
onze streken, wordt aandacht besteed aan de kapel van O.-L.-Vrouw-van-Loretto aan de priorij van Groenendaal en aan de kapel
van Welriekende.

CLABOTS
Albert, Afbraak en wederopbouw van Overijse in 17681769, p.
112-115.

Overzicht
van de werken die in de jaren 1768-1769 werden uitgevoerd om de
aanleg van de steenweg van Waver naar Brussel mogelijk te maken en
meer bepaald de werken aan het gedeelte in het centrum van Overijse.

BORREMANS
Romain, Met een schacht op de
dool (2),
p. 115-120. Vervolg van het verslag van de trektocht
tot in het zuiden van Frankrijk door de rekruut Romain BORREMANS uit
Overijse.

VANDE
PUTTE Guy, Nogmaals Tombeek.
Tombeekheide tussen Overijse en Waver (3),
p. 121-125.

Relaas
van de verwikkelingen, hoofdzakelijk in de XVIIIe eeuw, i.v.m. het
grensconflict tussen Overijse en Waver aan de Tombeekheide, vanuit
Tombeeks oogpunt bekeken.

BOCKSTAL
Stefaan, Een meestergast-serrist aan de schrijftafel, p.
126-132.

Fragmenten
uit het dagboek van D. GILLEYNS uit Hoeilaart, een neef van Felix
Sohie en meestergast op diens serrebedrijf. Dit tijdsdocument is
vooral interessant voor enkele wetenswaardigheden over de
druiventeelt voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog.

LAMAL Danny,
Op zoek naar verdwenen helden, p. 133-135.

Verslag
van een zoektocht naar de preciese begraafplaats van de grootoom van
de auteur, Modest KUMPS, die op 1 november 1914 sneuvelde te
Oud-Stuivekenskerke.

REDACTIE,
Nawoord en toch reeds …
voorwoord,
p. 135. Aankondiging
dat Zoniën, jaargang VIII (1984), nr. 2, volledig gewijd
zal zijn aan Terlanen.

ERKENS
Michel, Een beschrijving van de heerlijkheid Terheide uit
1531,
p. 136-143.

Een
overzicht van de bezittingen en de rechten van de heer van Terheide
in 1531, aan de hand van een document, gedateerd 30 januari 1531 en
van de kopieën van andere akten, respectievelijk uit 1424 en
1429, die bewaard worden in het A.R. te Brussel.

DENAYER Raymond,
Vivat Marlijsen!, p. 143.

Aankondiging van de tentoonstelling in de Jongensschool van Maleizen, als
start van de herdenking “Overijse, 750 jaar Vrijheid”.

DENAYER Raymond,
Vraag en antwoord, p. 144.

Er
is een antwoord gekomen op de vraag die in Zonięn, jaargang
VI (1982), nr. 2 werd gesteld naar de betekenis van een
Malbrouckwagen, wat een soort textielkar zou zijn.

JAARGANG
VII (1983), nr. 4

VERSLUYS
Luc, Editoriaal, p. 146-147.

De
voorzitter van “Het Glazen
Dorp” deelt mee dat de abonnementsprijs ook dit jaar onveranderd
blijft.

VANDE
PUTTE Guy, Bijdrage tot de
vroegste geschiedenis van het Bonten Os-pand,
p. 148-155.

De
auteur toont aan dat het Rood huis niet mag verward worden met de Bonten Os. Beide gebouwen behoorden
in de 15e eeuw toe aan de familie WILDEMANS, alias DE BECKER. Een
onomastisch onderzoek naar oorsprong, bewoners en benaming van DE
BONTEN OS,

VERSLUYS
Luc, De mislukte samenzwering tegen Alva te Groenendaal in 1568,
p. 156-159.

Verslag
van de mislukte poging tot aanslag op de persoon van de hertog van
Alva te Groenendaal in 1568, aan de hand van het werk Histoire de
la Guerre de Flandre, escrite en latin par Famianus STRADA,
de la Compagnie de Jésus. Premier Décade. Mise
en Français par P. Du-Rier
(tweede boekdeel. Parijs,
1675).

BORREMANS
Romain, Met een schacht op de
dool (vervolg en slot),
p. 160-164.

Vervolg van het verslag van de vlucht van een Belgisch soldaat
naar
Frankrijk in de meidagen van 1940, na de inval van de Duitsers
in België.

WILLAERT
Carine, Lotelingen van Overijse anno 1702. p. 165-169. In het
begin van de 18e eeuw ontstonden er internationale verwikkelingen
i.v.m. de opvolging van de kinderloze Spaanse Habsburgers. De
troepenmacht van de Zuidelijke Nederlanden werd versterkt met
eenheden van een nationale militie, die door het platteland geleverd
werd via een systeem van loting. Hierbij ook een aantal jongens uit
Overijse.

ERKENS
Michel, Inventaris van
Hoeilaartse straatnamen,
p. 170177.

De
eerste Hoeilaartse straatnameninventaris uit de Hollandse periode.
Het origineel dateert van 4 maart 1821.

VERSLUYS
Luc, Enkele aspecten van de
Mariaverering in de streek van Zoniën in de 18e en 19e eeuw,
p.
178-182.

De
vroegere kerk van Hoeilaart, in 1870 door de huidige vervangen, bezat
een Mariakapel. Vermits het klooster van Groenendaal het “Cloester
van Onser Lieven Vrauwen ten Groenendaele in Zoenien”heette
en geheel toegewijd aan de H. Maria, kan men veronderstellen dat de
priesters van de priorij misschien wel aan de oorsprong lagen van
bedoelde “kapellerij binnen de kerk van Hoolaert”.

CLABOTS
Albert, Akkoord tussen ‘s
Hertogendal en Overijse in 1708,
p. 183-184.

In
1703 kwam een einde aan het proces tussen de abdij ’s Hertogendal te
Hamme-Mille, tiendheffer van Sint-Martinus, en de gemeenschap van
Overijse i.v.m. de restauratie van de parochiekerk die in 1692 was
afgebrand. Blijkbaar werd slechts in 1708 een definitieve
overeenkomst bereikt, zoals blijkt uit de akte, verleden voor notaris
DE RIDDER.

DENAYER
Raymond, In dit Lutherjaar
1983: bedenkingen over Lipsius, Marnix en Leopold I,
p. 185-190.

Ter
gelegenheid van de 500e verjaardag van Luthers geboorte wordt
aangetoond dat verre uitlopers van dit godsdienstdrama ook te
Overijse nog waarneembaar zijn. Justus Lipsius werd in zijn jeugd
duidelijk beinvl0ed door Luther en het protestantisme, waarvan ook
Leopold I, koning der Belgen, en hofmaarschalk Charles Marnix van
Sint-Aldegonde, eveneens aanhangers waren.

JANSSENS
Guy, Oude dialectwoorden (5):
de uitspraak van grecht, bekker en kèès,
p. 191.

Deze
umlautsvormen onderscheiden het Zuidwestbrabants dialect van de
andere streektalen uit Vlaanderen.

HEMELEERS
Marcel, Overijses dorpsbeeld vroeger, p.
192.

Enkele
bewijzen ter staving van de hypothese van J. VERBESSELT
dat tot de 12e eeuw vanuit Overijse handel werd gedreven met
Leuven via de Walenweg en de bevaarbare IJse.

JAARGANG
VIII (1984), nr. 1

VERSLUYS
Luc, Editoriaal. Over enkele blijde
gebeurtenissen,
p.
2-9.

Aankondiging
van een belangrijke vondst
in de Hoeilaartse Kerkstraat, nl. de overblijfselen van
een muur die gebouwd werd rond het kasteel van de hertogen van
Brabant, afgebroken in 1503.

Het
Hoeilaarts Heemkundig Museum is ook een belangrijke aanwinst rijker,
nl. een gipsen reliëfplaat van
de Groenendaalse priorij anno 1649.

VANDE
PUTTE Guy, De “Vuurmolen” van
Overijse, oudste betonnen
fabriek van België (1) is tachtig jaar oud en …
verkrot, p. 10-18.

Een
onderzoek naar de juiste bouwdatum van de
Overijsese vuurmolen (“Meunerie Stevens at Decoster”)
en naar de mogelijke inbreng van
Duitsers bij de bouw (1902-03). De
activiteiten van deze vuurmolen werden
gestopt in 1954.

DEROM
Maurits, Het bijgeloof in vroegere tijden, p. 19-21.

Het
relaas van een duivelbezwering te Hoeilaart rond de dertiger jaren in
de wijk Terdelle. De auteur was hierbij getuige.

DENAYER
Raymond, Rondvraag aan onze
lezers,
p. 21.

Vraag
naar meer inlichtingen over een ongeval dat gebeurde met een
leurder in de omgeving van de “IJzeren Kerk”.

CLABOTS
Albert, Schoolperikelen te
Terlanen,
p. 22-23.

Gedurende
de laatste weken van het jaar 1890 kwamen er op het gemeentehuis van
Overijse een aantal klachten binnen die betrekking hadden op Bruno
Louis DUPONCHEEL, schoolmeester te Terlanen. Hiervoor kreeg deze een
berisping.

ERKENS
Michel, Inventaris van Hoeilaartse straatnamen, p. 2431,

Vervolg
van de inventaris van Hoeilaartse straatnamen anno 1821. Hierdoor
krijgen we een beeld van de ordening der straten en wegen zoals die
bestond bij het begin der 19e eeuw vóór men aan de verharding ervan
begon.

DENAYER Raymond,
750 Jaar Vrijheid Overijse, de “Vrijheidscamme” en de
Vrijheidsput,
p. 32-42.

Geschiedenis
van de Vrijheidscamme (bierbrouwerij), die gehuisvest was in het
thans vervallen gebouw rechts op het einde van het blinde steegje aan
het Justus Lipsiusplein. Het eerste document betreffende deze camme
is een kopie van de verkoopbrief uit 1689.

VERSLUYS
Luc, Enkele aspecten van de Mariaverering in de streek van Zoniën
in. de 18e en 19e eeuw (IIe vervolg),
p. 43-48.

De
eredienst in de Mariakapel in Hoeilaart kwam in de loop van de 18e
eeuw in handen van de Augustijnen van de Windesheimerorde, waarvan
opvallend veel kloosters toegewijd waren aan Maria. De auteur haalt
eveneens enkele feiten aan uit de geschiedenis van de Sint-Annakapel
binnen het domein Hertoginnedal te Oudergem. De Sint-Annaverering is
immers moeilijk te scheiden van de Mariaverering.

JAARGANG VIII
(1984), nr. 2 TERLANENNUMMER

DENAYER
Raymond, Editoriaal, p. 50.

N.a.v.
het tweede eeuwfeest van de bouw van het “pastoreel huys”
in Terlanen, wordt dit Zoniënnummer volledig aan dit Overijsese gehucht gewijd.

‘s-Hertogendal
koopt de weg naar de pastorie, p. 51-53.

Uittreksel
uit de akte, gedateerd 27 september 1786 (4?) in verband met de
toegangsweg naar het “pastoreel huys” dat men van plan is
te bouwen.

CUYCKENS
Frans, Portret van Alexandrina
Van Dormael, abdis van ‘s-Hertogendal (1768-1787),
p. 54-56.

Beschrijving
van het schilderij, toegeschreven aan F.J. JACQUIN, gedateerd
1770-1780, waarop de abdis van’ s-Hertogendal (17681787) staat
afgebeeld.

VANDE
PUTTE Guy, Is abdis van
Dormael van Overijsese komaf?,
p. 57-58.

In
1628 wordt een Vandormael vermeld in de Overijsese parochieregisters.
Deze naam duikt nog een aantal malen in Overijse op. De vraag stelt
zich of er verwantschap bestaat met de abdis Van Dormael.

CUYCKENS
Frans, Hoe ontstonden kerk en
pastorie van Terlanen?
, p. 58-71.

Enkele
van de meest markante gebeurtenissen die zich bij de afwerking
der kerk hebben afgespeeld. Publikatie van een aantal documenten in
verband hiermee + lijst van personen, overleden tijdens het
cholerajaar 1857 + chronologische lijst van de pastoors van Terlanen.

CUYCKENS
Frans, Een priester uit
Terlanen: Jan-Ernest Magosse,
p. 72.

Korte
biografische schets van J. -E. MAGOSSE, geboren in Terlanen in 1872,
priester gewijd in 1896.

ERKENS
Michel, Pastoor Jan-Frans Nuewens, gewezen monnik van Groenendaal,
p. 72-73.

Pastoor
Jan-Frans Nuewens, die vele inspanningen deed om de priorij van
Groenendaal te laten voortbestaan, kwam in Terlanen terecht, na de
tweede uitdrijving van de monniken door de Fransen.

CUYCKENS
Frans, De schuttersbreuk van
Terlanen, p. 74-78.

Beschrijving
van de breuk van de
Sint-Sebastiaansgilde van Terlanen,
onlangs teruggevonden in het kostershuis van Terlanen.

“Chaerte”
of keure van de Terlanense schuttersgilde,
p.
79-84.

Overdruk van deze “chaerte”, het reglement
van deze vereniging.

Eedt
van de gulde-broederen,
p. 84.

Eed
van de gildebroeders, gedateerd 26 augustus 1713.

VANDE
PUTTE Guy, Het vroegere
dorpsbeeld van Terlanen. Proeve van onomastische reconstructie,
p.
85-104.

Opzet
van dit artikel is de configuratie van de oude dorpskom onder de
loupe te nemen aan de hand van originele toponymische en
anthroponymische gegevens. Terlanen was immers een (relatief) belangrijke agglomeratie, ontstaan aan de overgang van de Lane in het
domein Isca.

VANDE
PUTTE Guy en CUYCKENS
Frans, De oudste documenten op
de pastorie van Terlanen,
p. 105-110.

Afdrukken
van twee zeer oude archiefstukken die berusten in de Terlanense
pastorie en opklimmen resp. tot 1426 en 1543 (kopieën begin 17e
eeuw van andere akten).

ROSIER
Marcelle, Terlanen, mijn dorp, p. 111-116.

Enkele
historische gegevens i.v.m. Terlanen: ontstaan van het gehucht, de
kerk, het Hof ten Hove, het schepenhuis, de molens van het Hof ten
Hove, de kam of brouwerij, de school.

CLABOTS
Albert, Bouwstoffen voor de parochiale geschiedenis van Terlanen,
p. 117-120.

Aan
de hand van enkele documenten uit de bibliotheek van de
Rijksuniversiteit Gent en uit het A.R. te Brussel., wordt een licht
geworpen op het probleem van de zielzorg in Terlanen gedurende de 18e
eeuw.

LAMAL
Danny, Sprokkelingen uit Terlanen, p. 121-134.

Terlanen,
panoramisch gezien, p. 121-122.

Idyllische
beschrijving van Terlanen, volgens de auteur het kleinste maar ook
het mooiste gehucht van Overijse.

Anekdoten
uit vervlogen tijden, p. 122-124.

Enkele
gebeurtenissen uit het leven van Jozef DE
KEYZER, beter bekend
als Jef Lois, de schaarsliep, die als een echte lolbroek door
het leven ging.

Petrus-Arthur
Michiels zag eens peren hangen,
p. 125-126.

Anekdote uit het leven
van Petrus-Arthur MICHIELS, grootoom van de auteur, die op 27-jarige
leeftijd sneuvelde.

Resten
van Romeinse beschaving in Terlanen, p. 127-129.

In
1976 werden in de Moskensstraat, een deel van de vroegere Romeinse
heirbaan Cassel-Keulen, een aantal Romeinse muntstukken gevonden die
eertijds door passerende legioensoldaten verloren zijn.

Hoe
Terlanen bijna Terlaemen werd, p. 129-131.

Vóór
de Tweede Wereldoorlog bestonden er plannen om in Terlanenveld een
autocircuit te bouwen, dat “Parc National des Sports Albert I”
zou heten. Deze plannen werden evenwel niet doorgevoerd.

Spoils
of war, p. 131-134.

Beschrijving
van een aantal zaken die herinneren aan de aanwezigheid van het
Engelse leger te Terlanen tijdens WO II,
zoals tanks en soldatengraven.

PARIJS
Hilda en STEENSELS Mathieu, De aanleg van de nieuwe baan, p.
135-138.

Een
opstel, geschreven door het
Terlanens schoolmeisje, Hilda PARIJS, in 1939
over de aanleg van de betonbaan die zes jaar later beslissend zou
blijken te zijn voor de lokalisatie van het krijgsgevangenkamp.
Mathieu STEENSELS geeft
nog enkele technische inlichtingen i.v.m. de aanleg van de baan.

DENAYER
Raymond, De Engelse
soldatengraven te Terlanen,
p.
139-149.

Relaas
van de meidagen 1940 en de militaire gebeurtenissen die zich
afspeelden bij de laatste uitlopers van de verdedigingslinie “De
IJzeren Muur”. Beschrijving van de graven van de Engelse
soldaten die hier sneuvelden in het eerste oorlogsjaar.

JANSSENS
René en LAMAL
Danny, 21 juli
1941,
p. 150-154.

Gebeurtenissen
die zich afspeelden op 21 juli 1941 in Overijsecentrum en in
Terlanen, waarbij de Engelse soldaten, gesneuveld in 1940,
herdacht werden.

WILLAERT
Roger, Met de Beierij op reis
op 9 september 1984,
p. 155.

Aankondiging
van het programma voor de Beierij-uitstap
naar “Bachten
de Kupe” op 9 september 1984.

STROOBANTS
Francis, Pinksterfeesten op Bakenbos, p.
156. Programma van de feesten in de wijk Bakenbos op 9, 10 en 11
juni 1984, met als thema “Mensen van vroeger en nu”.

“Chaerte”
of keure van de Terlanense schuttersgilde,
p.
79-84.

Overdruk van deze “chaerte”, het reglement
van deze vereniging.

Eedt
van de gulde-broederen,
p. 84.

Eed
van de gildebroeders, gedateerd 26 augustus 1713.

VANDE
PUTTE Guy, Het vroegere
dorpsbeeld van Terlanen. Proeve van onomastische reconstructie,
p.
85-104.

Opzet
van dit artikel is de configuratie van de oude dorpskom onder de
loupe te nemen aan de hand van originele toponymische en
anthroponymische gegevens. Terlanen was immers een (relatief) belangrijke agglomeratie, ontstaan aan de overgang van de Lane in het
domein Isca.

VANDE
PUTTE Guy en CUYCKENS
Frans, De oudste documenten op
de pastorie van Terlanen,
p. 105-110.

Afdrukken
van twee zeer oude archiefstukken die berusten in de Terlanense
pastorie en opklimmen resp. tot 1426 en 1543 (kopieën begin 17e
eeuw van andere akten).

ROSIER
Marcelle, Terlanen, mijn dorp, p. 111-116.

Enkele
historische gegevens i.v.m. Terlanen: ontstaan van het gehucht, de
kerk, het Hof ten Hove, het schepenhuis, de molens van het Hof ten
Hove, de kam of brouwerij, de school.

CLABOTS
Albert, Bouwstoffen voor de parochiale geschiedenis van Terlanen,
p. 117-120.

Aan
de hand van enkele documenten uit de bibliotheek van de
Rijksuniversiteit Gent en uit het A.R. te Brussel., wordt een licht
geworpen op het probleem van de zielzorg in Terlanen gedurende de 18e
eeuw.

LAMAL
Danny, Sprokkelingen uit Terlanen, p. 121-134.

Terlanen,
panoramisch gezien, p. 121-122.

Idyllische
beschrijving van Terlanen, volgens de auteur het kleinste maar ook
het mooiste gehucht van Overijse.

Anekdoten
uit vervlogen tijden, p. 122-124.

Enkele
gebeurtenissen uit het leven van Jozef DE
KEYZER, beter bekend
als Jef Lois, de schaarsliep, die als een echte lolbroek door
het leven ging.

Petrus-Arthur
Michiels zag eens peren hangen,
p. 125-126.

Anekdote uit het leven
van Petrus-Arthur MICHIELS, grootoom van de auteur, die op 27-jarige
leeftijd sneuvelde.

Resten
van Romeinse beschaving in Terlanen, p. 127-129.

In
1976 werden in de Moskensstraat, een deel van de vroegere Romeinse
heirbaan Cassel-Keulen, een aantal Romeinse muntstukken gevonden die
eertijds door passerende legioensoldaten verloren zijn.

Hoe
Terlanen bijna Terlaemen werd, p. 129-131.

Vóór
de Tweede Wereldoorlog bestonden er plannen om in Terlanenveld een
autocircuit te bouwen, dat “Parc National des Sports Albert I”
zou heten. Deze plannen werden evenwel niet doorgevoerd.

Spoils
of war, p. 131-134.

Beschrijving
van een aantal zaken die herinneren aan de aanwezigheid van het
Engelse leger te Terlanen tijdens WO II,
zoals tanks en soldatengraven.

PARIJS
Hilda en STEENSELS Mathieu, De aanleg van de nieuwe baan, p.
135-138.

Een
opstel, geschreven door het
Terlanens schoolmeisje, Hilda PARIJS, in 1939
over de aanleg van de betonbaan die zes jaar later beslissend zou
blijken te zijn voor de lokalisatie van het krijgsgevangenkamp.
Mathieu STEENSELS geeft
nog enkele technische inlichtingen i.v.m. de aanleg van de baan.

DENAYER
Raymond, De Engelse
soldatengraven te Terlanen,
p.
139-149.

Relaas
van de meidagen 1940 en de militaire gebeurtenissen die zich
afspeelden bij de laatste uitlopers van de verdedigingslinie “De
IJzeren Muur”. Beschrijving van de graven van de Engelse
soldaten die hier sneuvelden in het eerste oorlogsjaar.

JANSSENS
René en LAMAL
Danny, 21 juli
1941,
p. 150-154.

Gebeurtenissen
die zich afspeelden op 21 juli 1941 in Overijsecentrum en in
Terlanen, waarbij de Engelse soldaten, gesneuveld in 1940,
herdacht werden.

WILLAERT
Roger, Met de Beierij op reis
op 9 september 1984,
p. 155.

Aankondiging
van het programma voor de Beierij-uitstap
naar “Bachten
de Kupe” op 9 september 1984.

STROOBANTS
Francis, Pinksterfeesten op Bakenbos, p.
156. Programma van de feesten in de wijk Bakenbos op 9, 10 en 11
juni 1984, met als thema “Mensen van vroeger en nu”.

JAARGANG
VIII (1984), nr. 3

VERSLUYS
Luc, Editoriaal. Twintig jaar later, p.
158-161.

Op
13 maart 1964 werd het Heemkundig Museum te Hoeilaart ingehuldigd. Er
wordt eveneens een overzicht gegeven van de activiteiten van de
Hoeilaartse Heemkundige Kring gedurende die twintig jaar.

ERKENS
Michel, De ontvolking te Hoeilaart in
1578-1585,
p. 162-165.

In
1578 verlieten vele Hoeilanders hun dorp.
Zij vluchtten voor het oorlogsgeweld
tijdens de godsdienstoorlogen onder Filips II. Deze vlucht heeft
grote gevolgen gehad voor de toestand van het dorp.

DEROM
Maurits, De keizer van Terdelle, p.
166-167.

Enkele
anekdoten uit het leven van één van de kleurrijkste
figuren uit de wijk
Terdelle: Rochus DENlES, bijgenaamd Kalit, schaliedekker van beroep.

VERSLUYS
Luc, Ken je Zoniën, p.
168-169.

Geschiedenis
van de Visart-beuk langsheen de weg van de Schone Eik, die tijdens de
nacht van 14 op 15 november 1969
door een storm werd geveld.

MAZIERS
Michel, De afpaling te Groenendaal, p.
169-173.

Resultaten van het onderzoek naar de
overblijfselen van het afpalingssysteem van het woud. Dit systeem
was vanaf de regering van
Keizer Karel in voege.

VERSLUYS
Luc, Enkele aspecten van de Mariaverering in de streek van Zoniën
in de 18e en 19e eeuw (111),
p.
174-180.

De
“O.L.Vrouwekapel ten Zavel”, ook genoemd “de kapel met
de
houten klok”,
bevindt zich op de weg naar Roklooster, op de berg van Overijse en
Tervuren, juist aan de splitsing van
de wegen.

Over
de Mariaverering aldaar beschikt men
echter over zeer weinig gegevens.

DENAYER
Raymond, Editoriaal. p. 181-183.

In
het tweede deel van dit nummer
wordt 750 Jaar Vrijheid Overijse herdacht.

CLABOTS
Albert, De Vrijheidshalle van
Overijse,
p. 184-204.

De
auteur staaft de stelling dat in
Overijse twee hallen hebben gestaan:

1.
Het “Steynen Huys”, alias ’s coninckx huys, eigendom van de centrale
overheid.

2.
De “Halle” of het
“Vreyheyt Huys”, eigendom van de Vrijheid. Dit laatste
gebouw, gelegen op het hoogste gedeelte van het huidige Justus
Lipsiusplein, rechtover het gemeentehuis, brandde af in 1692
en kon niet heropgebouwd worden
om financiële redenen. Bouwmeester in 1530-37 was Claes
VAN DER HEYDEN.

CLABOTS
Albert, Ruzie rond de wip te
Overijse,
p. 207.

Relaas
van een dispuut tussen een aantal leden van
de schuttersgilde en een zekere
Hendrik CORNELIS in verband met het
afschieten van “vrije vogels”,
waarschijnlijk bijkomende prijsvogels die naast het aantal verplichte vogels op de wip kunnen geplaatst worden.

VANDE PUTTE Guy, De
vrijheidsvesten van Overijse, p.
207-219.
Een onderzoek naar
het tracé van de vestingen van de Overijsese Vrijheid, op
basis van een uitvoerige toponymische enquête en van
de restanten die er vandaag de dag nog naar zouden verwijzen.

DENAYER
Raymond, De Schuttershof der
Vrijheid Overijse, p. 220230.

Historiek
en beschrijving van de Kardaan,
oefenhof en eigendom van de befaamde Sint-Sebastiaansgilde, wier
lokaal, de “Schutterscamere” , als onderdeel van de Vrijheidshalle, praktisch op een boogscheut daarvandaan gelegen was.

CLABOTS
Albert, Poortersbrieven te
Overijse in de 17e
eeuw, p. 231-236.

– 56

Enkele gegevens over
de poorterij, een instelling die haar oorsprong vindt in het verlenen
van de vrijheidskeure van Overijse. In bijlage een afschrift van 2
poortersbrieven uit de 17e eeuw.

JANSSENS Guy,
Oude dialectwoorden (6): (H)ANNEKE, p. 237-238. Oorsprong van
de dialectische volksbenaming voor ekster.

DENAYER
Raymond, En de (h)anne(kes)
blijven maar tateren,
p. 238.

In
een artikel van het heemkundig tijdschrift van de gemeente Erpe-Mere
wordt een verduidelijking gegeven van het dialectwoord “Nen
Ennen” (een Vlaamse gaai>.

CLABOTS
Albert, Wolvenjacht te
Overijse,
p. 239-240.

Relaas
van een wolvenjacht die plaats had in 1712, aan de hand van gegevens
die Judocus-Thomas DE WINT, griffier van Overijse, in zijn registers
neerpende, tussen de ambtelijke teksten in.

JAARGANG VIII
(1984), nr. 4

DENAYER
Raymond, Editoriaal, p. 242-245.

Eresaluut
aan de voorzitter-stichter van de “Beierij van IJse”,
Guy VANDE PUTTE, die ontslag nam als voorzitter, wegens familiale
omstandigheden. Bespreking van het geschenk dat de steunleden van
Overijse zullen ontvangen.

VERSLUYS
Luc, Welriekendedreef ten
tijde der Romeinen.
p. 246249.

De
auteur stelt als hypothese dat de weg van Hoeilaart naar Bosvoorde
wellicht door de Romeinse overheerser reeds gekend was, zoniet door
hem ontworpen en uitgevoerd. Op deze vragen is evenwel nog geen
sluitend antwoord gevonden.

HEMELEERS Marcel,
Een ontmoeting achter de IJzer, p. 249-250. De zonen van
frontmakkers uit de Eerste Wereldoorlog, die nooit van elkaars
bestaan hebben geweten, ontmoeten elkaar in het Heemkundig Museum
Bachten de Kupe te Izenberge.

CLABOTS
Albert. Een Molenhistorie of Hoeilaart contra Groenendaal,
p. 251-253.

De
Augustijnermonniken van Groenendaal gaven voor het malen dikwijls de
voorkeur aan molenaars van Terhulpen, Bosvoorde en Carloo, boven deze
van Hoeilaart. Uit de nagelaten protocollen van notaris J.J. VAN DE
VELDE blijkt dat dit helemaal niet naar de zin van de Hoeilanders
was.

DEPRE
Jozef, Een halve eeuw geleden: ook werken aan de staatsbaan 53, p.
254-255.

Publikatie
van het besluit van 17 februari 1934 door de burgemeester van
Overijse, Em. TAYMANS, i.v.m. de werken aan de staatsbaan Leuven-Terhulpen , waar ook nu in 1984 moderniseringswerken aan de gang
zijn.

CLABOTS Albert, Geen
beste dag voor meier Crabeels,
p. 256-259. De auteur poogt, aan
de hand van een document gevonden in het A.R. te Brussel in het fonds
“Notariaat Generaal Brabant”, een antwoord te vinden op de
vraag waarom op 24 juni 1790 de nieuwe burgemeester en schepenen van
Overijse, hun eed niet aflegden tegenover meier CRABEELS, als
vertegenwoordiger van de heer van Overijse.

DEHAEN
Roger, Processiemijmeringen,
p. 260-263.

N.a.v.
een bezoek aan het huidige rusthuis Mariëndal, dat vroeger
dienst deed als klooster, herinnert de man zich vroegere processies,
waarbij de “Mamères” van het klooster een belangrijke rol speelden.

ERKENS
Michel, Een franstalige
onderwijzer te Hoeilaart,
p. 264-266.

Perikelen
rond de benoeming van een hulponderwijzer in Hoeilaart, die
Vlaamsonkundig bleek te zijn. De heer DARTEVELLE gaf les aan de
gemeenteschool van begin 1875 tot juni 1877.

DENAYER Raymond, Ik heb een boek
van Lipsius gelezen,
p. 267-273.

Recensie
van een der meesterwerken van Justus Lipsius “De Constantia in
rebus malis”, dat in 1584 te Leiden, bij Plantijn, verscheen.
Schets van de omstandigheden waarin dit boek geschreven werd.

ERKENS
Michel, Globale bevolkingsaangroei te
Hoeilaart tussen 1300
en 1800,
p. 274-279.

De
evolutie van het aantal inwoners te
Hoeilaart wordt in het eerste deel van deze bijdrage geschetst aan de
hand van de cijnslijsten uit de 14e eeuw en van de volkstellingen uit
de 15e en 16e eeuw.

VERSLUYS
Luc, Enkele aspecten van de
Mariaverering in de streek van Zoniën in de 18e en 19e eeuw
(IV),
p. 280-288.

Enkele
citaten uit de werken van C. VAN DER
VIJVER, Wandelingen in en om Brussel
benevens uitstapje naar Gent en
Brugge in den jare 1823, Amsterdam, 1823, en van V. DE BUCK,
Het Christelijk Hoolaert,
Brussel,
1855, over de Mariaverering in de streek
van Zoniën.

JAARGANG IX
(1985), nr. 1

DENAYER
Raymond, Editoriaal, p. 2-3.

Aankondiging
van een aantal activiteiten voor 1985: het Interdorpenspel, de
Romeinse maaltijd enz.

CLABOTS
Albert, Op stap met
de patriotten van Overijse,
p. 49.

Uit
de gebeurtenissen die zich afspeelden te Overijse tijdens de
Brabantse Omwenteling, blijkt dat de
patriottische opwelling er
eerder gering te noemen was. Deze houding
is waarschijnlijk te verklaren door het
feit dat Prins Frederik van Salm-Kyrburg en
zijn meier, J.J,C.A.
CRABEELS niet erg enthousiast waren voor de behoudsgezinde Statisten die toen aan de winnende hand waren.

CLABOTS Albert, Een
kind op de messink te Overijse
, p9-10

In 1717
werd een pasgeborene zowel door zijn moeder als door
zijn vader, die niet gehuwd waren, verlaten.
Door een beslissing van de schepenen werd
het kind toevertrouwd aan een voedster.

ClABOTS Albert,
Ruzie tussen meier en schepenen te Overijs, p
10-11.

Uit een archiefstuk
dat berust op het A. R. te Brussel, blijkt dat meier J.J.C.A. CRABEELS niet al te best kon opschieten
met de schepenen van de Vrijheid.

DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorpsleven: burgemeester Jean-Baptiste
Charlier, alias Tiske Wit, p. 12-18.

Korte
biografie van Jean-Baptiste
CHARLIER. Een overzicht van zijn politieke
activiteiten en verwezenlijkingen die tijdens zijn ambtsperiode het
licht zagen.

DENAYER
Raymond, Vuyt sunderlinge gratie des
Keysers,
p. 1926.

Afdruk
van een document, bewaard in het
Stadsarchief van Leuven, waarin
Keizer Karel aan Overijse de
aloude vrijstelling van het lepel recht herbevestigt . Deze akte is
gedateerd op 7 juni 1547.

ERKENS
Michel, Globale bevolkingsaangroei te
Hoeilaart tussen
1300 en 1800 (vervolg + slot), p. 27-38.

De
bevolkingsevolutie in de 17e en 18e
eeuw wordt nagegaan aan de
hand van parochieregisters en de tellingen
uit de 17e en 18e eeuw. Er wordt eveneens een vergelijking met
Overijse gemaakt.

VANDE PUTTE Guy, Een
molenaarshistorie van over de
taalgrens,
p. 39-42.

Oproep
tot het verzamelen van gegevens i.v.m. de tewerkstelling
van Overijsenaars in de
“Papeteries de Genval”
, opgericht in
1904. Deze onderneming kende een
grote bloei tijdens het
Interbellum.

VERSLUYS
Luc, Enkele aspecten van de
Mariaverering in de streek van Zoniën
in de 18e en 19e eeuw (V>,
p. 42-48.

Aan
de hand van de beschrijving van de
processie te Brussel, stelt de auteur
dat de burgerij en de adel
blijkbaar bepaalde initiatieven namen
om de drang naar materiële
veiligheid bij de volksmens te
oriënteren naar d”, H. Maagd om alzo te ontsnappen aan de
werkelijke bijstandsverlening. Verder wordt aandacht besteed aan de 0.-L.- Vrouwkapel Van Stokkel.

JAARGANG IX
(1985), nr. 2

VERSLUYS
Luc, Editoriaal. Voor een
ecologische benadering van de
heemkunde, p. 50.

Een
overzicht van de artikels die in
dit nummer van Zoniën zijn opgenomen.

VANDE
PUTTE Guy, De Habsburgse
landvoogden en Overijse,
p. 5153.

Uit een document in het
Notariaat-Generaal van Brabant blijkt dat een Overijsenaar in het
midden van de XVIIe eeuw
hofbarbier was te Brussel, ten tijde van Leopold-Willem, aartshertog
van Oostenrijk. Deze landvoogd was zeer populair en lag aan de
oorsprong van menige herbergbenaming,
ook te Overijse. Dit herbergpand kon evenwel nog niet precies
gelokaliseerd worden.

DEPRE
Jozef, Een halve eeuw terug,
p. 54-55.

Een
aankondiging voor een “Vlaamse Kermis” in
1935 ten voordele van de “noodlijdenden en werkloozen”
van Overijse, georganiseerd door het Nationaal Hulpcomiteit
– afdeling Overijse.

VANDENBORRE
Roger, Aspecten van natuurhistorie in het Zoniënwoud, p.
56-60.

Bijzondere
aandacht wordt besteed aan de “ongeschonden of originele bodems
en reliëf van het Silva Carbonaria”. Het Zoniënwoud nu is de
enige plaats waar men nog het oorspronkelijke reliëf van de
Leemstreek kan zien en bestuderen.

DEROM
Maurits, Geschiedenis van de
Oudstrijdersbond Hoeilaart 1914-1918,
p. 61-79.

Daar
in de gemeente nog maar 4 oudstrijders in leven zijn, is het de
hoogste tijd om de geschiedenis van de Oudstrijdersbond Hoeilaart
1914-18 onder de loupe te nemen.
Aandacht wordt besteed aan het bestuur van
de vereniging en aan de bijzonderste activiteiten (overhandigen van
vaandel – gedenksteen gesneuvelden – sociale politiek enz.)

DENAYER
Raymond, Het wapenschild van
Overijse,
p. 80-86.

Een
overzicht van de verschillende zegels-gemeentewapens van Overijse,
Het oudste was in gebruik van 1300 tot 1422. Het huidige gemeentezegel
werd aan de gemeente toegekend
door Leopold I in een
diploma van 30 januari 1840.

DENAYER
Raymond, Het glasraam van
1574, p. 87-96.

Een
schets van de historische achtergrond van het wapenschild van
Overijse dat zich sedert 1574 bevond op het tweede glasraam van de in
1692 afgebrande en pas in het archief herontdekte Vrijheidshalle te
Overijse.

JAARGANG IX
(1985), nr. 3

VERSLUYS
Luc, Editoriaal. Muzikaal
handgeklap in Zoniën in 1736,
p.98-101.

Afdruk
van een document waarin wordt aangekondigd dat op 10 december 1736 te
Roklooster een cantate wordt
opgevoerd, waarbij het feit wordt bezongen dat in 1736 de nieuwe
prior van Roklooster met volledige algemeenheid van stemmen werd
verkozen.

DENAYER
Raymond, Werd Ruusbroec ooit
voorgedragen als pastoor van Maleizen?,
p. 102-107.

In
het A.R. te Brussel werd een brief gevonden waarin “de heer Jan,
priester” wordt voorgedragen als pastoor van de Kapelrij van
Sint-Judocus van Maleizen. De auteur onderzoekt de mogelijkheid dat
het hier gaat om Jan van Ruusbroec.

DEROM
Maurits, De IJzeren Kerk (Argenteuil) (1862-1941), p. 108112.

Op
5 april 1862 werd de IJzeren Kerk van Argenteuil, toegewijd aan
O.-L.-Vrouw-van-Argenteuil, opengesteld. Deze kerk werd, door het
materiaal waarin ze werd opgetrokken, een uniek kerkelijk monument,
doch werd afgebroken in 1942.

DEHAEN
Roger, Pastorale, p. 113-114.

Enkele
lyrische bedenkingen over het natuurschoon in Rozieren en Tombeek.

CLABOTS
Albert, Een sermoen dat stof
deed opwaaien,
p. 115-116.

Via
een protocol van notaris G. VAN DEN NESSE
is de inhoud bekend van een sermoen uit de 17e eeuw van de
onderpastoor van Overijse dat
een aanklacht was tegen
hen die de armen verdrukken. Hiertegen werd
door enkele notabelen sterk geprotesteerd.

VANDE
PUTTE Guy, – De Steenpoel en de Overijsese Vrijheidsputten, p
. 11 7 -1 24 .

Ter
verduidelijking en ter illustratie van een kaart anno 1777-78, waarop
de afbakening van de vrije warande van Zoniën wordt afgebeeld,
wordt een toponymische beschouwing gegeven over de
Steenpoel en de
Vrijheidssteenput op de Reutenbeek te Overijse.

ERKENS
Michel, De Hippodroom te Groenendaal: Een bijkomende kans voor de
Hoeilaartse behoeftigen,
p. 125-131.

Verslag
van de rellen die plaatsvonden in de hippodroom van Groenendaal
na de wedren van 24 maart 1901. Er werd tevens een regeling getroffen
tussen de gemeente en de uitbaters van de hippodroom dat een deel van
de winst werd overgedragen op de begrotingen van de C.O.O. en het
Godshuis.

DEHAEN
Roger, September, p. 132-134.

September
was in het verleden de maand van het graandorsen. De auteur geeft een
overzicht van het werk bij het dorsen van het graan.

CLABOTS Albert, Een
“divortie” te Overijse in 1783,
p. 135-136. Door een
akte van 23/10/1783, verleden t.o.V. notaris J.J. VAN DE VELDE, werd
het huwelijk tussen Michel RODANGE en Thérèse Joseph DU
FOSSEZ, ontbonden. Michel Rodange was ondermeier van Overijse.

VERSLUYS
Luc, Enkele aspecten van de Mariaverering in de streek van Zoniën
in de 18e en 19e eeuw (VI),
p. 137-144.

Ondanks
het feit dat Ukkel een paar kapellen telt, gewijd aan Maria, gingen
vele mensen vanuit Ukkel naar Stokkel om
genezing te verkrijgen van een bepaalde kwaal. Dit gold vooral
voor kinderen.

JAARGANG
IX (1985), nr. 4

DENAYER
Raymond, Op weg naar onze tiende jaargang, p. 146-149.

Een
overzicht van de activiteiten van de Beierij van IJse voor 1986.
Een oproep tot het werven van leden.

STEENSELS
Mathieu, Enkele gegevens en volksgebruiken rond de loting en de
loteling,
p. 150-155.

Een
overzicht van de verschillende lotingen die te Overijse plaats vonden
en van een aantal volksgebruiken die aan deze gebeurtenissen
verbonden waren b.v. om bij de loting een gunstig lot af te dwingen.

CLABOTS
Albert, Tragische “patroille” te Hoeilaart in 1698, p.
156-158.

Het
tragisch verhaal (taal incident incluis) van een te Hoeilaart
georganiseerde “patroille”, een soort burgerwacht. Door een
ongeval kwam een patroillelid, na onenigheid, om het leven.

DEHAEN
Roger, Van Zwervers en Leurders. Lowie, p. 158-161.

Een
van de zwervers die van deur tot deur liepen om hun koopwaar aan te
bieden, was Lowie, bekend en berucht in de ganse streek omwille van
het feit dat hij meestal dronken was en dan ook agressief werd.

DEROM
Maurits, De Hippodroom te Groenendaal, p. 162-171.

Op
28 maart 1888 verscheen in het Belgisch Staatsblad de wet die de oprichting van een renbaan te Groenendaal toeliet. De oprichting en
uitbating gebeurde door de SOCIETE DES STEEPLE CHASES DE BELGIQUE. De
renbaan betekende een grote bron van werkverschaffing voor een deel
van de Hoeilaartse bevolking die zich ermee nauw betrokken voelde.

FLUYT
Brigitte, De indeling van de beroepsbevolking te Maleizen in l900
of van landbouwer tot staatsgeleerde,
p. 172-178.

Uit
een overzicht van de bevolking te Maleizen in 1900 blijkt dat de tertiaire sector het best vertegenwoordigd was, gevolgd door de
primaire sector (landbouwers. serristen, dagloners).

DENAYER
Raymond, Onze tram stal de show, p. 179-182.

Verslag
van de stoomhappening die op zondag 22 september 1985 plaatsgreep
n.a.v. het 150-jarig bestaan van de Spoorwegen en het 100-jarig
bestaan der Buurtspoorwegen. Daar was ook de tram die vroeger tussen
Groenendaal en Overijse reed, te bezichtigen.

VANDE PUTTE
Guy, Het Justus Lipsiusplein rond 1900, p. 183-191. Aan de
hand van het getuigenis van zijn groottante, brengt de auteur de
mensen thuis die omstreeks 1900 gevestigd waren in de huizen rond het
Justus Lipsiusplein, dat op dat ogenblik nog de “Groote Plaats”
werd genoemd.

Twee
gelegenheidsvondsten uit het Kerkarchief.

ERKENS
Michel, Van een Heer die
teveel pretentie had,
p. 192.

In
1703 had de Hoeilaartse pastoor moeilijkheden met een nieuwkomer
die de communie wou ontvangen op de trappen van het altaar om zich
van het volk te distantiëren.

DENAYER
Raymond, Van een Monseigneur
die het reglement goed kende,
p. 192.

In
1817 werd aan een overledene te Overijse een kerkelijke begraafplaats
ontzegd door de vicaris-generaal omwille van zijn ongodsdienstige
levensloop.

JAARGANG
X (1986), nr. 1

VERSLUYS
Luc, Holaer 1186, p. 2-3.

In
1986 valt heel wat te vieren: de 10-jarige samenwerking tussen
Hoeilaart en Overijse voor de uitgave van het tijdschrift Zoniën,
het 800-jarig bestaan van Hoeilaart. In 1186 werd immers voor de
1e maal Holar vernoemd in een document.

VERSLUYS Luc,
Enkele aspecten van de Mariaverering in de streek van Zoniën
in de 18e en 19e eeuw (VII),
p. 4-11.

Na
een korte beschrijving van de kapel van Stokkel, analyseert de auteur
een tekst van de Nederlander C. VAN DER
VIJVER, waarin aangetoond wordt hoe het geloof, buiten
mirakelen en andere buitengewone omstandigheden, deel uitmaakt van
het dagelijks leven van de volksmens.

VANDE
PUTTE Guy, De Rozierenlinde
alias Le Tilleul,
p. 12-19.

Een
doorlichting van de “eeuwenoude Linde van Rozieren” , een
topografische bijzonderheid in de landelijke wijk Reutenbeek,
halverwege
Tombeek en Maleizen
enerzijds, Overijse en Rozieren anderzijds. Het oudste attest over
deze grensboom dateert uit de 16e eeuw.

DEROM Maurits,
De Hippodroom te Groenendaal (11), p. 20-27.

Tijdens
de oorlog 1914-18 is er op de renbaan nooit een munitiedepot geweest.
Na de oorlog werd er wel munitie aangevoerd om te worden ontmijnd.
Op 6 mei 1919 gebeurde er een verschrikkelijke ontploffing waarbij
vele doden vielen.

STEENSELS
Mathieu, Enkele gegevens en
volksgebruiken rond de loting en de loteling (vervolg en slot),
p.
28-33.

Enkele
middeltjes om zich vrij te loten. Bij
de laatste loting in 1909 werden nog zes jongens uit Overijse
uitgeloot. Er bestond ook een ganse reek~ lotelingenliederen.

VANHOREN
Jozef, Een merkwaardige
deurklopper,
p. 33-35.

De
deurklopper in de zit- en
werkkamer van de aalmoezenier van het rustoord “Mariëndal”
te Overijse is een merkwaardig, decoratief, historisch, heraldisch
pronkstuk en gebruiksvoorwerp uit vroegere tijden, dat naar Keizer
Maximiliaan van Oostenrijk verwijst.

VANDENBORRE Roger,
Historiek van de kapmethodes in het Zoniënwoud, p.
36-44.

Het
Zoniënbos, zoals het nu
bestaat, is het resultaat van vele jaren bosbouwbeheer en de
kapmethode is een belangrijk onderdeel van dat beheer. De
verschillende manieren van
kappen, die in het Zoniënwoud gebruikt werden, worden hier
toegelicht.

CLABOTS Albert,
De beslommeringen van een moleneigenares te Overijse, p.
45-48.

Gedurende
het laatste trimester van 1724 werden enkele mensen uit Overijse en
Hoeilaart uitgenodigd bij notaris G. VAN DE
NESSE om daar op aanvraag van mevrouw DE
MAN, eigenares van de molen van Overijse, een getuigenis af te
leggen betreffende molenaangelegenheden in Hoeilaart en Overijse.

JAARGANG X
(1986), nr. 2

VANDE PUTTE Guy,
Borchten, motten en kastelen te Overijse. De archivalische
stand van zaken bij het archeologisch speuren naar de Beiersmotte,

p. 50-73.

Status
Quaestionis van het archiefonderzoek i.v.m. de motte of waterburcht
van de ridders van IJse. De auteur wil in deze bijdrage aantonen dat
archiefbronnen tot hiertoe nog niets hebben prijsgegeven qua enige
datering of identificatie met “een” burcht, noch enig
verband hebben gelegd met de Beiers op die plaats.

DEROM
Maurits, De gebeurtenissen te Hoeilaart tijdens
WO I, p. 74-85.

Weergave
van de gebeurtenissen te Hoeilaart tijdens WO I, waarin aandacht
wordt besteed aan de zogenaamde “Slag te Welriekende” op 6
augustus 1914, aan de activiteiten van de “Garde Civique”
en aan de hulpacties ten voordele van de burgerbevolking
(soepbedeling – druppel melk – komiteit voor verdeling van eetwaren).

CLABOTS Albert,
Overijse leverde “milissiens” voor het Franse leger, p.
86-95.

In
de loop van de 18e eeuw voerden de Fransen in ons land een aantal malen
de dienstplicht in. In een bundel
van het Archief van de
Schepenbank, bewaard in het A.R.
te Brussel, vindt men talrijke inlichtingen
i.v.m. de “milissiens”, die geleverd werden door de Vrijheid
Overijse in het jaar 1747.

ERKENS
Michel. De eerste Hoeilaartse
beenhouwers 1795-1820, p.
96-102.

Aan
de hand van twee akten waarbij de vleesbanken van een markt te
Brussel verhuurd werden, gecombineerd met de
beroepsvermeldingen in de akten van de burgerlijke stand, kan een
tamelijk volledig overzicht gegeven
worden van de personen die als eersten naar deze nieuwe
stiel overstapten.

VANDE
PUTTE Guy, Een druivenmuseum te
Overijse 50 jaar na de eerste druivententoonstelling,
p. 103-105.

Een
terugblik op hoe Overijse vroeger uitpakte met haar druivenproduktie
en de afzet ervan probeerde te valoriseren. Tevens wordt hulde
gebracht aan druiventeler en propagandist van de Belgische Druif,
Paul RAUSSENS, die eveneens heel wat serristenalaam schonk aan het
Druivenmuseum.

VANDENBORRE
Roger, Heemkunde en heemtuinen (-parken), p. 106-109.

Bedoeling van dit artikel
is aan te tonen wat een heemtuin (-park) is en welke mogelijkheden
dit biedt voor heemkundige
kringen, scholen, V.V.V.’s en culturele verenigingen.

CLABOTS Albert, Een
nieuw altaar voor de Sint-Martinuskerk te Overijse,
p.
110-111.

Op
9 november 1687 werd voor notaris VAN DEN NESSE een overeenkomst
afgesloten voor het leveren en het plaatsen van een nieuw altaar voor
de Sint-Martinuskerk te Overijse. Dit altaar werd waarschijnlijk
vernield bij de brand van 26 april 1692.

VERSLUYS Luc, Enkele
aspecten van de Mariaverering in
de streek van Zoniën in
de 18e en 19e eeuw (VIII),
p.
112-118.

Na
enige uitleg over de “Arbre
Bénit” te Elsene, wordt aandacht besteed aan de bewogen
geschiedenis van een Mariabeeldje dat, volgens de
legende, aan een boom hing in een Brussels
beukenbos en dat later overgebracht werd naar het klooster van
O.-L.-Vrouw-ten-Vogelenzang.

CLABOTS Albert,
Oplevering van de pastorie te Overijse, p. 119. Een belangrijk
document over de bouw van de pastorie te Overijse, bewaard in het
A.R. te Brussel, dat waarschijnlijk het sluitstuk is van deze ganse
bouwgeschiedenis. Hieruit blijkt dat de pastoor zijn voorzorgen neemt
i.v.m. het toekomstig onderhoud van dit gebouw en
dit tegenover de tiendheffer, de abdij van ’s Hertogendal.

CLABOTS
Albert, Een “vigneron” te Overijse in de 18e eeuw, p.
120. Tussen de twee hoogtepunten van de druiventeelt te Overijse in
(nl. 16e eeuw – laatste
kwart van de 19e eeuw: druiventeelt onder glas) is
de druif evenwel nooit uit
het landschap verdwenen, zoals blijkt uit een notariële
akte, bewaard in het A.R. te
Brussel.

JAARGANG X
(1986), nr. 3

JANSSENS
René, Overijse rond de jaren dertig, p. 121-132.

Een
schets van de bewoners in de dert
iger j aren van de “proche”
van Overijse, nl. het Justus Lipsiusplein, Heuvelstraat, Rowiesstraat
en Coomansstraat.

ERKENS
Michel, De
familie Hinckaert in de Hoeilaartse geschiedenis,
p.
133-140.

Onderzoek
naar een mogelijke verwantschap tussen de verschillende Hinckaerts in
de Hoeilaartse geschiedenis uit de Middeleeuwen, aan de hand van een
genealogische schets, verschenen in het tijdschrift Brabantica.

CLABOTS
Albert, Petrus Josephus Taymans gaf zijn
leven voor zijn geloof,
p. 141-143.

Petrus
Josephus TAYMANS, geboren in 1751 te
Overijse, die tot priester werd gewijd en later de deken werd van
Sint-Pieters-Leeuw, steunde daadwerkelijk het verzet tegen de Franse
invallers. Hiervoor werd hij verbannen naar het eiland Ré,
maar overleed onderweg.

DEROM
Maurits, De velodroom van Welriekende, p.
144-150.

Na
een bondig overzicht van de wielersport in België vóór WO I,
schetst de auteur de bloei en de teloorgang van deze velodroom die
geopend werd op 9 mei 1909 en nog vóór het uitbreken van WO I
afgebroken werd.

DEHAEN
Roger, Een zomer: ’59, p.
151-152.

Herinneringen
aan de zomer van 1959, de mooiste zomer die de auteur ooit gekend
heeft.

VERSLUYS
Luc, Enkele aspecten van de Mariaverering in de streek van Zoniën
in de 18e en 19e eeuw (IX),
p. 153-161.

Een
blik wordt geworpen op de Brusselse hoofdkerk, waar in de loop van de
17e eeuw drie verschillende O.-L.-Vrouwbeelden vereerd werden. Verder
wordt de nodige uitleg verstrekt over het begrip “broederschap”.

DENAYER Raymond, Overijse,
sluit de rangen!,
p. 162-168.

Dit artikel wil aantonen hoe van oudsher “de nederzetting genoemd
Isca” een der oudste en belangr ij kste wooncent ra van Brabant
was, dat zich echter niet heeft kunnen bevestigen en zelfs door een
paar rampen een tijdlang in de vergetelheid geraakte.

REDACTIE,
Voor degenen die het nog niet zouden
weten,
p. 168. Aankondiging van
de tentoonstelling “Overijse 1940-45”, die gehouden wordt
van 10 tot 12 oktober 1986. N.a.v.
deze manifestatie verschijnt onder dezelfde titel een boek met
getuigenissen over deze periode.

JAARGANG
X (1986), nr. 4

BESTUUR
VAN DE BElDE HEEMKUNDIGE KRINGEN, Bij
het einde van een jaargang en het begin van een nieuw decennium,
p.
169-170. Aankondiging van een aantal
nieuwigheden die vanaf volgend jaar zullen ingevoerd worden.

WILLAERT
Carine, XVIIle eeuws oorlogsleed, p.
171-178.

Een
overzicht van de schade aangericht aan de inwoners uit Overijse en
bezittingen tijdens de twee grote opvolgingsoorlogen uit de eerste
helft van de 18e eeuw, nl. de Spaanse (1701-1714)
en de Oostenrijkse Successieoorlogen.

DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp: “De
Boontjes” (familie Vandenschrick), p. 179-187.

Enkele
anekdoten uit het leven van Victor, Pieter en Marie VANDENSCHRICK,
een merkwaardige familie uit Hoeilaart, die een zeer grote
gestalte hadden. De twee broers waren bovendien geduchte
boogschutters.

ERKENS
Michel, De stichtingsakte van het kasteel
de Quirini
(1894), p. 188-189.

Afdruk
van een kopie van de stichtingsakte van het kasteel van de Quirini,
gedateerd 4 augustus 1984.

DENAYER
Raymond, Overijse, sluit de rangen.
Vervolg en slot,
p. 190-206.

Aan
de hand van de parochieregisters en de registers van de Burgerlijke
Stand, worden tabellen opgesteld van geboorten, overlijdens en
huwelijken in de verschillende parochiekerken van Overijse. De zes
gemeentekernen zijn duidelijk uit één kerk ontstaan.

VERSLUYS
Luc, Ontginningen in Zoniën, p.
207-214.

Talrijke sporen in de bodem van het Zoniënwoud tonen aan dat de
grond doorzocht werd en voor allerhande doeleinden gebruikt werd. In
deze bijdrage wordt aandacht besteed aan de aanwezigheid van de
Romeinen in onze streken en aan hun activiteiten in het Zoniënwoud.

DEHAEN
Roger, The Last Post, p. 215-216.

N.a.v.
het overlijden van Jules MICHIELS, de laatst overgeblevene van de
Overijsese oud-strijders uit WO I, wordt hulde gebracht aan de
Vlaamse soldaten, die streden in de loopgrachten aan de IJzer.

JAARGANG XI
(1987), nr. 1

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Emile DENAYER-VANMOER (Miel van
Miskens)
, p. 50-64.

>De
wereldberoemde druif Leopold III werd – na een lange periode
van onderzoeken en experimenteren – voor het eerst geteeld door
de Hoeilander Emile Denayer. De toenmalige koning, Leopold III,
aanvaardde het peterschap van deze druif die ook naar hem genoemd
werd. De Leopold III druif werd de eerste maal aan het grote publiek
getoond in november 1937.

 

>CLABOTS
Albert, Men kwam de Lane niet over zonder tol te betalen, p.
65-67.

>De
Lane die vroeger een belangrijke rol had als grens, telde op het
grondgebied van Overijse 3 overgangen. Een door de auteur in het
Algemeen Rijksarchief teruggevonden document uit 1630 vermeldt de
voorwaarden van de verpachting van de tollen die geheven werden bij
het oversteken van de Lane in Overijse.

 

>DENAYER
Raymond, Steeds maar Tombeek, p. 68-73.

>De
familie Vandenscrieke-Vandenschrieck fungeerde een periode als
tolhouder van de overgang van de Lane in Tombeek. Verder poneert de
auteur de stelling dat de zuidelijke grens van Tombeek-Overijse in de
17e eeuw veel verder (zuidelijker) lag dan nu het geval
is.

 

>ERKENS
Michel, De brandschatting van Hoeilaart in 1691, p. 74-77.

>Toen
het leger van Lodewijk XIV de zuidelijke grens van de Spaanse
Nederlanden overgestoken was, eisten de Franse troepen die in
Hoeilaart gelegerd waren, in 1691 de betaling van een som geld.
Zoniet werd het dorp in brand gestoken. De Hoeilanders kwamen aan
deze eis tegemoet en gingen hiervoor zelfs speciaal een lening aan.

 

>WILLAERT
Carine, Over paarden, koeien, varkens en schapen, p. 78-85.

>Aan
de hand van belastingsrollen, bewaard in het Algemeen Rijksarchief
met vermelding van de sommen die de boeren en landarbeiders moesten
betalen in de 17e en 18e eeuw, verkrijgt men
gegevens i.v.m. de veeteelt in Overijse in deze periode.

 

>DEHAEN
Roger, Zoals het klokje …, p. 86-87.

>Enkele
bedenkingen over de verschillende weertypen die mogelijk zijn rond de
datum van Pasen.

 

>ERKENS
Michel, Bier … liefst zonder accijnzen, p. 88-89.

>In
het midden van de 16e eeuw vond men in Hoeilaart geen
kandidaat voor de openbare verpachting van de accijnzen op bier. De
Hoeilanders beweerden immers dat zij deze accijnzen niet moesten
betalen omdat zij enkel bier brouwden voor eigen gebruik en niet voor
de verkoop. Pas in 1566 wordt een kandidaat gevonden.

 

>HEMELEERS
Marcel, Provinciebaan 53 tijdens de Twee Wereldoorlogen, p.
90-92.

>Enkele
herinneringen van Overijsenaren aan de uittocht van de buitenlandse
troepen uit Overijse tijdens de beide wereldoorlogen.

 

>VERSLUYS
Luc, Ontginningen in Zoniën (deel 2), p. 93-99.

>De
auteur gaat dieper in op de tekst die geschreven stond op het votief
altaar, gevonden bij de afbraak van de vroegere Hoeilaartse kerk. Hij
besteedt in deze bijdrage vooral aandacht aan de betekenis van de
naam “Caius Appianius”.

JAARGANG XI
(1987), nr. 2

 

>DENAYER
Raymond, Van waar komt het woord “Beierij”?, p.
97-103.

>Over
de oorsprong van het woord BEIERIJ bestaan verschillende theorieën
maar geen enkele is doorslaggevend. De auteur probeert hier een nieuw
licht te werpen op deze oorsprong : beierij zou afgeleid zijn van het
woord “avouerie” – erfrecht. Waar in Overijse deze
Beiers gewoond hebben, is niet duidelijk.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Nestor Vanlier, stichter Brouwerij
Groenendaal
, p. 104-111.

>Nestor
Vanlier kocht in 1899 de Hoeilaartse Brouwerij Timmermans aan.
Gedurende bijna 60 jaar was deze Brouwerij Groenendael een begrip in
de gemeente. Na Wereldoorlog II kon dit familiaal bedrijf niet
optornen tegen de grote kapitaalkrachtige ondernemingen.

 

>CLABOTS
Albert, Nog over de “milissiens” van Overijse, p.
112-116.

>In
het A.R.A.B. werden 2 documenten gevonden die meer inlichtingen
verschaffen over de milissiens die in 1747 door de Vrijheid van
Overijse geleverd werden aan het Franse leger. De auteur schreef
hierover reeds een eerste artikel “Overijse leverde
“milissiens” voor het Franse leger” in Zoniën
(1986), nr. 2.

 

>DHONT
Beatrijs, De Hoeilaartse gemeentesecretarissen vanaf 1830, p.
117-121.

>Aan
de hand van de notulen van de Hoeilaartse gemeenteraad en het college
van burgemeester en schepenen wordt een chronologie opgesteld van de
Hoeilaartse gemeentesecretarissen.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan, p. 122-125.

>In
een voorwoord schetst Raymond Denayer de historische context van dit
onuitgegeven werk van de Overijsese heimatschrijver Victor Deveen :
de oorlog tussen Frankrijk en Duitsland die uitbrak in 1870 en die
eindigde met een zware nederlaag van Frankrijk.

>In
deze eerste aflevering verduidelijkt de auteur wat hem ertoe heeft
aangezet om naar het front in Sedan te vertrekken en te zorgen voor
de gekwetsten.

 

>VANNOPPEN
Henri, De eerste Quirini, p. 126-131.

>Ignace
Quirini, advocaat te Leuven, was de echtgenoot van Thérèse
Pangaert, een afstammelinge van de familie die tot op het einde van
de 18e eeuw de heerlijkheid Terheide bezat. Hij was
waarschijnlijk verwant met de familie de Quirini die een kasteel op
Smeyberg bouwde.

 

>DENIES
Ernest, Terdelle-kermis, p. 132-134.

>De auteur haalt enkele
anekdotes aan i.v.m. de wijkkermis in Terdelle op Pinksteren 1934.

 

>VERSLUYS
Luc, Ontginningen in Zoniën (deel 3), p. 135-138.

>De
auteur geeft een overzicht van werken die gepubliceerd werden over
Latijnse opschriften. Hij poogt hierin inlichtingen te vinden die
kunnen dienstig zijn bij het ontcijferen van de Latijnse inscriptie
op het votief altaar dat in Hoeilaart gevonden werd.

 

>WILLAERT
Carine, Toen de ooievaar nog langs kwam : geboorte en doop in de
Nieuwe Tijd
, p. 139-144.

>Enkele
bedenkingen over geboorte en doop in onze streek tijdens de 16e,
17e en 18e eeuw : de bevalling, de doop, de
naamgeving, de voeding van het kind.

JAARGANG XI
(1987), nr. 3

>EIZERNUMMER

 

>NACKERS
P. (Zuster Ursula), Het Sint-Jozefsinstituut, p. 146-175.

>Op
initiatief van de onderpastoor van Tervuren, E.H. Ratinckx, richtten
de zusters van de Voorzienigheid te Tervuren een weeshuis en
dorpsschool op in Eizer. Zuster Ursula schetst uitvoerig de historiek
van het Sint-Jozefsinstituut.

 

>NACKERS
P. (Zuster Ursula), Onze pastoors, p. 176-180.

>Enkele
inlichtingen over de verschillende pastoors van de parochie Eizer,
beginnend met pastoor Ratinckx (1882-1918) en eindigend met pastoor
Mommaerts die aantrad in 1970.

 

>HUYSEGOMS
Laurent, Het Hof te Eizer of “Gebroken Hof”, p.
181-193.

>Aan
de hand van verschillende akten wordt een overzicht gemaakt van de
verschillende eigenaars van dit vroeger zo belangrijke maar thans
nagenoeg volledig vergeten “hoff te Eiser”. De auteur
tracht een zo volledig mogelijke genealogie samen te stellen van de
erfgenamen van dit hof, vooral van de familie Decoster.

 

>COUDRE
Josse, Koninklijke Harmonie “Eendracht maakt macht”,
p. 194-196.

>Zeer
bondige historiek van deze muziekvereniging die in 1893 opgericht
werd. De Koninklijke Harmonie “Eendracht maakt macht” is
uitgegroeid tot een van de meest dynamische muziekverenigingen uit de
streek.

 

>WILLAERT
Roger, Het Fort Blanpain op de Ketelheide, p. 197-200.

>Tijdens
de Spaanse Successieoorlog, in de lente van 1707, werd op de
Ketelheide in Overijse, een kamp ingericht als verblijfplaats voor
een regiment militairen. Het terrein behoorde toe aan Niclaes
Blanpain. Een dergelijk kamp was een zware belasting voor de
gemeenschap.

 

>DENAYER
Raymond, De Sint-Rochuskapel te Eizer, p. 201-213.

>Het
document “Manuale Concernens Sacellum B.M.V. Ten Noode et
Sancti Rochi Confessoris in Eijseren sub Parochia De Vura Ducum”,
bewaard in het archief van Tervuren, geeft heel wat inlichtingen over
de geschiedenis van de kapel van Sint-Rochus in (Hoog)Eizer, die
thans nog steeds bestaat.

 

>DENAYER
Raymond, De Annalen van de Cruysboomkapel, p. 214-226.

>Publicatie
in extenso van een handschrift uit 1873 uit het kerkelijk archief van
Eizer dat de geloofspraktijken – vooral de devotie tot
Onze-Lieve-Vrouw van Jezus-Eik – in de Cruysboomkapel, aan het
kruispunt van de Ballingstraat en de Duisburgsesteenweg, belicht. De
auteur van dit document was hoogstwaarschijnlijk Henricus Hazaert uit
Eizer.

 

>DENAYER
Raymond, De kerk, p. 227-235.

>In
1873 wordt de parochie Eizer opgericht. De eerste pastoor, E.H.
Godts, begint al vlug met de plannen voor de bouw van een kerk, die
er pas komt in 1893.Tevens geeft de auteur een overzicht van de
geschiedenis van de 7 broederschappen of aanverwante instellingen die
bestaan of bestonden in de kerk van Eizer.

 

>WILLAERT
Carine, Van landbouwers, kleermakers, een “chauffeur
d’automobile” …of de indeling van de
beroepsbevolking te Eizer in 1900
, p. 236-239.

>Een
onderzoek naar de beroepsbezigheden van de Eizerse bevolking rond de
eeuwwisseling. In 1900 was Eizer een zeer landelijk gehucht waar de
druiventeelt nog geen ingang gevonden had.

 

>VERSLUYS
Luc, De schat van Eizer, p. 240-243.

>Een
gedetailleerde beschrijving van de munten die in 1953 in Eizer
gevonden werden door Raymond Cyriel Van Overloop. Deze munten, die
verstopt waren in een geheime bergplaats, dateren uit de 16e
eeuw, een zeer bloedige periode in onze geschiedenis.

 

>TIMMERMANS
Frieda, De familie Charlier en de perzikteelt, p. 244-253.

>In
1895 bouwde Felix Charlier 2 serren voor de teelt van perziken onder
glas. De jaren ’20 betekenden het hoogtepunt van zijn familiaal
bedrijf. Vanaf 1936 begon evenwel de teloorgang van de perzikteelt.
Men ging op zoek naar nieuwe teelten : druiven, kersen, appelen,
pruimen, peren … Wat er nu nog overblijft, vormt een zoete
herinnering aan de teelt waarin het kleine gehucht Eizer groot was.

 

>TIMMERMANS
Frieda, De levensgeschiedenis van Louis Vanzegbroek … of
“Eizers Technology” A° 1879-1956
, p. 254-259.

>Deze
uitbater van een klein landbouwbedrijfje zou, indien hij een eeuw
later geboren was, waarschijnlijk ingenieur geworden zijn of
wetenschappelijk vorser. Hij had een bijzondere interesse voor
allerlei nieuwigheden zoals een fototoestel, filmprojector, radio …
en experimenteerde zelf. Zo knutselde hij zelf zijn eigen radio en
broedmachine ineen.

 

>WYNANTS
Maurits, Het Duisburgse gehucht Waaienberg, p. 260-270.

>Volgens
de auteur is Waaienberg de vroegere naam van het gehucht van Duisburg
dat thans IJzer-Duisburg genoemd wordt. Dit gehucht hing kerkelijk af
van Tervuren maar behoorde bestuurlijk bij Duisburg. De auteur
overloopt tevens de diverse verklaringen van de benaming
“Waaienberg”.

 

>CLABOTS
Albert, De Heerlijkheid van Eizer in 1587, p. 271-282.

>In
een handschrift dat dateert uit 1587 en opgetekend is door Henrick
Stevens, staan heel wat interessante gegevens die ons een vrij
duidelijk beeld schetsen van de heerlijkheid van Eizer in het laatste
kwart van de 16e eeuw : lijst van de leenmannen van het
leenhof van Eizer, beschrijving van de heerlijkheid, aanduiding van
haar grenzen, opsomming van haar “leeger Jurisdictien”,
lijst van personen die aan de heer cijnsplichtig zijn. Dit
handschrift wordt bewaard in de Koninklijke Bibliotheek Albert I.

 

>SWERTS
Vic, De Volkstelling van 1693, p. 283-303.

>De
auteur geeft een overzicht van de resultaten van de volkstelling van
1693 in Overijse. Vermits Eizer een woonkern is die over 2 gemeenten
gespreid ligt, worden zowel het gedeelte van Overijse als dat van
Duisburg behandeld.

JAARGANG XI
(1987), nr. 4

 

>CLABOTS
Albert, Overijse : kantonhoofdplaats of niet?, p. 307-314.

>Het
verslag van meer dan een halve eeuw (Franse bezetting –
Hollands Bewind – begin van de Belgische Onafhankelijkheid)
getwist over de vraag of Overijse al dan niet hoofdplaats van een
kanton zou zijn.

 

>CLABOTS
Albert, Werd het “Hoff Tyser” voor het eerst
“gebroken” in 1859?
, p. 314-315.

>Aan
de hand van een document, bewaard in het ARAB, bewijst de auteur dat
het “Hoff Tyser” of het Gebroken Hof niet voor het eerst
verdeeld werd in 1859. Deze stelling moet worden aanzien als een
aanvulling op het in het speciaal Eizernummer verschenen artikel van
Laurent Huysegoms.

 

>VANNOPPEN
Henri, De eerste Quirini (vervolg en slot), p. 316-321.

>Een
overzicht van de politieke activiteiten van Ignace Quirini, professor
aan de Katholieke Universiteit van Leuven, gemeenteraadslid van
Leuven en volksvertegenwoordiger. Hij interesseerde zich vooral voor
de onderwijspolitiek en evolueerde in conservatieve richting.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Onze-Lieve-Vrouw-van-Mariëndal in het Begijnhof
van Overijse
, p. 322-327.

>Enkele
– al te schaarse – archivalistische gegevens nopens het
beeld van O.-L.-Vrouw-Hulp-der-Christenen, afkomstig uit de aloude
Begijnhofkapel dat thans in de kapel van het rusthuis Mariëndal
staat. Hoe oud dit beeld precies is, is nog niet uitgemaakt.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Jean-Baptiste Dewolf, alias Tist
den blinde, en Lucia Delporte, alias Lucia van den blinde
, p.
328-333.

>Jean-Baptiste
Dewolf was tewerkgesteld op de renbaan van Groenendaal maar had nog
tal van nevenactiviteiten : stoelenbiezer, loodgieter, officiële
lantaarnman van de gemeente … Lucia Delporte oefende haar
beroep van vroedvrouw uit tot 1937.

 

>DENIES
Ernest, Half-oogst processie in Terdelle, p. 334-336.

>Herinneringen
aan een memorabele half-oogst processie in Terdelle in het begin van
de dertiger jaren.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (II), p. 337-340.

>In
deze 2e aflevering beschrijft Victor Deveen hoe hij
ontvangen werd op het secretariaat van het Rode Kruis in Brussel,
waar hij zich aanmeldde als vrijwilliger voor hulpverlening aan de
gekwetsten op het slagveld van Sedan (september 1870).

 

>ERKENS
Michel, Het huis van de burgemeester, p. 341-344.

>In
een oude atlas, daterend uit het midden van vorige eeuw, is een
tekening opgenomen met als notitie “Maison du Bourgmestre de
Hoeilaert”. Het blijft evenwel gissen naar de juiste betekenis
van de tekening.

 

>DENAYER
Raymond, André Lamal, een Overijsenaar gevallen in de
Amerikaanse Burgeroorlog
, p. 345-352.

>In
de monografie The Flemish in Wisconsin – De Vlamingen in
Wisconsin
van Jeanne en Les Rentmeester worden enkele
familienamen vernoemd, afkomstig uit Overijse o.a. Lamal. In 1856
vertrok André Lamal met zijn gezin en zijn schoonouders naar
Amerika, wellicht om godsdienstige redenen. Zij vestigden zich in de
streek van Green Bay (Wisconsin).

 

>VERSLUYS
Luc, Jozef Bonalini, kunstschilder, p. 353-355.

>De
kunstschilder Jozef Bonalini, gehuwd met Josefina Brusselmans,
verbleef een aantal jaren te Hoeilaart, waar hij o.a. de
muurschildering in de oude pastorie maakte. In een artikel in de
krant Giornale del Partito conservatore-democratico, verschenen op
vrijdag 16 september 1938, vinden we tal van biografische gegevens
van deze artiest.

 

>VERSLUYS
Luc, Ontginningen in Zoniën (deel IV), p. 356-360.

>De
auteur gaat op zoek naar gelijkenissen in verschillende Latijnse
inscripties, gevonden op diverse votiefaltaren in België.Hij
komt aldus tot de conclusie dat de moedergodinnen “Cantrusteihiae”
niet zo dadelijk naar een volk verwijzen maar wel naar een geloof in
de macht van de eendracht, de noodzaak van trouw die men gezamenlijk
in ere wil houden.

JAARGANG XII
(1988), nr. 1

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Toontje de Facteur (Antoon GUNS),
p. 1-4.

>Het
levensverhaal van Antoon Guns (1875-1961) die postbode was maar ook
diverse nevenberoepen had zoals “tandarts” en kapper.
Zijn belangrijkste hobby was de paardensport.

 

>WILLAERT
Carine, De landelijke patrouilles te Overijse in de 18e
eeuw
, p. 5-11.

>De
landelijke patrouilles waren leden van de dorpsgemeenschap die door
de overheid werden opgeëist om de orde te handhaven en om in te
staan voor de veiligheid langs de openbare wegen. In deze bijdrage
schetst de auteur de samenstelling van dit politieapparaat uit de 18e
eeuw en verschaft zij nadere gegevens over de patrouilles van de
Vrijheid van Overijse.

 

>ERKENS
Michel, De Hoeilaartse pastorie : korte schets van haar ontstaan,
p. 12-16.

>Naar
aanleiding van het feit dat de oude pastorie wordt afgebroken, gaat
de auteur dieper in op de oorsprong van dit pand dat in 1687
aangekocht werd door de toenmalige pastoor Aegidius Mertens. Het
gebouw onderging echter heel wat veranderingen en werd zelfs
herbouwd.

 

>DENAYER
Raymond, De kraaien zullen het uitbrengen, p. 17-23.

>Het
verhaal van de Overijsenaar François Vanderkelen die in 1880
naar Australië uitweek. Hij stichtte daar het thans nog
bestaande handelshuis in diamanten “Vanderkelen en Cie”.
De auteur bevestigt dat François geboren werd in het
Lipsiushuis.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : De bornputmakers uit Maleizen
(Borreputmakers in de volksmond)
, p. 24-32.

>De
familie Bellicourt uit Maleizen stond bekend als vakkundige
aanleggers van bornputten : putten waaruit drinkwater werd gehaald.
In dit artikel wordt aangetoond hoe dergelijke putten werden gemaakt
en onderhouden.

 

>CLABOTS
Albert, Gijzelaars uit Overijse, p. 33-36.

>Tijdens
het Ancien Régime werd gijzeling door bepaalde
overheidspersonen gebruikt als methode om betaling van achterstallige
schulden te bekomen. In de geschiedenis van Overijse zijn een drietal
dergelijke gijzelingen bekend. De auteur bespreekt deze drie
gevallen.

 

>DENAYER
Raymond, Gelegenheidsvondst : Justus Lipsius’ ouders te
Overijse begraven
, p. 36.

>In
een handschrift, bewaard in de Koninklijke Bibliotheek Albertina,
wordt vermeld dat Justus Lipsius’ ouders begraven zijn in de
Sint-Martinuskerk van Overijse.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (III) , p. 37-40.

>Eens
de vrienden toelating hebben gekregen om te vertrekken, maken zij hun
papieren in orde. Zij nemen de trein richting Sedan.

 

>VERSLUYS
Luc, Ontginningen in Zoniën (deel V), p. 41-45.

>De
auteur gaat in dit deel verder in op de vraag hoe Romeinse
familienamen samengesteld en gevormd werden.

 

>CLABOTS
Albert, Een rijke oom uit … Amsterdam, p. 46-48.

>Jacob
Vanden Nesse “secretaris tot Overesse bij Bruijssel”
erfde van zijn oom in Amsterdam, Cornelis Claessz, een aanzienlijke
som geld, zo lezen we in een akte, verleden ten overstaan van notaris
J. Meerhout uit Amsterdam. Meteen worden hierdoor de genealogische
gegevens van Jacob Vanden Nesse aangevuld.

None

>Jaargang
XII (1988), nr. 2

 

>CLABOTS
Albert, De Processen om de “Heyde van Tombeek”, p.
109-131.

>Een
gelegenheidsvondst in het kader van het onderzoek naar de
geschiedenis van de familie Clabots, verschaft meerdere inlichtingen
over het dispuut en diverse processen tussen Tombeek en Waver met
betrekking tot het eigendomsrecht van de Tombeekheide. Het artikel
geeft een weliswaar niet volledig antwoord op de vraag waarom Tombeek
uiteindelijk het pleit heeft gewonnen.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp. De pottenbakkers van Hoeilaart
(familie RAES)
, p. 132-144.

>François
Raes, pionier van de Hoeilaartse pottenbakkerij, was leverancier van
alles wat met de bouw van serren te maken had. Hij bouwde tevens een
fabriekje waarin aarden buizen gemaakt werden die gebruikt zijn bij
de verwarming van de druivenserren. De pottenbakkerij Raes bleef
draaien tot 1979.

 

>DENIES
Ernest, Bijgeloof en kwajongensstreken, p. 145-147.

>De
auteur tekende een tweetal verhalen op die met bijgeloof te maken
hadden. Het eerste verhaal kende hij door overlevering, de tweede
gebeurtenis had hij zelf meegemaakt.

 

>VERSLUYS
Luc, De zaak Manteau of voorzichtigheid is geboden, p.
148-152.

>In
de herfst van 1924 werden een groot aantal schilderijen van Isidore
Verheyden ontvreemd uit het atelier van zijn schoonzoon Jean Vanden
Eeckhoudt. Enkele werken werden te koop aangeboden in galerij Manteau
(thans galerij Finck) in Brussel. Tijdens het proces werden zware
beschuldigingen geuit door de verdachten aan het adres van Jean
Vanden Eeckhoudt. Sommige van de gestolen werken duiken nu nog op in
het kunsthandelscircuit.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (IV), p. 153-156.

>In
Neufchâteau moeten de vrienden overstappen op een overvolle
postkoets. Daar maken ze kennis met een vrolijke reisgezel uit
Brugge.

Jaargang XII
(1988), nr. 3

 

>DENAYER
Raymond, Een Teniers te Overijse? p. 157-160

>Enige
uitleg bij een schilderij op een schouw van het Justus Lipsiushuis,
gemaakt door een zekere Teniers. Over welke Teniers het hier gaat, is
zeker niet duidelijk. De auteur hoopt dan ook op een reactie van
diegenen die hierover meer weten.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Oorlog en lichtgelovigheid. Van een efemere
Kristusdevotie en een blijvende Kalvarieberg te Overijse
, p.
161-167.

>De
auteur gaat op zoek naar de oorsprong van de
“Jezus-van-Gembloux-cultus” in de eerste helft van de 18e
eeuw in Overijse. Een mogelijkheid is dat deze cultus “geïmporteerd”
werd door de Horneprinsen. Een andere verklaring vond de auteur in
een artikel in een vooroorlogs nummer van “De Brabantse
Folklore”.

 

>ERKENS
Michel, Hoog bezoek op het kasteel, p. 168-172.

>Tijdens
de voor België woelige septemberdagen van 1830, verblijven Henri
de Merode en zijn familie een tijdlang op het kasteel van “Houlay”,
zoals de familie de Man haar verblijfplaats in Hoeilaart noemde.

 

>CLABOTS
Albert, De “Minnebroeders- of Paterscaemer” te
Overijse
, p. 173-179.

>De
“Minnebroeders- of Paterscaemer” was de naam van een
gebouw op het huidige Justus Lipsiusplein in Overijse. De auteur
schetst de historiek van dit gebouw (tot 1812) dat als verblijf
diende voor de paters Minderbroeders wanneer zij in Overijse de
plaatselijke geestelijkheid kwamen helpen bij het prediken en
biechthoren.

 

>DENAYER
Raymond, Hoe verliep het verder met de Paeterscamere? p.
180-185.

>De
auteur verhaalt de verdere geschiedenis van de Paeterscamere tot hij
in 1973 zelf eigenaar wordt van het gebouw dat thans volledig
opgekalfaterd werd.

 

>DENIES
Ernest, De Duivensport in Hoeilaart. Ontstaan en ontwikkeling,
p. 186-195.

>De
duivensport kende in Hoeilaart perioden van grote bloei. Meerdere
duivenmaatschappijen waren hier actief en gedurende een lange periode
werd hier zelfs een weekblad uitgegeven : De Duif, voor
duivenliefhebbers van Vlaamsch-Brabant
”.

 

>LAMAL
Danny, Hoe ik op zoek naar Petrus-Arthur uit Terlanen
Pierre-Joseph uit Tombeek gevonden heb …
, p. 196-199.

>De
auteur is reeds jaren lang op zoek naar het graf van zijn grootoom,
Petrus-Arthur Michiels uit Terlanen, die sneuvelde aan het front
tijdens Wereldoorlog I. Hij vindt op zijn speurtocht evenwel het graf
van Pierre-Joseph Michiels uit Tombeek die in 1918 in Nederland
overleed. Zijn stoffelijke resten werden in 1962 begraven op de
militaire begraafplaats van De Panne.

 

>DENAYER
Raymond, Hoe de vork aan de steel zat, p. 200-205.

>De
auteur doet een poging om meer inlichtingen te verzamelen over
Petrus-Josephus Michiels die inderdaad in Tombeek geboren werd maar
wiens familie in 1896 uitweek naar Elsene. Vandaar dat bij de
officiële instanties in Overijse niet gesproken werd over deze
gesneuvelde.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp. Kardinaal Goossens (1827-1906),
p. 206-210.

>De
voorouders van kardinaal Goossens woonden tot omstreeks 1708 in
Hoeilaart. Toen maakte een nazaat een ommetje langs Overijse om via
Nossegem in Perk te belanden waar de kardinaal geboren werd.

 

>DEHAEN
Roger, Pastor Bonus, p. 211-213.

>E.H.
Taverniers was pastoor-deken in Overijse van 1947 tot 1966. Tijdens
zijn apostolaat in Overijse verwezenlijkte hij verschillende
bouwprojecten o.a. de H. Kruiskapel op Zavelenborre. Ook met de
sociale verenigingen had de pastoor zeer nauwe banden.

 

>VERSLUYS
Luc, 1900 jaar geleden! P. 214-216.

>1900
jaar geleden, namelijk in 88, werd de patroonheilige van de
Hoeilaartse kerk, Clemens, tot “Paus van Rome” verkozen.
Uit een manuscript dat dateert van de 11e eeuw, blijkt dat
deze Clemens tijdens zijn leven vermaard en bekend was in onze
streken.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (V), p. 217-220.

>Op
hun weg naar Sedan verblijven Victor en zijn vrienden eventjes in
Bouillon.

Jaargang XII
(1988), nr. 4

 

>VANDE
PUTTE Guy, Oorlog en lichtgelovigheid (II). Van een efemere
Kristusdevotie en een blijvende Kalvarieberg te Overijse
, p.
223-230.

>Overijse
werd in 1705 door Frans-Spaanse troepen bezet. Er is wel degelijk een
verband tussen deze “slag” en het “mirakel”
dat te Overijse plaats vond rond de cultus van Jezus van Gembloers,
later vervangen door een modieuzere Mariacultus.

 

>MAESCHAELCK
Gaston, 50 jaar Unie, p. 231-237.

>De
Nationale Unie der Belgische Druivenkwekers werd te Hoeilaart
gesticht in 1938. De auteur belicht in dit artikel vooral de
stichting en de beginperiode van de Unie.

 

>CLABOTS
Albert, De conscrits van Overijse van de jaren IX en X, p.
238-242.

>In
een bundel bewaard in het A.R.A.B. bevindt zich een document dat
betrekking heeft op het aanduiden van conscrits uit Overijse die
moeten dienen in het Frans leger, als deel van het contingent van de
jaren IX en X. Vermits er te veel conscrits waren, werden de
dienstplichtigen door het lot aangeduid.

 

>TIMMERMANS
Frieda, De Hoeilaartse Sint-Ceciliakring (1919-1962) : een
tijdsbeeld
, p. 243-251.

>Aan
de hand van de verhalen van haar grootvader, die lid was van de
Hoeilaartse Sint-Ceciliakring, schetst de auteur de geschiedenis van
deze muziekvereniging. De Sint-Ceciliakring, opgericht in 1909,
ontbond zichzelf als gevolg van de wijzigingen in de kerkelijke ritus
die werden doorgevoerd na het Tweede Vaticaans Concilie.

 

>DENAYER
Raymond, Keizer Karel te Overijse, p. 252-258.

>Op
25 januari 1531 trok Keizer Karel van Waver naar Brussel. Het is
evenwel niet zeker dat hij hiervoor de weg via Tombeek nam. Vast
staat dat de keizer de nacht van 28 op 29 september 1543 in Overijse
doorbracht hoewel niet duidelijk was in welk hotel hij verbleef. De
auteur vond deze gegevens in het dagboek van Jean Vandenesse over de
reizen van Keizer Karel tussen 1514 en 1531.

 

>CLABOTS
Albert, De zolders van de Vrijheidshalle, p. 258-260.

>Op
20 oktober 1538 vond volgens dr. Jan Verbesselt de verpachting plaats
van de drie zolders van de Hallen van Overijse. Daarmee wordt het
Keldermansgebouw, thans Gemeentehuis, bedoeld. Albert Clabots stelt
evenwel dat het hier om de zolders van de Vrijheidshalle ging en niet
om de zolders van het Keldermansgebouw.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Louis Laureys alias Tissens,
p. 261-265.

>Louis
Laureys (1876-1939) had in het centrum van het dorp een beenhouwerij,
eethuis en herberg. “Restaurant Tissens” is in de loop
der jaren een begrip geworden. De auteur geeft ook een verklaring
voor de bijnaam “Tissens”.

 

>ERKENS
Michel, Beroep als migratiefactor : de familie Eggerickx, p.
266-268.

>De
familie Eggerickx is een oud en erg vertakt Hoeilaarts geslacht dat
hier inweek tussen de jaren 1585 en 1612. Uit de resultaten van het
onderzoek naar deze familie blijkt dat het beroep van een bepaalde
persoon een zeer belangrijke rol speelt bij het zich vestigen als
gezin in een bepaalde levensgemeenschap.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (VI), p. 269-270.

>Tijdens
hun verblijf in Bouillon vernemen de vrienden dat Napoleon III
verslagen is. Zij maken het moment mee waarop de keizer uit Bouillon
vertrekt.

>Raymond
Denayer verschaft nog meer gegevens over dit vertrek en de verdere
reis van Napoleon III.

 

>DEVEEN
Edmond, Kerstlied, p. 272.

>De
auteur herinnert zich nog goed de tekst van een kerstliedje dat hij
leerde van zijn grootvader. Vóór Wereldoorlog I ging
hij dit liedje aan de huizen zingen.

Jaargang XII
(1988), speciaal nummer, mei 1988.

 

>In
dit nummer worden 5 kunstenaars belicht die te Hoeilaart gewerkt en
gewoond hebben en alle 5 reeds overleden zijn :

 

>DEROM
Maurits, De schildersfamilie Bonalini-Brusselmans, p. 52-63.

 

>ERKENS
Michel, Adolphe De Taffe, p. 64-67.

>SOHIE
Jean, Albert Sohie, p. 68-78.

>VERSLUYS
Luc, Isidore Verheyden of de levenskracht van Zoniën, p.
79-100.

 

>ERKENS
Michel, Richard Viandier, p. 101-108.

Jaargang
XIII (1989), nr. 1

 

>DENAYER
Raymond, Zondag 8 maart 1489 : de grootste ramp van Overijse,
p. 1-8.

>Toen
in 1482 Maria van Bourgondië sterft, krijgt haar echtgenoot
Maximiliaan van Oostenrijk de voogdij over haar natuurlijke
erfgenamen van de Nederlanden. Tussen voor- en tegenstanders van deze
regeling breekt een burgeroorlog uit. De Brusselaars, traditioneel
vijanden van de Bourgondiërs, richten een kamp op in Overijse.
Op zondag 8 maart 1489 wordt in dat kamp een vreselijk bloedbad
aangericht door hun tegenstanders.

 

>DENAYER
Raymond, Addenda en corrigenda, p. 8.

>De
auteur ontving een reactie op zijn artikel over het schilderij in het
Lipsiushuis.

 

>DEROM
Maurits, De treinramp van 1889 te Hoeilaart, p. 9-21.

>Op
zondag 3 februari 1889 ontspoorde de exprestrein Brussel-Jemelle op
het grondgebied van Hoeilaart en ramde de Engelse brug. Hoewel de
hulpactie onmiddellijk op gang kwam, vielen er vele doden en
gekwetsten. Deze gebeurtenis, één der grootste
treinrampen uit de geschiedenis van de Belgische Spoorwegen, kreeg
veel media-aandacht en werd zelfs besproken in het Parlement.

 

>CLABOTS
Albert, De brand van Overijse in 1548, p. 22-23.

>In
het archief van de Schepenbank van Overijse berust een verslag over
een brand die de gemeente teisterde op 3 november 1548. Het was een
grote brand die hoofdzakelijk de huizen in de buurt van de Markt
beschadigd heeft.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Hippolyte Swinnen alias Poliet de
Gareelmaker
, p. 24-29.

>Hippolyte
en zijn vrouw, Marguerite Theunissen, waren beiden afkomstig uit
Limburg. Zij vestigden zich in Hoeilaart op aanraden van zijn oom die
opziener was in de renbaan van Groenendaal. Poliet vestigde zich hier
als zelfstandig gareelmaker. De auteur wijdt een deel van zijn
artikel aan het beroep van gareelmaker.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (VI), p. 30-33.

>De
vrienden bereiken Frankrijk en worden voor het eerst geconfronteerd
met gesneuvelde soldaten.

 

>DENAYER
Raymond, Overijse in 1705, p. 34-50.

>De
auteur stelt dat in Overijse geen slag is geleverd tussen de
Frans-Spaanse (“Leger der Twee Kronen”) en
Engels-Hollandse troepen (de “Geallieerden”), maar
waarschijnlijk wel in Neerijse. Inzet was de heerschappij over de
rijke provincies van de Spaanse Nederlanden. Volgens de auteur is er
ook geen onmiddellijk verband tussen deze slag en de Heilige
Kruisverering.

 

>CLABOTS
Albert, Een voorloper van de “Paterscaemer” te
Overijse
, p. 51-52.

>Uit
archiefstukken van de Schepenbank van Overijse blijkt dat gedurende
bijna twee eeuwen de Minderbroeders te Overijse over logies in
privé-woningen beschikten vooraleer zij hun intrek namen in de
“Paterscaemer” op de Markt van Overijse.

Jaargang
XIII (1989), nr. 2

 

>CLABOTS
Albert, Een paar 16e eeuwse processen om de “heyde
van Tombeek”
, p. 53-58.

>Dankzij
de vondst van enkele documenten in het archief van de Schepenbank van
Overijse, kan de auteur meer inlichtingen verschaffen omtrent de data
waarop de processen werden gevoerd tussen de inwoners van Tombeek en
de eigenaars van de hoeve van Tempelieren met betrekking tot de
Tombeek-heide. De eigenlijke processtukken moeten wel nog opgespoord
worden.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Jozef (Jef) Dewolf, p. 59-64.

>Jozef
Dewolf was zelfstandig serrenbouwer maar begon later met de uitbouw
van een eigen serrenbedrijf langs de Waversesteenweg. Zijn bedrijf
werd een van de belangrijkste uit de Druivenstreek.

 

>ERKENS
Michel, In de voetsporen van aartshertogin Isabella, p. 65-69.

>In
1629 werd op vraag van aartshertogin Isabella in Groenendaal een
dreef aangelegd langsheen de Vetvijver. Deze dreef, die naar de Ring
toe loopt, bestaat nog steeds. De aanplantingen werden evenwel op het
einde van de 18e eeuw vernieuwd.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Sint-Anna te Overijse, p. 70-81.

>N.a.v.
een tentoonstelling in het kasteel van Drieborre te Oudergem over de
Sint-Annaverering in de streek, waarin Overijse helemaal niet aan bod
komt, wil de auteur aantonen dat er in Overijse wel degelijk een
Sint-Annaverering bestond. Bewijzen hiervan zijn de
Sint-Annakapellen, de Sint-Annastraat en nog andere toponymische
relicten. Verder probeert hij te achterhalen waar de oorsprong ligt
van de Sint-Annacultus in Overijse.

 

>CLABOTS
Albert, De moord op overmeier Charlier, p. 82-87.

>Overijse
en Zaventem maakten deel uit van de meierij van Vilvoorde. Tijdens
een bijeenkomst van alle dorpen die tot deze meierij behoorden,
ontstond er een twist tussen de drossaard van Zaventem, Frans Van
Ophem, en de overmeier van Overijse, Simon Charlier. Deze laatste
werd hierbij vermoord door zijn tegenstander.

 

>VANDENBORRE
Roger, Notities rond de geschiedenis van de verwarming van
druivenserres in Hoeilaart en omstreken
, p. 88-98.

>In
deze bijdrage behandelt de auteur het technisch aspect van de
verwarmingssystemen voor de serren, namelijk het zuiver technisch
aspect van het “rookkanalensysteem”.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (VII), p. 99-102.

>De
vrienden maken kennis met de geneesheren en beginnen met het
verzorgen van de zieken en gewonden.

 

>CLABOTS
Albert, Het stadhuis dat men te Hoeilaart niet bouwde, p.
103-104.

>In
1729 wilden de schepenen van Hoeilaart een stadhuis laten bouwen.
Vermits deze beslissing niet in de smaak viel van sommige inwoners
van het dorp, werd het project afgeblazen.

JAARGANG
XIII (1989), nr. 3

 

>VERSLUYS
Luc, Oneven in de strijd, p. 105-114.

>In
het begin van deze eeuw werd een polemiek gevoerd tussen voorstanders
(o.a. de burgemeester van Watermaal-Bosvoorde) en tegenstanders (Les
Amis de la Forêt de Soignes) van de ontsluiting van het
Zoniënwoud voor de tram.

 

>CLABOTS
Albert, Nogmaals de Cardaan, p. 115-116.

>Na
een mislukte poging om een stuk bouwland, genoemd de Cardaan, over te
maken aan de kerkfabriek van Overijse, blijkt uit een aantal
documenten dat deze overdracht later toch een realiteit is geworden.

 

>ERKENS
Michel, Een school onder het Ancien Regime te Hoeilaart, p.
117-121.

>Sinds
het begin van de 16e eeuw bestond er reeds een school te
Hoeilaart. Ze is blijven bestaan gedurende het hele Ancien Régime.
Ten minste sinds de 17e eeuw was ze rond het Gemeenteplein
gevestigd. Ook over de personen die er les gaven, zijn gegevens
bekend.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (VIII), p. 122-125.

>Uit
nieuwsgierigheid gaan Victor Deveen en zijn companen naar het
slagveld kijken. Zij krijgen daar evenwel verschrikkelijke dingen te
zien.

 

>DEROM
Maurits, Wie was de gesneuvelde soldaat begraven op het kerkhof
van Hoeilaart en niet vermeld op de gedenkzuil opgericht ter ere van
de gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog?
p. 126-132.

>Georges
Vandervaeren was Brusselaar maar stamde uit 2 grote Hoeilaartse
families : Vandervaeren en Eggerickx. Hij sneuvelde aan het front in
Ramskapelle op 10 mei 1915. De familie Eggerickx liet zijn stoffelijk
overschot overbrengen naar Hoeilaart waar het werd bijgezet in de
familiegrafkelder.

 

>CLABOTS
Albert, Nog iets over “Tombeek-Heyde”, p. 133-134.

>De
auteur vond een nieuw document in het archief van de Schepenbank van
Overijse i.v.m. de processen tussen Overijse en Waver met betrekking
tot het eigendomsrecht over de Tombeekheide. Uit deze brief blijkt
dat de griffier uit Overijse nog twijfelde over de goede afloop van
het proces.

 

>DENAYER
Raymond, Op zoek naar de Sint-Annakapel, p. 135-145.

>De
auteur probeert te achterhalen waar de eerste grote Sint-Annakapel
juist zou gestaan hebben. Verder stelt zich de vraag waarom de
erfdienstbaarheid van onderhoud en instandhouding van de huidige
Sint-Annakapel rust op de eigendom van bepaalde personen.

 

>ERKENS
Michel, Jezus-Eik bij Hoeilaart gevoegd, p. 146-150.

>Onder
de Franse bezetting van ons land werd de parochie van Jezus-Eik bij
de parochie van Hoeilaart gevoegd. Na zwaar protest vanwege de
inwoners van Jezus-Eik werd deze beslissing te niet gedaan.

 

>CLABOTS
Albert, Een nieuwe heer van Eizer in 1622, p. 151-152.

>Op
7 februari 1622 neemt Ernest van Rivieren, baanderheer tot Here,
Herenthals, heer tot Neerlinter, bezit van de heerlijkheid en de
goederen van “Ysseren” (Eizer). Deze cumulatie is het
gevolg van het feit dat in de 1e helft van de XVIIe eeuw
er weinig bekwame mensen waren om een openbaar ambt te bekleden.

 

>HET
BEIERIJBESTUUR, Een sympathiek initiatief “Maleizen 125”,
p. 153-154.

>N.a.v.
het 125-jarig bestaan van Maleizen als parochie, worden een aantal
activiteiten ingericht. Er wordt ook een speciaal Zoniënnummer
uitgegeven.

 

>VERSLUYS
Luc, 70 jaar geleden …, p. 155-156.

>Aankondiging
van de tentoonstelling VAN MOTTE TOT WOONBURCHT in de zalen van het
Hoeilaartse kasteel-gemeentehuis, dat 70 jaar geleden aangekocht werd
door het gemeentebestuur van de toenmalige adellijke eigenaars, de
baronnenfamilie De Man.

JAARGANG
XIII (1989), nr. 4

 

>Editoriaal,
p. 257-258.

>Bij
wijze van uitleiding … en inleiding voor volgend jaar.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Honderd jaar geleden stond het in de krant. Onze
openbare wegen : De Nijvelsebaan en de Warande
, p. 259-264.

>Met
als uitgangspunt een artikel uit het “Annoncenblad van
Overijssche”, zowat 100 jaar geleden verschenen, geeft de
auteur meerdere inlichtingen over de Nijvelsebaan en over de
Sparrendreef, thans IJskelderlaan.

 

>ERKENS
Michel, De Hoeilaartse kosters in de XVIIe en XVIIIe eeuw, p.
265-269.

>In
het archief van Sint-Goedele in Brussel zijn een aantal
benoemingsdossiers terug te vinden over de Hoeilaartse kosters tussen
1668 en 1770. Tweemaal ging de kosterfunctie over van vader op zoon.

 

>LAMAL
Dany, Wie kent de vrienden van Leon Michiels?, p. 270-271.

>De
auteur kreeg 2 foto’s in handen die vermoedelijk van 2 vrienden
van Leon Michiels, zijn grootoom, zijn. Hij doet een oproep om meer
inlichtingen over deze beide foto’s.

 

>VERSLUYS
Luc, Mislukte pogingen, p. 272-275.

>De
auteur bespreekt 2 pogingen om het natuurschoon van onze streek te
beperken :

>In
maart 1928 wilde men 700 ha van het Zoniënwoud gebruiken om er
een oefenterrein voor het leger aan te leggen. Gelukkig ging dit
niet door.

>Het
gemeentebestuur wilde in de jaren 20 de lindeboom in Maleizen
omhakken of ten minste onthoofden. Richard, dienstdoende gouverneur,
stelde hiertegen zijn veto.

 

>CLABOTS
Albert, Lotelingen uit Overijse kopen zich een plaatsvervanger
anno 1702
, p. 276-278.

>Uit
het archief van notaris P. VANDEVELDE blijkt dat een aantal
lotelingen uit Overijse zich in 1702 lieten vervangen. Een
overeenkomst tussen de loteling en zijn plaatsvervanger werd gesloten
voor de notaris.

 

>DEVROEY
Egide, Boekerij Sint-Jan-Berchmans. Lindeken-Hoeilaart, p.
279-288.

>In
1940 richtte een groep Hoeilaartse jongeren, onder leiding van
onderpastoor Jan Vankerckhoven, de Boekerij Sint-Jan-Berchmans op in
de gebouwen van de vroegere peuterschool op het Lindeken. De jongeren
werkten hard aan de uitbouw van de bibliotheek die later verhuisde
naar de pastorij. In 1981 werd de Boekerij de Gemeentelijke
Bibliotheek.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (IX), p. 289-292.

>Deveen
helpt de gekwetsten verzorgen die in de kerk van Moulin-à-Vent
waren ondergebracht.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp – den Tuk, p. 293-300.

>Rond
de eeuwwisseling kocht Louis Bollaerts, die reeds heel wat beroepen
had uitgeoefend, een stuk grond op het Lindeke, waar hij de zaal
Barnum bouwde. Het werd dé Hoeilaartse volkszaal bij uitstek.

 

>DEROCKER
Maurice en DENAYER Raymond, De laatste bewoners van de
Begijnhofhuisjes
, p. 301-308.

>Maurice
Derocker woonde een tijdlang, samen met zijn ouders, in één
van de begijnhofhuisjes. Hij beschrijft de levensomstandigheden
aldaar. Raymond Denayer tekende zijn getuigenis op.

None

>Jaargang
XIII (1989), septembernummer – speciaal nummer :
Sint-Joost-Parochie Maleizen-Overijse 1864-1989

 

>DE
PAROCHIALE PLOEG, De Sint-Joostparochie te Maleizen-Overijse
(1864-1989)
, p. 158-159.

>Korte
inleiding met aankondiging van allerlei activiteiten die
georganiseerd worden n.a.v. het 125-jarig bestaan van de
Sint-Joostparochie van Maleizen.

 

>DENAYER
Raymond, Het ontstaan van de parochie Sint-Joost te Maleizen,
p. 160-191.

>In
dit artikel schetst de auteur de vroegere godsdienstige geschiedenis
van Maleizen en de omstandigheden van de stichting van de
Sint-Joostparochie.

 

>DENAYER
Raymond, Sint-Joost, p. 192-196.

>De
auteur gaat op zoek naar de plaatsen waar Sint-Joost in België
wordt vereerd. Hij benadrukt even de verwarring die er bestaat met de
Heilige Justus.

 

>DECOSTER
Raymond, De kapellen van Maleizen, p. 197-206.

>Maleizen
telt 4 kapelletjes. Twee ervan worden uitvoerig beschreven : de kapel
aan de Lindeboom op Bakenbos en de O.-L.-Vrouwkapel op de Steenweg
naar Rozieren. De auteur besteedt ook een klein gedeelte van zijn
bijdrage aan 2 bekende tekenaars die afkomstig zijn van Maleizen :
Gal en Jean-Pol.

 

>DECOSTER
Raymond, De Pastoors van Maleizen, p. 207-213.

>Aan
de hand van oude registers en archiefstukken, bewaard op de zolder
van de pastorie van Maleizen, kennen we de verschillende pastoors van
Maleizen. Sedert 1864 waren er 6 pastoors aangesteld in Maleizen.

 

>DECOSTER
Raymond, Onze missionaris in Peru : Jos Loits, p. 214-215.

>Sinds
1966 is de Maleizenaar Jos Loits werkzaam als missionaris in Peru.

 

>DENAYER
Raymond, Le Pensionnat des religieuses du Sacré-Coeur de
Marie
, p. 216-219

>Dit
befaamd franstalig meisjespensionnaat werd in 1859 gesticht door Mère
Gonzague van het meisjesinternaat van Alsemberg. Op 15 mei 1867 nemen
de zusters evenwel hun intrek in een nieuw gebouw op het grondgebied
van Maleizen.

 

>VANDEN
BORRE Paula, De Parochieschool van Maleizen, p. 219-224.

>Een
beknopte historiek van de Parochieschool van Maleizen aan de hand van
enkele foto’s.

 

>DEBROUX
Modest, Geografische inplanting van het gehucht Maleizen, p.
225-226.

>Beknopte
schets van de evolutie van de geografische inplanting van het gehucht
Maleizen met een citaat uit het boek van Alphonse Wauters, vertaald
door E. Rigaux.

 

>DEBROUX
Modest, De Verenigde Muziekmaatschappij Maleizen-Bakenbos, p.
227-233.

>In
1895 werd de fanfare “De Vrije Burgers” gesticht in
Maleizen. In 1978 ging deze fanfare samen met de “Koninklijke
Vrijheidsvrienden” uit Maleizen-Overijse. Het werd de
“Verenigde Muziekmaatschappij Maleizen-Bakenbos”. Thans
is er ook een nauwe samenwerking met de Koninklijke Fanfare De
Lanezonen uit Tombeek.

 

>EEN
OUD-KAJOTTER, K.A.J. – V.K.A.J., p. 233-235.

>Op
4 oktober 1947 had de stichtingsvergadering van de K.A.J.-V.K.A.J.
plaats in Maleizen. Een oud-lid geeft een kort overzicht van de
hoogtepunten van deze beweging.

 

>DE
MAN Pierre, De Landelijke Gilde, p. 236-238.

>Gesticht
in 1910 bereikte de Landelijke Gilde een hoogtepunt in 1931. Thans is
het een kleine maar nog steeds bloeiende vereniging.

 

>DONCK
Maria, Boerinnenbond – K.V.L.V.-Maleizen, p. 239-241.

>De
Boerinnenbond – K.V.L.V.-Maleizen werd opgericht in 1927 en is
uitgegroeid tot een dynamische geëmancipeerde vrouwenbeweging
met diverse activiteiten op het programma.

 

>VANONCKELEN
Rita, Het Ceciliakoor, p. 242-243.

>Overzicht
van de geschiedenis van het Ceciliakoor, gesticht in 1935, en van
zijn activiteiten.

 

>TRYPSTEEN
Louis en GOOSSENS Albert, De Gepensioneerdenbond, p. 244-245.

>Gesticht
in 1977, kent de Gepensioneerdenbond een zeer dynamische werking. Er
werden ook een volksdansgroep en een toneelgroep opgericht.

 

>DEBROUX
Stefaan, Chiro-Maleizen, p. 245-247.

>Op
vraag van medepastoor Raymond Decoster werd in 1977 besloten een
lokale Chiro-afdeling op te richten. Dit initiatief vond grote bijval
bij de jeugd van Maleizen.

 

>WENDRIX
Fons, Ziekenzorg Maleizen, p. 248-249.

>Pas
gesticht in 1983 heeft deze jonge vereniging toch al een aantal
belangrijke initiatieven gerealiseerd.

 

>DECOSTER
Raymond, Onze klok(ken), p. 249-250.

“>Barbara”
werd gegoten in 1876 in het Duitse Ruhrgebied. Een tweede klein
klokje, in brons, werd uit de toren gehaald en staat thans op een
ijzeren gestel in de kerk. Beide klokken bleven ook tijdens
Wereldoorlog II in Maleizen.

 

>DECOSTER
Raymond, De Processie, p. 251-256.

>Verslag
van de processie die op 30 april 1989 uitging n.a.v. de viering van
125 jaar parochie Maleizen. Deze uiting van geloof lokte heel wat
positieve reacties uit.

JAARGANG XIV
(1990), nr. 1

 

>ERKENS
Michel, Asiel in Zevenborren, p. 1-2.

>Uit
de rekeningen van de meier van Hoeilaart blijkt dat een Hoeilander,
een zekere Peter Rayé, zich verschillende jaren verborgen
hield in het klooster van Zevenborren na een vechtpartij met zijn
schoonbroer Jan Jonné. Op dat ogenblik verleenden kerkelijke
instellingen nog asiel aan hen die er om vroegen.

 

>CLABOTS
Albert, Het ontstaan van het vrij onderwijs voor meisjes te
Overijse
, p. 3-10.

>Aan
de hand van het archief van het gemeentebestuur en van de bestaande
literatuur wordt aangetoond dat het vrij onderwijs voor meisjes te
Overijse opgericht werd in 1838. Enkele jaren later, in 1846, werd
reeds een tweede meisjesschool gesticht in het Godshuis.

 

>DENAYER
Raymond, Illustraties bij voorgaand artikel, p. 11-14.

>Aan
de hand van 3 kaarten tracht de auteur de locatie van de tweede
meisjesschool in het Godshuis aan te tonen.

 

>DEROM
Maurits, De Swis, een bekend figuur uit Hoeilaart, p. 15-28.

>Jan-Baptiste
Joly was de enige baljuw (Suisse) die de parochie Hoeilaart heeft
gehad. Daarnaast was hij van beroep schaliedekker en handelaar in
bouwmaterialen.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (X), p. 29-32.

>Deveen
blijft verder gekwetsten verzorgen. De dokter ter plaatse, zelf
geplaagd door een jichtaanval, klaagt evenwel over het gebrek aan
medewerking vanuit Brussel.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Sint-Anna terug van weggeweest, p. 33-46.

>Aan
de hand van een begeleidend plan bij de verkoopbrochure van het
Prinsbisdom Overijse, bewaard in de Koninklijke Bibliotheek Albert I
te Brussel, kan de auteur de Sint-Annakapel in Overijse juist
lokaliseren. Ook in de onmiddellijke buurt van Overijse vinden we
sporen terug van de Sint-Annacultus.

 

>VANDENBORRE
Roger, Notities rond de geschiedenis van de verwarming van
druivenserres in Hoeilaart en omstreken – deel II
, p.
47-66.

>In
deze bijdrage behandelt de auteur de systemen met water als
warmtedrager :

>Individueel
systeem per ser

>Centrale
installatie per bedrijf

>Er
zijn zelfs plannen geweest om één centraal
verwarmingssysteem te realiseren voor de ganse gemeente.

 

>WILLAERT
Carine, Het huwelijk in de nieuwe tijd, p. 67-70.

>Enkele
algemene bedenkingen bij het huwelijk in de 16e, 17e
en 18e eeuw. De auteur geeft ook enkele cijfers i.v.m. de
huwelijken in Overijse in die periode.

 

>VERSLUYS
Luc, Een steeds hernieuwde belangstelling voor Jan van Ruusbroec,
p. 71-72.

>In
1993 zal het 700 jaar geleden zijn dat Ruusbroec geboren werd. De
voorbereidingen voor dit Ruusbroecjaar moeten nu reeds aangevat
worden.

JAARGANG XIV
(1990), nr. 2

 

>DENAYER
Raymond, Van Swaenpoorte tot Godshuis, p. 73-81.

>Op
de hoek van de Waversesteenweg en de Grotstraat bevond zich de
Swaenpoorte. In 1852 werd dit gebouw geschonken aan de
Administratieve Commissie van de Burgerlijke Godshuizen te Overijse
en wordt het dus een Godshuis. Vanaf 1846 waren er echter reeds een
paar zusters die in dat gebouw voor onderwijs aan meisjes zorgden.

 

>DEROM
Maurits, Davidsfonds-Hoeilaart bestaat 60 jaar, p. 82-88.

>Op
10 april 1928 werd te Hoeilaart een plaatselijke afdeling van het
Davidsfonds opgericht met als hoofdactiviteit de ledenwerving en de
bedeling van Davidsfondsboeken. Na een moeilijke periode die volgde
op Wereldoorlog II, ging het ledenaantal van de vereniging vanaf 1960
opnieuw in stijgende lijn.

 

>CLABOTS
Albert, Tolbarelen te Overijse, p. 89-102.

>Gedurende
de ganse geschiedenis werden in sommige gevallen de kosten voor de
aanleg en het onderhoud van de wegen door de overheid verhaald op de
gebruikers b.v. via het heffen van tolgeld.

>Ook
in Overijse werd op sommige barelen tolgeld geheven. De auteur
belicht hier de barelen van de Vrijheid en de bareel te Jezus-Eik.

 

>DEROM
Maurits, De volkswijk “Het Lindeke” in vroegere
tijden
, p. 103-108.

>De
wijk “Lindeke” was dé Hoeilaartse volkswijk bij
uitstek. Met de zaal Barnum was deze wijk het knooppunt van het
volkse amusement. Na Wereldoorlog II kwamen er ook de Markthalle en
de Serco bij.

 

>LAMAL
Danny, Broeder Eugeen Jan (J-B) Breedstraet (1890-1989), p.
109-112.

>Broeder
Eugeen-Jan werd geboren op 20 januari 1890 in Terlanen. Na zijn
eeuwige professie bij de Broeders van de Christelijke Scholen,
doorliep hij een ganse carrière in het onderwijs. De laatste
jaren van zijn leven verbleef hij in het rusthuis van de Broeders in
Groot-Bijgaarden. Hij werd net geen 100 jaar.

 

>DEVROEY
Egide, Ons woud, p. 113-118.

>Als
kleine jongen ging de auteur dikwijls naar het Zoniënwoud, samen
met zijn grootmoeder, om er hout op te halen. Later ging hij er
spelen met vrienden en vriendinnetjes.

 

>VERSLUYS
Luc, Een steeds hernieuwde belangstelling voor Jan van Ruusbroec,
p. 119-120.

>Ernest
Hello maakte in de 19e eeuw de eerste vertaling van
Ruusbroecs werk Vander chierheit der gheestelike brulocht. Hij
was een grote vereerder van de Brabantse mysticus. Ook nu nog
verschijnen regelmatig werken over en vertalingen van teksten van
Ruusbroec.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (XI), p. 121-124.

>De
vrienden gaan verder met het verzorgen van de talrijke gekwetsten. ’s
Avonds werden zij verzorgd door de waardin in de Moulin-à-Vent.

JAARGANG XIV
(1990), nr. 3

 

>VANDE
PUTTE Guy, Van Godshuis tot Zwaanpoort, p. 125-132.

>Een
aanvulling op de vroeger geformuleerde bevindingen van Raymond
Denayer i.v.m. de historiek van het bovengenoemd pand (hoek
Waversesteenweg-Grotstraat). In dit gebouw was een katholieke school
gehuisvest.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Louis Mariën, p. 133-136.

>De
Antwerpenaar Louis Mariën kwam eind vorige eeuw naar Hoeilaart
en richtte er een houtzagerij op. Dit familiebedrijf groeide uit tot
een zeer belangrijk element in de branche van de houtverwerking.

 

>BREEDSTRAET
J.B., Enkele belevenissen van een broeder-brankardier uit de
Wereldoorlog 1914-1918
, p. 137-156.

>Broeder
Eugeen Breedstraet, geboren in Terlanen, werd reeds op 1 augustus
1914 gemobiliseerd. Hij behoorde tot de gezondheidsdienst en bleef
gedurende de ganse oorlog brancardier. Hij noteerde zijn ervaringen
tijdens deze periode.

 

>ERKENS
Michel, Smeiberg in de 18e eeuw, p. 157-167.

>Een
overzicht van de hoeve en haar landerijen zoals we die kennen aan de
hand van de verkoop ervan in de 18e eeuw. Smeiberg was
toen een van de grootste hoeven van het dorp.

 

>CLABOTS
Albert, Tolbarelen te Overijse (II), p. 168-183.

>In
dit tweede deel behandelt de auteur de 2 barelen op de Steenweg van
de stad Brussel : hun lokalisatie, wie hierop vrijgesteld waren en
welke betwistingen hierrond ontstonden.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Jeppe, p. 184-188.

>Jozef
Craps werd geboren in 1862 en was beenhouwer van beroep. Hij was “één
van de vedetten” van het dorp.

 

>DENAYER
Raymond, De Zuidergrens van Overijse, p. 189-209.

>Bespreking
van een document uit het notariaatsarchief van notaris Judocus-Thomas
Dewint uit Overijse i.v.m. de grens tussen Overijse en Terhulpen
(1693). De verdere evolutie van deze grens wordt belicht.

 

>DEVROEY
Egide, Onze bus, p. 210-213.

>De
bussen van Charel verzorgden het dagelijks transport van Hoeilaart en
Maleizen naar Brussel en terug tijdens de oorlogsjaren. Het waren
gammele oorlogsproducten waar heel wat volk op kon.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (XII), p. 214-217.

>Victor
Deveen en zijn vrienden helpen verder de gewonde soldaten te
verzorgen.

 

>VERSLUYS
Luc, Een steeds hernieuwde belangstelling voor Jan van Ruusbroec,
p. 218-219.

>Op
het einde van de 19e en begin 20e eeuw bestond
er in de Franstalige wereld ook heel wat belangstelling voor het werk
van Ruusbroec.

 

>GE-ZON-D
ACHTER GLAS
, p. 220.

>Aankondiging
van het verschijnen van het werk “Ge-zon-d Achter Glas”
dat uitgegeven werd n.a.v. 125 jaar Druiventeelt.

Jaargang XIV
(1990), nr. 4

 

>DENAYER
Raymond, Bijdrage van de “Beierij van IJse” en
“Lipsianum” tot het 60/40 Jubileum van Z.M. Koning
Boudewijn
, p. 221-239.

>Op
3 juni 1573 sprak Justus Lipsius te Jena het treurdicht uit voor
Dorothea-Suzanna van Saksen-Weimar, de weduwe van de pas overleden
vorst Johann-Wilhelm, mecenas van Lipsius aldaar. Johann-Wilhelm was
voorouder in de 12e generatie in rechte lijn van koning
Boudewijn. De auteur streeft naar een goede Nederlandse vertaling van
dit Latijnse treurdicht.

 

>DEROM
Maurits, Den Dumberg, p. 240-245.

>Den
Dumberg in Hoeilaart was een aparte wijk met een eigen burgemeester
en schepencollege “op democratische wijze verkozen”. Er
waren ook heel wat cafés en winkels. Kortom, den Dumberg was
een wijk die bruiste van activiteit met een grote samenhorigheid
onder de bewoners.

 

>VERSLUYS
Luc, Enkele aspecten van de Mariaverering in de streek van Zoniën
tijdens de 18e en 19e eeuw
(Xe vervolg), p.
246-254.

>De
auteur komt terug naar het hartje van het Zoniënwoud : de kapel
van Drieborren en de Mariaverering in Jezus-Eik.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Heeft er ooit een molen in de Leegheid gestaan?, p.
255-261.

>In
Overijse heeft inderdaad een Molenstraatje bestaan, namelijk de
kleine doorgang naar de Waversesteenweg dichtbij de Zwaanpoort. De
vraag is naar welke molen dit wegeltje zou kunnen hebben geleid.
Momenteel ziet de auteur 5 molens in het historisch Overijses
IJselandschap.

 

>DOMS
Raymond, Kroniek van Zoniën. Pangaerde? …
Prends garde!
, p. 262-269.

>Wanneer
François Joseph Pangaert, heer van de heerlijkheid Ter Heyden,
op 8 september 1759 gaat jagen, komt het tot een proces vermits hij
niet in zijn eigen gebied bleef. Een overzicht van de procesvoering.

 

>DHONT
Beatrijs, Henri Vanstallen, Hoeilander en wapenbroeder van Arthur
Rimbaud op Java
, p. 270-274.

>De
bekende Franse dichter Arthur Rimbaud nam een tijdlang dienst in het
KNIL, een onderdeel van het Nederlandse leger in
Nederlands-Oost-Indië dat het karakter had van een
Vreemdelingenlegioen. Ook de Hoeilander Hendrik Vanstallen nam dienst
in dit KNIL. Over deze Hendrik Vanstallen zijn echter weinig andere
gegevens bekend.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (XIV), p. 275-278.

>Victor
Deveen en zijn vrienden blijven verder moedig de gewonde soldaten
verzorgen.

 

>SMETS
Erwin, Het Molenhuisje van Hoeilaart, p. 279-285.

>In
1661 krijgen de prior en de kloosterlingen van de priorij van
Groenendaal de toelating om een molen op te richten bij het
binnenkomen van Hoeilaart. Deze molen heeft uiteindelijk slechts 25
jaar dienst gedaan. Daarna werd het gewoon een “molenhuis”.

 

>CLABOTS
Albert, Tolbarelen te Overijse (III), p. 286-293.

>In
dit 3e deel van de bijdrage wordt aandacht besteed aan
volgende Overijsese barelen : de bareel op de Steenweg
Hoeilaart-Waver, de bareel in de Dreef en de bareel op de weg naar
Mont-Saint-Jean. Blijkbaar brachten deze bareelrechten heel wat
moeilijkheden met zich mee zodat de Overijsese gemeenteraad besliste
in 1867 de gemeentelijke barelen af te schaffen.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Den Reulle (Jef Van Laethem),
p. 294-298.

>Jef
Van Laethem, afkomstig uit Oudergem, woonde op “den Dumberg”
en was daar op vele fronten actief. Hij was de bezieler van
Dumberg-kermis en andere festiviteiten in de wijk. Nadien verhuisde
hij naar zijn serrebedrijf op ’t Roth.

 

>Op
naar de vijftiende jaargang
, p. 299-300.

>Een
blik op wat volgende jaargang zal brengen.

JAARGANG XV
(1991), nr. 1

 

>Editoriaal
: Bij het einde van ons derde lustrum
, p. 1-2.

>Enkele
bedenkingen bij het einde van het derde lustrum en het begin van het
vierde …

 

>ERKENS
Michel, Het Molenhuisje van Hoeilaart (2e deel), p.
3-9.

>Het
Molenhuisje komt voor het eerst duidelijk naar voren op een kaart van
Hoeilaart uit 1777. De auteur maakt een historiek van de eigenaars
van dit gebouw.

 

>DEWILDER
Louis, Brandweer 1891-1991. 100e verjaardag van de
oprichting van de Gemeentelijke Brandweerdienst te Overijse
, p.
10-19.

>N.a.v.
de 100e verjaardag van de oprichting van de Gemeentelijke
Brandweerdienst, wordt aandacht besteed aan de 3 grote branden die
Overijse trof. De auteur schetst in detail de geschiedenis van de
Brandweerdienst van Overijse.

 

>CLABOTS
Albert, Waar bleef de derde onderpastoor van Overijse?, p.
20-22.

>In
1795 ontbreekt in Overijse een derde onderpastoor. Notaris Crabeels
krijgt de opdracht aan de abdis van ’s Hertogendal te vragen om
“eenen anderen heere onderpastoor” naar Overijse te
sturen. De abdis beslist evenwel deze vraag niet te beantwoorden.

 

>VERSLUYS
Luc, Enkele aspecten van de Mariaverering in de streek van Zoniën
in de 18e en 19e eeuw (XIe vervolg)
, p.
23-30.

>Aan
de hand van bronnen uit de 18e en 19e eeuw,
schetst de auteur een beeld van de volkstoeloop in die periode in
Jezus-Eik.

 

>DENAYER
Raymond, De Halve Steen, p. 31-33.

>De
auteur poogt de oorsprong te achterhalen van de benaming De Halve
Steen, die gegeven werd aan een drankgelegenheid op de
Brusselsesteenweg te Jezus-Eik. Vroeger stond dit cafeetje daar
alleen, nu is De Halve Steen omgeven door talrijke gebouwen.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp. Jules Tembuyser alias de
mandenmaker
, p. 34-38.

>Het
levensverhaal van Jules Tembuyser, geboren in Zingem, maar die zich
na zijn huwelijk in Hoeilaart vestigde. Buiten het beroep van
mandenmaker heeft Jules een belangrijke rol gespeeld in de
druivenexport naar Engeland. Hij was ook een gedreven duivenmelker.

 

>DENAYER
Raymond, In dit Ignatiusjaar, p. 39-44.

>Op
een portiek van het kasteel Terdek werd een embleem ontdekt dat op
een band met de Jezuïetenorde wijst. Het daarnaast voorkomende
jaartal 1662 moet daar eveneens mee in verband gebracht worden. Maar
hoe deze band eruit zag en waarin hij bestond, daar kan de auteur
momenteel geen antwoord op geven.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (XV), p. 45-48.

>Bij
het klaarmaken van een geslachte os, ontbreekt het zout. Eenmaal dat
gevonden, laten de vrienden het zich smaken. Daarna gaan ze terug aan
het werk.

JAARGANG XV
(1991), nr. 2

 

>Jules
Tembuyser, alias de mandenmaker
, p. 49-51.

>Publicatie
van de foto’s die dienden als illustratie bij het artikel in
vorig nummer.

 

>CLABOTS
Albert, Wat is de waarheid? p. 52-59.

>Over
Anna Vandenwayenbergh, de tweede vrouw van schoolmeester-organist
Ludovicus Bolengier, deden heel wat roddelpraatjes de ronde. Zij
waren blijkbaar het werk van één persoon, meester
Franchois Van Meldaert. Of deze laatste de waarheid sprak, of het
hier ging om een wraakneming, zullen we wellicht nooit te weten
komen.

 

>AERTS
Roger, De geschiedenis van het Zoniënwoud, zoals wij dat nu
kennen
, p. 60-75.

>De
auteur schetst de historiek van het Zoniënwoud vanaf 1750 (einde
van het Oostenrijks bewind) tot nu. In die periode groeide het
Zoniënwoud uit tot een beukenbos. Momenteel stapt men af van
deze monocultuur en worden andere soorten bomen aangeplant.

 

>DENAYER
Raymond, De straet gaende van Overijssche naer Hoeylaert, p.
76-82.

>De
auteur vond het (franstalig) lastenkohier terug, goedgekeurd door de
Provincie Brabant, in verband met verbeteringswerken uitgevoerd aan
de weg van Hoeilaart naar Overijse, thans Frans Verbeekstraat
geheten. Vooral de manier van handelen op het sociale vlak, namelijk
de werk- en leefwijze van de uitvoerenden, beschreven in genoemd
lastenkohier, trok de aandacht van de auteur.

 

>ERKENS
Michel, Pangaert, een muzikale familie, p. 83-85.

>Beschrijving
van een schilderij waarop de familie Pangaert al musicerend staat
afgebeeld. De vader, Jean-Baptiste Pangaert, was heer van Terheide
van 1741 tot 1748.

 

>DEROM
Maurits, Den Reulle, p. 87-90.

>De
auteur kreeg menige reacties vanuit Oudergem en Bosvoorde op het
artikel over “den Reulle”. Hij vernam tevens dat de vader
van Jef Van Laethem als “Susse Reulle” bekend stond. Hij
kwam tevens voor in de revue “Na goun me lachen”,
opgevoerd in 1912 te Oudergem.

 

>DEVEEN
Victor, Naar Sedan (XVI), p. 91-95.

>De
vrienden vangen de terugtocht naar huis aan. Victor Deveen vindt zijn
familie welvarend terug. Iedereen is verheugd hem heelhuids terug te
zien.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp. Julien Mat alias Jee Baron, p.
96-104.

>Jee
Baron werd te Hoeilaart geboren op 9 april 1891 en overleed er in
1958. Tijdens Wereldoorlog I streed hij aan het front. Hij bleef zijn
ganse leven serrist maar bekleedde ook een vooraanstaande rol in het
Hoeilaartse socio-culturele leven.

JAARGANG XV
(1991), nr. 3

 

>Verantwoording
, p. 105-106.

>Naar
aanleiding van het 100-jarig bestaan van de Liberale Associatie in
Overijse, wordt dit Zoniënnummer volledig gewijd aan “het
Liberalisme in het IJsedal”.

 

>DEWILDER
Louis, Honderd jaar Liberale Associatie in Overijse, p.
107-165.

>De
geschiedenis van de Liberale Associatie wordt voorafgegaan door een
algemeen beeld van het liberalisme in Overijse in de 19e
eeuw. Zij wordt in een ruimere politieke context geplaatst en
doorweven met wetenswaardigheden van nu en toen.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Van een stamlokaal en zijn kasteleins : De harmoniezaal
en de families Borremans en Verheyen te Overijse
, p. 166-212.

>De
auteur gaat een kijkje nemen in het gevarieerd en uitbundig Overijses
verenigingsleven van de vorige eeuw. Een belangrijke plaats hierin
bekleedde de harmoniezaal van de families Borremans en Verheyen, in
feite de voorloper van Den Blank.

JAARGANG XV,
1991, nr. 4

 

>VANDENBORRE
Roger, Fragmentarische sfeerbeelden uit de eerste helft van de
twintigste eeuw in de Druivenstreek
, p. 216-221.

>De
auteur probeert een sfeerbeeld te scheppen van Hoeilaart in de eerste
helft van deze eeuw, toen 80% van de bevolking zijn brood verdiende
met de druiventeelt in eigen dorp.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Nestor Maeckelbergh (grootoom van
Kardinaal Danneels)
, p. 222-228.

>Nestor
Maeckelbergh werd geboren in Geluwe maar vestigde zich na
Wereldoorlog I in Hoeilaart. Hij woonde een tijdlang in de kerk van
de priorij van Groenendaal en zette een klein taxibedrijf op. Nestor
was de grootoom van kardinaal Danneels die nog steeds contact houdt
met de Hoeilaartse tak van de familie.

 

>DEROM
Maurits, Wie was Leonard? p. 229-230.

>Korte
inleiding bij het volgende artikel.

 

>DERAEMAEKER
Raymond, Het Leonardkruispunt, p. 231-247.

>Leonard
Boon baatte een eeuw geleden in een woonwagen midden in het bos een
drankgelegenheid uit en gaf zo zijn naam aan één van de
drukste kruispunten van België. De auteur geeft ook een korte
historiek van het alom bekende Leonardkruispunt.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Felix Félicé, p.
248-253.

>Felix
Félicé werd op zijn geboortedag, 17 februari 1821, ten
vondeling gelegd in Brussel. Hij huwde te Hoeilaart met Johanna
Schenus. Enkel hun zoon Janneke zorgde voor Hoeilaarts nageslacht.
Zijn levensloop is hier niet ongemerkt voorbij gegaan.

 

>VERSLUYS
Luc, Een kerstlied in 1924. Uitvoering door het gemengd koor ter
ere van de toenmalige Hoeilaartse pastoor D’Hoe
, p.
254-259.

>Tekst
van een kerstlied dat uitgevoerd werd n.a.v. het jubileum van Z.E.H.
D’Hoe als pastoor van Hoeilaart. Tevens deelt de auteur een
aantal biografische gegevens mee over deze pastoor.

 

>MAESCHAELCK
Gaston, De processie van Courage, p. 260-264.

>Op
Hemelvaartsdag 1924 werd tijdens een Eucharistieviering in het park
van het kasteel van de graaf de Meeus het Mariabeeld van Jezus-Eik
gekroond. Er werd eveneens een processie gehouden. Vermits totaal
onverwacht van de oorspronkelijke weg werd afgeweken, beslisten
enkele bezoekers van de herberg Courage, uitgebaat door Florent
Poels, een nepprocessie te organiseren.

 

>VERSLUYS
Luc, Vitaminenood tijdens Wereldoorlog II, p. 265.

>Een
vader vraagt voor zijn zoon, na de strenge oorlogswinter van 1941,
via Winterhulp vitamines aan.

 

>ERKENS
Michel, Nogmaals het schilderij met de familie Pangaert, p.
266-268.

>De
auteur geeft nog meer details over het in een vorig nummer besproken
schilderij waarop de familie Pangaert al musicerend staat afgebeeld.

JAARGANG XVI
(1992), nr. 1

 

>DENAYER
Raymond, Drie eeuwen geleden. Gans het centrum van Overijse de
prooi der vlammen
, p. 73-98.

>Op
28 april 1692 brak een enorme brand uit in Overijse waarbij het
centrum grote materiële schade opliep. De gemeentehalle ging
totaal verloren. De leefvoorwaarden van de bevolking waren in de
periode vóór en na de brand allesbehalve rooskleurig
als gevolg van een aantal oorlogen en natuurrampen. Ruime aandacht
wordt besteed aan de heropbouw van het dorpscentrum.

 

>CLABOTS
Albert, Nieuwe klokken te Overijse na de brand van 1692, p.
99-107.

>Na
de brand van 1692 begon men vlug met de vervanging van de gesmolten
klokken van de kerk. Aan de hand van documenten uit het archief van
de Schepenbank, schetst de auteur de historiek van het maken van deze
klokken.

 

>VERSLUYS
Luc, Een naamloos verzet van de “Druivenkweekers”.
Belangrijk bericht aan de druiventelers tijdens Wereldoorlog II
,
p. 108-110.

>Een
aantal druivenkwekers verzetten zich tijdens Wereldoorlog II tegen
een nieuw systeem van het verhandelen van de druiven, dat door de
bezetter was ingevoerd. Het was niet langer toegelaten druiven te
verkopen aan zelf uitgekozen handelaars. Alle druiven moesten
ingeleverd worden in een speciaal opgerichte centrale.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Jean-Baptiste Blommaert alias
Tiske Flagge
, p. 111-117.

>Tiske
Flagge werd geboren te Hoeilaart in 1860 en overleed er in 1930. Zijn
paard, Champetter, werd even beroemd als zijn baasje. Tiske Flagge
was ook een verwoed duivenmelker.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Justin Vanmoer, p. 118-121.

>Justin
Vanmoer werd geboren in Huldenberg op 5 april 1890 en overleed te
Hoeilaart op 18 oktober 1973. Samen met zijn vrouw baatte hij een
zeer bloeiende herberg uit. Dit stelde hem in staat in de jaren 30
het serrebedrijf van Florent Mat te kopen.

 

>ERKENS
Michel, De cholera in 1832 en 1849 te Hoeilaart, p. 122-129.

>In
Hoeilaart woedden 3 grote cholera-epidemiën : 1832, 1849 en
1866. De auteur onderzoekt hier de epidemiën van 1832 en 1849
(chronologisch-sociaal-medisch). Telkens waren er meer dan 60 doden.

 

>CLABOTS
Albert, Bij- of toenamen te Overijse in de 17e/18e
eeuw
, p. 130.

>Een
reeks van bijnamen die de auteur terugvond tijdens zijn
archiefonderzoek.

 

>ERKENS
Michel, Een boek uit een ver land, p. 131-132.

>In
het boek Miranda et la Révolution Française
worden de gevechten in onze streken op het einde van de 18e
eeuw beschreven. Onze streken zitten dan midden in het krijgsgewoel
zonder dat evenwel sprake was van een echte veldslag.

JAARGANG XVI
(1992), nr. 2

 

>JOLY
Ludo, Het bewogen leven van Jan-Baptist Joly (deel I), p.
133-138.

>In
dit eerste deel worden de soldatenjaren van Jan-Baptist Joly, in 1843
te Hoeilaart geboren, belicht. In 1854 loot hij zich vrij van
legerdienst maar neemt de plaats in van een rijke jongeling. Na
anderhalf jaar legerdienst deserteert hij evenwel. Na een aantal
maanden gevangenisstraf laat het leger hem voorgoed los in 1865.

 

>CLABOTS
Albert, De gemeenteraad van Overijse en de schoolstrijd
(1879-1884)
, p. 139-150.

>In
1879 werden alle gemeenten bij wet verplicht om een officiële
lagere school op te richten. Als gevolg hiervan brak een schoolstrijd
uit die tot 1884 zou woeden. De bedoeling van dit artikel is na te
gaan welk standpunt de gemeenteraad van Overijse in deze kwestie
innam. Overijse zou zich tenslotte neerleggen bij de wet van 1879
maar wel met tegenzin. Het vrij onderwijs daarentegen werd, waar
mogelijk, gesteund.

 

>DE
REDACTIE, De Gemeenteschool van Overijse-centrum, p. 150.

>Foto
van de gemeenteschool van Overijse, gebouwd in 1882 als gevolg van de
schoolstrijd 1879-1884.

 

>VANDENBORRE
Roger, Telefoon te Hoeilaart (deel I), p. 151-169.

>In
het begin van de 20e eeuw drong de telefoon ook door op
het platteland. In Hoeilaart wordt een eerste telefoonnet uitgebouwd
in 1904 in het station van Groenendaal.

 

>DENAYER
Raymond, Hoe de Sint-Joostkapel te Maleizen aan haar einde kwam,
p. 170-188.

>In
1310 richtte ridder Arent Lombaert, beier van IJse, in Maleizen de
Sint-Judocuskapel op. Het begevingsrecht van het beneficie van de
kapel kwam toe aan de kanunniken van Sint-Goedele te Brussel. Na een
geschiedenis van 573 jaar wordt de kapel in 1883 met de grond gelijk
gemaakt.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Jean-Baptiste Charlier en
Elisabeth Huwaert alias Tiske van Za en Za van Tiske
, p. 189-192.

>Jean-Baptiste
Charlier en zijn vrouw verkochten als eersten hun druiven op de
vroegmarkt te Brussel. Hun kinderen verwierven allen bekendheid in de
sportmiddens.

JAARGANG XVI
(1992), nr. 3

 

>CLABOTS Albert, Schoolmeester
Mans van Overijse in de Franse
Tijd, p. 193-197.

>In
de dossiers aangelegd door de “Administration Centrale du
département de la Dyle” vond de auteur heel wat
inlichtingen met betrekking tot de verhouding tussen schoolmeester
Jan-Baptist Mans en de toenmalige Fransgezinde overheid. Deze
verhouding was op zijn zachtst gezegd zeer gespannen.

 

>VANDENBORRE
Roger, Telefoon te Hoeilaart (deel II), p. 198-211.

>1931
was een belangrijk jaar voor de telefonie in Hoeilaart :

>de
manuele centrale verhuist van Groenendaal naar Hoeilaart

>realisatie
van het eerste ondergrondse kabelnet

>start
van de bouw van een automatische telefooncentrale op de
Groenendaalsesteenweg.

>De
meest recente telefooncentrale dateert van 1986.

 

>VANDE
PUTTE Guy, De nieuwe Fellenoord (1), p. 212-225.

>Het
dorpcentrum van Overijse, het marktplein dus, heeft in de loop der
eeuwen heel wat architecturale wijzigingen gekend. Bijzondere
aandacht wordt besteed aan de ‘Fellenoord’.

 

>JOLY
Ludo, Het bewogen leven van Jan-Baptist Joly (deel II), p.
226-232.

>Na
zijn militaire loopbaan en de dood van zijn ouders, begint
Jan-Baptist zijn omzwervingen doorheen België en Frankrijk. Hij
leeft constant van de burelen van weldadigheid. Hij sterft in 1883 in
het Sint-Janshospitaal te Brussel. Het verhaal van Jan-Baptist is wel
extreem, maar vormt geen uitzondering.

 

>HEMELEERS
Marcel, Vijftig jaar geleden, p. 233.

>Een
korte historiek van “Jong Overijse”, een toneelgroep uit
Overijse, gesticht in 1942, die de jeugd zinvolle ontspanning wou
bezorgen.

 

>HEMELEERS
Marcel, Over de legerdienst in ons dorp, p. 234-235.

>Aan
de hand van een postkaart, verstuurd door dienstplichtige Frans
Verbeek, geeft de auteur enkele inlichtingen over de eerste
Overijsenaren die na de afschaffing van de wet op de loting, dienst
moesten nemen in het Belgisch leger.

 

>DEROM
Maurits, De Hoeilaartse reuzen, p. 236-241.

>N.a.v.
de onafhankelijkheidsstoet die het Hoeilaartse gemeentebestuur in
1930 plande, werd reus Vincent de Zwijger gemaakt door de
maatschappij “De Verenigde Vrienden”, gevestigd in “
’t strekske” bij Alexis Vandenschriek. Enkele jaren
nadien besloten de vrienden hem een reuzin te schenken.

 

>CLABOTS
Albert, “Rassemblement des fanatiques” bij
schoolmeester Eggericx te Hoeilaart
, p. 242-244.

>Schoolmeester
Eggericx uit Hoeilaart hield in zijn huis tijdens de Franse bezetting
“des cultes catholiques”, een soort heilige missen.
Nochtans hadden de Franse bezetters de meeste kerken gesloten.
Eggericx wordt bestraft maar komt er goedkoop vanaf : slechts enkele
weken schorsing als onderwijzer.

JAARGANG XVI
(1992), nr. 4

 

>VANDE
PUTTE Guy, De nieuwe Fellenoord (II), p. 247-255.

>N.a.v.
de wijzigingen die uitgevoerd worden aan het Justus Lipsiusplein in
Overijse, geeft de auteur een historische reconstructie van het
gebouw “De Fellenoord”. Er wordt ook aandacht besteed aan
de familie Van Sulper die in de Overijsese klappers genoemd wordt
tussen 1626 en 1812 en waarvan een van de erfgenamen een pand bezat
op het marktplein.

 

>ERKENS
Michel, Mevrouw Hélène Poot, p. 256-265.

>De
levensgeschiedenis – n.a.v. haar 100e verjaardag –
van mevrouw Hélène Poot die op 23 december 1892 te
Hoeilaart geboren werd. Zij woonde haar ganse leven in haar
geboortehuis en kan nog heel wat herinneringen ophalen.

 

>HEMELEERS
Marcel, De groentenmarkt in Overijse voor WO II, p. 266-269.

>Vóór
de Eerste Wereldoorlog gingen de Overijsese vrachters zelf naar de
vroegmarkt in Brussel om hun groenten te verkopen. Nadien werd
evenwel een markt georganiseerd op het Justus Lipsiusplein. In 1941
werd deze markt evenwel vervangen door de Centrale. Iedere kweker
kreeg dan een leveringsplicht aan vooraf vastgestelde prijs.

 

>VERSLUYS
Luc, Enkele aspecten van de Mariaverering in de streek van Zoniën
in de 18e en 19e eeuw (XIIe vervolg)
, p.
270-279.

>In
en rond het Zoniënwoud waren allerlei kleinere of grotere
bidoorden aan Maria toegewijd. De Beeldenstorm heeft hierop geen
effect gehad.

 

>DENAYER
Raymond, Een minder gekende Overijsese gesneuvelde Jozef
Paternoster
, p. 280-292.

>Jozef
Paternoster was wel afkomstig uit Overijse maar woonde in Brussel
toen hij sneuvelde. Als gevolg hiervan kreeg hij geen straat naar
zijn naam toegekend.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Jan van Binnebeek alias Jan van
Pirre
, p. 293-298.

>Het
levensverhaal van Jan van Binnebeek, die 102 jaar oud is geworden.
Hij oefende twee beroepen uit : overdag ging hij bij de serristen de
regenputten uitsteken en de serren banken. ’s Nachts was hij
stroper.

 

>CLABOTS
Albert, De Staten van Brabant en de wederopbouw van de kerk van
Overijse
, p. 299-300.

>In
het A.R.A.B. bevinden zich documenten waarin meer details te lezen
staan over de subsidies die de Staten van Brabant uitkeerden voor de
wederopbouw van de Sint-Martinuskerk te Overijse.

JAARGANG
XVII (1993), nr. 1

 

>CLABOTS
Albert, Melaatsen te Overijse (14e – 17e
eeuw)
, p. 1-16.

>De
auteur baseert zich voor zijn onderzoek naar melaatsen te Overijse op
3 bronnen : de toponymie, het plaatselijk schepenarchief en het
archief van de leprozerie van Terbank. Hieruit blijkt dat in Overijse
de overheid actief was in de strijd tegen de lepra.

 

>VERSLUYS
Luc, Isca : een bewijs, p. 17-20.

>N.a.v.
een artikel verschenen in het weekblad KNACK, geeft de auteur enkele
beknopte gegevens over de Kelten die vóór de Romeinen
een groot deel van Europa in hun macht hadden. De Keltische
beschaving was een heel rijke cultuur.

 

>CLABOTS
Albert, De “Fellenoord” en de “Croone”,
p. 21-22.

>De
auteur spreekt zijn vermoeden uit dat Guy Vande Putte in zijn in
vorige nummers verschenen artikels over de Fellenoord, dit gebouw
verwart met de “Croone”. De 2 panden paalden wel aan
elkaar.

 

>ERKENS
Michel, De eerste soldaten in het kanton Overijse, p. 23-26.

>Bespreking
van een lijst uit 1799 met vermelding van de namen van 21 personen
die verplicht werden dienst te nemen in het Franse bezettingsleger.
Opvallend is het grote aantal Hoeilanders.

 

>DENAYER
Raymond, De laatste restjes van de “Vryheyt Overyssche”,
p. 27-34.

>Van
een lokale lakennijverheid in Overijse is weinig bekend of bleef
nagenoeg niets over dan de blekerijen. De auteur gaat op zoek naar de
plaatsen waar men vroeger het linnen te bleken legde. Tevens
onderzoekt hij wie eigenaar was van deze gronden.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Jacobus Blommaert alias Kobe de
Zaag 1885/1965
, p. 35-37.

>Kobe
de Zaag was een aparte figuur in Hoeilaart. Hij was houtmarchand en
bleef zijn ganse leven een verstokte vrijgezel. Zijn laatste jaren
sleet hij in het Godshuis te Hoeilaart.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Een Heemkundige Kring in Terhulpen : grootscheepse
enquête in voormalig Overijse (Cornichewijk)
, p. 38-42.

>Op
8 december 1992 werd de Heemkundige Kring van Terhulpen opgericht.Een
grootscheepse enquête werd op touw gezet met het oog op de
samenstelling van de geschiedenis van (een gedeelte van) de wijk rond
het voormalige Overijsese station van Terhulpen, Corniche genaamd.

 

>DEVROEY
Egide, De Processie, p. 43-47.

>Herinneringen
aan de processies van vroeger, tijdens de zomerkermis, waaraan zowat
het ganse dorp deelnam.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Jozef Van Simpsen, p. 48-52.

>Het
levensverhaal van de Hoeilander Jozef Van Simpsen. Hij werkte op het
serrebedrijf van de gebroeders Sohie maar begon later zijn eigen
bedrijf. Hij stond hoog aangeschreven bij zijn collega’s
omwille van zijn vakkennis.

JAARGANG
XVII (1993), nr. 2

 

>CLABOTS
Albert, Joost heeft lang moeten wachten, p. 53-63.

>Enkele
details over de oprichting van het Lipsiusmonument van Overijse en de
halfverheven beeldhouwwerken die daarop zijn aangebracht. Het
monument zelf werd ingehuldigd tijdens grootse feestelijkheden op 28
juni 1853. De zijkanten zijn evenwel in 1993 nog steeds niet
geleverd.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : professor dokter Emile Derom,
p. 64-66.

>Emile
Derom werd geboren te Overijse maar kwam samen met zijn ouders naar
Hoeilaart wonen. Hij werd gewoon hoogleraar in de faculteit
geneeskunde van de Rijksuniversiteit van Gent.

 

>DENAYER
Raymond, Wie was David Lipsius Iscanus? , p. 67-85.

>David
Lipsius Iscanus behaalde in 1600 de titel van Medicinae Doctor aan de
Universiteit van Heidelberg. De auteur gaat na in hoeverre er
verwantschap was tussen deze David en Justus Lipsius.

 

>VERSLUYS
Luc, Over enkele oude lichtpunten in verband met de Mariaverering
in onze streken
, p. 86-90.

>In
de tentoonstelling “Het Muziekleven in onze gewesten tijdens
het Ancien Régime” in het Algemeen Rijksarchief te
Brussel, kan men meerdere gegevens vinden i.v.m. de Mariaverering te
Brussel en meer bepaald in Sint-Goedele :

>De
Mariabroederschap in de 14e eeuw

>De
recollectio

>De
Brusselse ommegang

 

>MAESCHAELCK
Gaston, De “Centrale” tijdens Wereldoorlog II, p.
91-96.

>Tijdens
Wereldoorlog II waren de serristen verplicht zich aan te sluiten bij
de Nationale Landbouw- en Voedingscorporatie. De auteur geeft ook
details over de productie en de uitvoer van druiven tijdens deze
oorlog.

 

>ERKENS
Michel, Kinderen op café (1860), p. 97-103.

>Midden
vorige eeuw bestond er in Hoeilaart duidelijk een drankprobleem bij
kinderen. In 1860 keurde de gemeenteraad een nieuw politiereglement
goed dat kinderen onder de 15 jaar, niet vergezeld van oudere
personen, de toegang tot de herbergen verbood.

 

>DEROM
Maurits, De Hoeilaartse wijk ’t Roth, p. 104-114.

>De
naam ’t Roth komt reeds voor in 1365 en is waarschijnlijk
afgeleid van het begrip “gerode grond” of grond die
ontbost is om er akkerland van te maken. De auteur beschrijft hoe ’t
Roth er uitzag in zijn kinderjaren en hoe de wijk verder evolueerde.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Het toponiem Ziekerlieden te Overijse, p. 115-124.

>De
auteur probeert te achterhalen waar de “Ziekerlieden”
zich bevond. Het gaat hier over een tehuis waar o.a. de pestlijders
van Overijse verzorgd werden. Hij situeert de plaats aan de “Linde
van Terdeck” of Tombeek.

Jaargang
XVII (1993), nr. 3

 

>DENAYER
Raymond, Toespraak gehouden bij de opening van de
Lipsiustentoonstelling
, p. 125-129.

>Inhoud
van de toespraak, gehouden bij de opening van de
Lipsiustentoonstelling tijdens de Druivenfeesten 1993 in Overijse.
Deze feesten staan in het teken van het afwerken van het standbeeld
van Lipsius. Het plotse overlijden van koning Boudewijn in deze
periode drukt zijn stempel op de opening.

 

>ERKENS
Michel, Ruusbroecverering te Hoeilaart in de 19e eeuw,
p. 130-136.

>In
de 19e eeuw hebben 2 personen getracht de cultus van
Ruusbroec een nieuw leven in te blazen : de Bollandist Victor De Buck
die in 1855 een boek uitgaf met als titel “Het Christelyck
Hoolaert of Hoolaert toegewijd aen God, aen Maria en andere Gods
lieve heiligen” en Eerwaarde Heer Gouffaux, die eind 19e
eeuw pastoor was in Hoeilaart.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Over blekers en blekerijen te Overijse, p. 137-148.

>De
auteur geeft een toponymische aanvulling op de bijdrage van dr.
Denayer in Zoniën, XVII (1993), nr. 1 over de blekerijen in de
Vrijheyt Overijse. Uit dit artikel blijkt dat in deze gemeente er
heel wat zijn geweest. Aansluitend een lijst van antroponiemen van
blekers en eigenaars van blekerijen vanaf de XVIIe eeuw.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Charles Preumont, p. 149-150.

>Charles
Preumont baatte vanaf 1925 als zelfstandige de buslijn
Bosvoorde-Hoeilaart-Maleizen uit, de eerste regelmatige
autobusverbinding in België. Hij verzorgde ook reizen naar
binnen- en buitenland voor diverse verenigingen.

 

>CLABOTS
Albert, Een “criminele sake” te Overijse in 1499,
p. 151-158.

>Verslag
aan de hand van documenten van de schepenbank van Overijse van een
proces ten laste van Jan(ne) De Visch die beschuldigd werd van
verkrachting van een 13-jarig meisje op het grondgebied van de
Vrijheid van Overijse in 1499. Er werd een zeer zware straf
uitgesproken namelijk de doodstraf door onthoofding.

 

>VERSLUYS
Luc, Waarom die hedendaagse belangstelling voor Jan van Ruusbroec,
p. 159-161.

>N.a.v.
de 700e verjaardag van zijn geboorte en de 650e
verjaardag van zijn komst te Groenendaal zal meer bekendheid gegeven
worden aan het leven en de werken van Jan van Ruusbroec : via een
tentoonstelling en de uitgave van het boek “De Luister van
Groenendaal”.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Joseph Demol, alias Jefke Mol,
p. 162-167.

>Jefke
Demol, geboren in 1896 te Hoeilaart, baatte lange tijd een
serrebedrijf uit te Hoeilaart. Hij bouwde ook een cultuur op in Macon
nabij Chimay voor zijn schoonbroer Paul Jacquelot. Jefke was eveneens
een grote sportfanaat, hij was ooit wielrenner en bleef zijn ganse
leven een verwoed duivenmelker.

 

>DENAYER
Raymond, Toespraak gehouden n.a.v. de voltooiing van het
Lipsiusmonument
, p. 168-172.

>Op
28 juni 1853 werd het – weliswaar nog niet volledig voltooid –
standbeeld van Justus Lipsius in Overijse ingehuldigd. Nu worden de 2
bronzen zijplaten, die beide een belangrijke episode uit het leven
van Lipsius voorstellen, onthuld.

Jaargang
XVII (1993), nr. 4

 

>DHONT
Beatrijs, De maatschappij waarin Ruusbroec leefde, p. 174-176.

>De
14e eeuw was een periode van grote decadentie en
mistoestanden in de kerk. Door allerlei reactie hiertegen o.a.
vanwege Ruusbroec, kwam er een grote vernieuwingsbeweging op gang die
eveneens leidde tot een verdieping van het geestelijke leven.

 

>SOCQUET
Marcel, Moet de Kardinaalstraat in Terlanen eigenlijk
Kortendaalstraat heten?
, p. 177-179.

>De
huidige benaming “Kardinaalstraat” in Terlanen is
waarschijnlijk een vervorming van “Cortendaele wech” en
later “Cortendaele straete”. Vermoedelijk heeft de
naamswijziging zich voorgedaan rond 1850.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Kardinaal, Kortendaal en Tendale te Overijse en
Terlanen
, p. 180-183.

>Op
grond van toponymisch onderzoek bevestigt de auteur het vermoeden van
Marcel Socquet dat de Kardinaalstraat in Terlanen vroeger
“Kortendaalstraat” heette. Hij gaat ook op zoek naar een
verklaring van de plaatsnaam “Kortendaal”.

 

>ERKENS
Michel, Nogmaals onze Hoeilaartse beenhouwers (1817-1818), p.
184-188.

>Kennismaking
met het begin van de opbloei van de vleeshandel te Brussel tijdens
het Hollands tijdvak. Wanneer in 1818 de deur wordt opengezet voor
een vrije handel in vlees, groeien de Hoeilanders uit tot de
voornaamste leveranciers van de hoofdstad.

 

>CLABOTS
Albert, Overijse en Eizer verenigd en opnieuw gescheiden, p.
189-194.

>Vermits
Eizer een afzonderlijke heerlijkheid vormde binnen de grenzen van de
Vrijheid Overijse, streefden de heren van Overijse ernaar deze
heerlijkheid onder hun gezag te brengen. Toch kwam er uiteindelijk
een scheiding in 1630.

 

>DENAYER
Raymond, Een nieuw wapenschild voor Overijse?, p. 195-200.

>Door het decreet van 28
januari 1977 werden alle Belgische gemeenten verplicht een
wapenschild te hebben. De Vlaamse Heraldische Raad stelde vast dat de
kleuren van het voorgestelde wapenschild van Overijse –
toegekend in 1819 en bekrachtigd door Leopold I in 1841 – niet
verantwoord zijn. De auteur pleit voor een aanpassing van de kleuren.

 

>DEROM
Maurits, De “VLONPA” – Vlaamse Onpartijdige
Padvinders,
p. 201-204.

>De
Hoeilander Modest Denayer stichtte in 1933 een onafhankelijke Vlaamse
Scoutsgroep, de “Vlonpa”. Na zijn huwelijk met Yvonne
Degraeve werd hun huis in de C. Coppensstraat het lokaal van deze
jeugdbeweging. Met het overlijden van Modest in 1942 kwam er een
einde aan het bestaan van de Vlonpa.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Yvonne De Man, p. 205-207.

>De
bekende schrijfster Yvonne De Man, zus van BWP-voorzitter Hendrik De
Man, woonde vanaf 1939 samen met haar man Gust de Muynck in
Hoeilaart. Zij schreef een aantal onuitgegeven “Hoeilaartse
novellen”, waarvan sommige verband houden met de
verzetsactiviteiten van haar echtgenoot.

 

>DENAYER
Raymond, Uw verheerlijking, O Lieve-Vrouwe, streven wij na, p.
208-209.

>Op
het jaarlijkse Allerheiligenprentje staat de afbeelding van de
grafsteen van de vermoedelijke opdrachtgevers van het Mariabeeld in
de vroegere begijnhofkerk, Jacob Vandenesse en Paschyne Goedschalckx.

 

>TIMMERMANS
Frieda, Juliette Vandeuren : 100 jaar, p. 210-213.

>Juliette,
een rasechte Hoeilaartse, werd evenwel in Watermaal geboren. De
omstandigheden rond haar geboorte zijn op zijn minst merkwaardig te
noemen. Zij bleef haar ganse leven in Hoeilaart wonen.

 

>CLABOTS
Albert, De tribulaties van onderwijzer Alflants te Overijse in de
Franse tijd
, p. 214-217.

>Op
zijn aanvraag om in Overijse een school op te richten en om een
lokaal hiervoor te verkrijgen, kwam pas jaren nadien een antwoord van
de Municipaliteit van Overijse. De school was geen groot succes als
gevolg van religieuze en politieke motieven maar eveneens wegens het
gebrek aan een gepast onderkomen.

 

>VERSLUYS
Luc, Ken je Zoniën, p. 218-220.

>Commentaar
bij een foto uit 1935 waarop de bekende Visart-beuk te zien is. Deze
beuk stond op het domein van Graaf de Jonghe d’Ardoye in
Sint-Genesius-Rode.

Jaargang
XVIII (1994), nr. 1

 

>DENAYER
Raymond, Waaraan dankt Jezus-Eik zijn plotse roem?, p. 1-8.

>De
beroemde orgelcomponist Abraham Van den Kerckhove zou zijn wortels
hebben in Overijse. Bovendien zou hij familiebanden hebben gehad met
Peter Vanden Kerckhoven, de grondlegger van de Mariaverering in
Jezus-Eik. De auteur onderzoekt de filiatie Van den Kerckhove maar
stelt vast dat er nog heel wat hiaten in bestaan.

 

>DEVROEY
Egide, De Poefstraat, p. 9-20.

>De
wijk Het Lindeke met de Poefstraat was een berucht gehucht van
Hoeilaart dat zelfstandig kon bestaan. Je vond er allerlei soorten
beroepen. De inwoners waren overwegend liberaal, onder hen heerste
een ingeboren solidariteit.

 

>DEWILDER
Louis, Mensen van bij ons : Prins van Eyzer, p. 21-26.

>Het
levensverhaal van Albert Dewilder (1897-1970), een zeer
verdienstelijk lid van de K.H. Eendracht maakt Macht uit Eizer.
“Prins van Schoen” was een graag geziene en haast
legendarische figuur in het dorp.

 

>VANDENBORRE
Roger, Een dubbele rij druivelaars, p. 27-30.

>De
auteur vond tekeningen in een Duits tijdschrift, verschenen naar
aanleiding van een bezoek van de leden van de “Cercle
d’Arboriculture” aan de serres van de gebroeders Sohie in
1886. Hij vraagt zich af wat de bedoeling was van de dubbele rij
druivelaars en waarom men deze methode na de eeuwwisseling niet is
blijven toepassen.

 

>CLABOTS
Albert, Eén en ander over de geschiedenis van de
“Cardinael”
, p. 31-36.

>Zoektocht
naar de oorsprong van het gebouw “de cardinael”, gelegen
dichtbij de Vrijheidshalle van Overijse. Waarschijnlijk werd het zo
genoemd als eerbewijs aan de toenmalige landvoogd Ferdinand van
Overijse, ook wel “kardinaal-infant” of “prins-kardinaal”
genoemd.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Edouard Thibaut, p. 37-39.

>Edouard
Thibaut werd op 17-jarige leeftijd oorlogsvrijwilliger in
Wereldoorlog I. Na de oorlog begon hij zijn loopbaan als zelfstandig
serrist. Hij was ook bestuurslid van de Unie der Belgische
Druiventelers.

 

>DEROM
Maurits, De dappere wielrijders van Maleizen, p. 40-41.

>De
auteur heeft, in aansluiting op het artikel van Stefaan Bockstal over
“De Dappere Wielrijders van Maleizen”, verschenen in
1983, een artikel op de kop kunnen tikken van deze vereniging.

 

>VANPEE
Dominique, Van een verliefde kabouter te Overijse, p. 42-45.

>Blijkbaar
worden in diverse streken in België en Nederland gelijkaardige
legenden verteld waarin een bizarre band bestaat tussen eten en
faecaliën. Zo ook in Ottenburg. Wat deze legende precies
betekent, is niet erg duidelijk.

 

>VERSLUYS
Luc, Zoniën en de dichters, p. 46-49.

>De
Hoeilaartse onderwijzer Marcel Willaert, tevens secretaris van de
Toneelafdeling Hooger Op, schreef in zijn vrije tijd
gedichten.Hierbij de publicatie van een aantal van zijn creaties met
als thema : de winter.

 

>CLABOTS
Albert, Het “Koninckx Huys” na de brand van 1692,
p. 50-52.

>Het
“Koninckx Huys” werd gebruikt voor het opslaan van graan,
geleverd door de belastingbetalers van Overijse en Hoeilaart. Het
gebouw ging in 1692 in de vlammen op maar werd evenwel vlug
heropgebouwd.

None

>Jaargang
XVIII (1994), nr. 2

 

>DENAYER
Raymond, 5 Thermidor An II.
In memoriam
Frederik-Otto van Salm-Kirburg
, p. 53-68.

>200
jaar geleden, op 23 juli 1794, werd de laatste prins van Overijse,
Frederic-Otto van Salm-Kirburg onthoofd. Het waren de laatste dagen
van het bewind van Robespierre. Na een korte schets van de reden
waarom Overijse onder Salm-Kirburg belandde, tekent de auteur de
biografie van Frederic-Otto.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Frans Smeets, p. 69-72.

>Frans
Smeets was, naast onderwijzer in de Hoeilaartse gemeenteschool,
stichter-voorzitter van de Unie der Belgische Druivenkwekers en
eerste hoofdredacteur van het weekblad “De Serrist”.

 

>VERSLUYS
Luc, Zoniën en de dichters, p. 73-76.

>Opnieuw
enkele gedichten van de Hoeilaartse dichter Marcel Willaert. Hoewel
gepubliceerd in het zomernummer van Zoniën, refereren zij naar
de winter.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Het woordenboek van de familienamen in Overijses
perspektief
, p. 77-89.

>Dr.
Frans Debrabandere heeft met zijn “Woordenboek van de
familienamen in België en Noord-Frankrijk” een enorm
onomastisch en onmisbaar naslagwerk afgeleverd. Een aantal typische
Overijsese familienamen worden opgezocht.

>In
bijlage : specifieke stamgeschiedkundige en familienaamkundige
bibliografie van bijdragen in Zoniën en in het Beiersblad.

 

>DEROM
Maurits, Twee kistjes tomaten goed aangekomen, p. 90-92.

>Het
verhaal van twee Hoeilaartse jonge mannen die tijdens WO I naar
Nederland vluchtten om te ontsnappen aan deportatie naar Duitsland.

 

>CLABOTS
Albert, Handen af van het Zoniënwoud, 93-95.

>Sedert
1547 werd regelmatig inspectie gedaan van de palen die de grens
aanduidden tussen het Zoniënbos en de aanpalende eigenaars.
Dezen verplaatsten immers regelmatig de palen. In 1575 werd in dit
verband een proces aangespannen tegen Roelant Clabots.

 

>DEMAN
Yvonne, Maria, p. 96-97.

>Publicatie
van de novelle “Maria”, geschreven door Yvonne De Man.
Maria was lange tijd werkvrouw bij de auteur.

None

>Jaargang
XVIII (1994), nr. 3

 

>LOONES
Maurits, Gewelddadige overval te Groenendaal in 1632, p.
101-108.

>Aan
de hand van een document, bewaard in het A.R.A.B., geeft de auteur
allerlei inlichtingen over een gewelddadige overval die in 1632
gepleegd werd op een achttal arbeiders van de priorij van
Groenendaal. De daders werden evenwel nooit gevonden.

 

>VANDE
PUTTE Guy, De Kelle toponymisch en topografisch, p. 109-117.

>Naar
aanleiding van het feit dat de Kelle opnieuw borrelt, schetst de
auteur de geschiedenis van deze bron. Hij komt zo tot de vaststelling
dat er nog maar weinig geweten is over het stadsbeeld van de Vrijheid
Overijse.

 

>DENAYER
Raymond, Ambrosius van Horne, ridder van de Duitse Orde,
commandeur van Bernissem
, p. 118-127.

>Ambrosius
van Horne, die begraven ligt in de Hornegrafkelder in de
Sint-Martinuskerk van Overijse als Commandeur van “Berutthem”
of “Beruthem” was wel degelijk commandeur van de Duitse
Teutoonse Orde van Bernissem.

 

>DENAYER
Raymond, Ter attentie van de lezers van volgend artikel, p.
128.

>Een
toelichting bij het volgende artikel waarin de laatste uren van
Justus Lipsius beschreven worden.

 

>DE
TROEYER Benjamin, De laatste dagen van Justus Lipsius, p.
129-136.

>De
minderbroeder Frans Van den Broecke bracht in twee brieven, opgesteld
in het Latijn, verslag uit bij zijn hogere overste te Antwerpen van
de laatste dagen van Justus Lipsius. Pater De Troeyer maakte hiervan
een Nederlandse vertaling.

 

>ERKENS
Michel, Een enquête over het landbouwpersoneel anno 1920,
p. 137-139.

>In
1920 werd door het Ministerie van Landbouw een uitgebreide enquête
gehouden over de toestand van de landbouwersknechten. Diverse
aspecten kwamen aan bod : lonen, sociale toestand,
gezondheidstoestand, huisvesting, vrouwen- en kinderarbeid. Hoeilaart
en Tombeek beantwoordden deze enquête.

 

>DEROM
Maurits, De molen van Maleizen : in de volksmond bekend als de
molen Dechamps
, p. 140-143.

>Deze
molen bevond zich in de huidige Pierre Van Dijckstraat en werd
gebouwd in 1846. In 1910 werd er evenwel een elektrische motor in
gebouwd die verder dienst deed tot in 1945.

 

>VERSLUYS
Luc, Over een ander “Belgo-Romeins” votief altaar of
een belangrijke aanvulling op de heirbaan Bavai-Tongeren-Keulen
,
p. 144-148.

>In
Pont-à-Celles, provincie Henegouwen, ongeveer 30 km in
vogelvlucht verwijderd van Hoeilaart, werd een gelijkaardig stenen
opschrift gevonden als op het votief altaar dat in Hoeilaart ontdekt
werd. In de nabijheid van deze steen werden ook beeldjes aangetroffen
van moeder-godinnen.

None

>Jaargang
XVIII (1994), nr. 4

 

>CLABOTS
Albert, De “conscrits” van Overijse in het jaar XII,
p. 151-154.

>In
het gemeentearchief van Overijse bevindt zich een lijst van de
“conscrits de l’an XII”, namelijk alle jongelingen
die opgeroepen werden tussen 23 september 1782 en 23 september 1783.
Diverse inlichtingen worden daarbij gegeven : naam van de ouders,
geboorteplaats- en datum, beroep, lengte, persoonsbeschrijving.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Jozef Demol-Parquin, p.
155-157.

>Jozef
Demol was een tijdlang gemeenteraadslid en zelfs schepen van
Hoeilaart. Daarnaast was hij ook een bekwaam druiventeler. Hij
kweekte de “Mollekens”, een soort veredelde Royaldruif.

 

>HEMELEERS
Marcel, Herinneringen aan de bevrijding, p. 158-159.

>Herinneringen
aan twee Engelse soldaten die begin september 1944 als
valschermspringers op de Terhulpensesteenweg in Overijse belandden.
Eén van hen schreef later een brief waarin hij zijn
belevenissen vertelde vanaf de landing tot aan het einde van de
vijandelijkheden.

 

>VERSLUYS
Luc, Over een ander “Gallo-Romeins” votief altaar
(deel 2)
, p. 162-168.

>Het
votief altaar van Hoeilaart vertoont enkele gelijkenissen met het
votief altaar van Liberchies (Pont-à-Celles). Zo wordt een
vergelijking gemaakt tussen de moeder-godinnen Matrones
Cantrusteihiae (Hoeilaart) en Iarae (Liberchies).

 

>DENAYER
Raymond, Soldaat Albert Alsteens, p. 169-175.

>De
Tombekenaar en soldaat Albert Alsteens werd ernstig ziek enkele dagen
vóór het begin van Wereldoorlog II. Hij werd opgenomen
in het Militair Hospitaal in Etterbeek maar stierf uiteindelijk in
een burgerziekenhuis in dezelfde gemeente. Hij werd echter niet
erkend als ooorlogsslachtoffer. De auteur spreekt de wens uit dat de
militaire status en de verdiensten van Albert Alsteens zouden erkend
worden.

 

>TIMMERMANS
Frieda, Louise Rems : 100 jaar, p. 176-184.

>Louise
Rems werd geboren in Meldert, waar zij huwde met haar buurjongen
Alfons Vanmol. Het jonge paar vestigde zich na enkele jaren in
Hoeilaart waar zij een mandenmakerij opstartten. Een deel van hun
productie werd gebruikt voor de verpakking van druiven.

 

>DEWILDER
L., Mensen van bij ons : Susse Schoen, p. 185-192.

>Het
levensverhaal van Susse Schoen of Theophiel Dewilder die een tijdlang
liberaal gemeenteraadslid was te Overijse. Hij oefende tevens het
beroep van serrist uit.

 

>VERSLUYS
Luc, 650 jaar geleden te Groenendaal 1345-1995. Inwijding van de
eerste kapel van Ruusbroec’s gezellen
, p. 193-198.

>De
auteur belicht de eerste jaren van de priorij van Groenendaal : vanaf
de vestiging van Ruusbroec en zijn metgezellen in het Zoniënwoud
in 1343 tot de definitieve stichting van de priorij in 1350.

 

>ERKENS
Michel, De koninklijke tribune in de hippodroom van Groenendaal
(1889)
, p. 199-204.

>De
auteur schetst de geschiedenis van de koninklijke tribune in de
hippodroom van Groenendaal aan de hand van een krantenartikel uit
1889 (inhuldiging van de tribune) en van voorhanden zijnde
iconografisch materiaal.

None

>Jaargang
XIX (1995), nr. 1

 

>ERKENS
Michel, Dr. Canstatt, een Duitse dokter in Hoeilaart in 1832,
p. 1-4.

>Dr.
Canstatt, een bekend Duits medicus, verbleef op vraag van baron
Joseph de Man een tijdlang te Hoeilaart om er de cholerapatiënten
te verzorgen. In brieven die hij schreef aan zijn geliefde Laura
Diruf verschaft hij heel wat inlichtingen over Hoeilaart.

 

>DENAYER
Raymond, De Kelle “geproefd” uit een andere beker,
hydrografisch en hydrodynamisch
, p. 5-13.

>In
aansluiting op het artikel van Guy Vande Putte over de Kelle,
verschenen in een vorig Zoniënnummer, geeft de auteur een andere
interpretatie van de oorsprong van het woord Kelle, dat volgens hem
“koud, koel” betekent. Verder probeert hij de plaats waar
de Kelle zich eerst bevond, te achterhalen.

 

>DE
MAN Yvonne, Hoeilaartse novellen : Wetenschap contra pendel,
p. 14-19.

>In
deze novelle vertelt Yvonne De Man het verhaal van een jonge
Hoeilaartse dokter die bij het opstarten van zijn praktijk heel wat
concurrentie ondervond van een pendelaar. Dankzij enkele
“miraculeuze” genezingen slaagde hij erin heel wat
patiënten naar zijn praktijk te brengen.

 

>CLABOTS
Albert, Een burgemeester van Spaanse afkomst te Overijse, p.
20-36.

>J.F.
De Madrid behoorde tot een adellijke familie van Spaanse oorsprong.
In de eerste helft van de 17e eeuw was hij gedurende een
twaalftal jaren achtereenvolgens schepen, burgemeester en overmeier
van Overijse. Hij oefende deze ambten naar behoren uit en diende
Overijse met toewijding in een erg moeilijke periode.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : verzetsman Charles Coppens,
neergeschoten door de Duitsers te Terhulpen op 15 juli 1944
, p.
37-39.

>Charles
Coppens maakte tijdens Wereldoorlog II deel uit van de
verzetsorganisatie, het Belgisch Partizanenleger en werd door de
Duitse bezetter gezocht. Hij werd op 15 juli 1944 neergeschoten in
Terhulpen.

 

>ERKENS
Michel en VANDE PUTTE Guy, Beleggen in het Zoniënwoud en
Waals-Brabant in de 19e eeuw
, p. 40-50.

>De
auteurs bespreken twee belangwekkende Franstalige publicaties over de
geschiedenis van onze streek :

>MAZIERS
Michel, Histoire d’une forêt périurbaine:
Soignes. 1822-1843 : sous la coupe de la Société
Générale
en

>MEUWISSEN
Eric, Les grandes fortunes du Brabant Wallon. Seigneurs de la
terre, capitaines d’industrie
.

>HEMELEERS
Marcel, Vluchtroute, p. 51-52.

>De
auteur geeft meer informatie over de ontsnappingsperikelen van
Engelse piloten wiens vliegtuig neergehaald werd boven Tessenderlo op
20 december 1943.

 

>QUITTELIER
Ernest, Charles Melotte.
Een politieke gevangene uit
onze gemeente
, p. 53-55.

>Charles
Melotte die woonde op Vlaanderveld, stichtte bij het begin van WO II
een weerstandsnet “Groupe Banco-Bayard”. De
hoofdactiviteit bestond erin inlichtingen te verzamelen over de
Duitse troepenbewegingen in het bezet gebied. Charles Melotte
overleefde evenwel de oorlog niet.

 

>HEMELEERS
Marcel, De mandenvlechterij in de Druivenstreek, p. 56.

>Een
korte bedenking bij het gebruik van wissen in de Druivenstreek.

Jaargang XIX, (1995), nr. 2

 

>CLABOTS
Albert, Stamreeks Clabots, p. 57-61.

>De
auteur stelt zijn stamreeks op, te beginnen met Goris Clabots, die
voor het eerst in het archief verschijnt in 1589. Hij woonde in
Ukkel.

 

>JOLY
Ludo, Stamlijn van Maurits Derom, p. 62-73.

>De
oudst gekende stamvader van Maurits Derom is Joannes Derom, geboren
vermoedelijk rond 1584. Hij was in dienst van de Schepenbank van de
Heerlijkheid Terheyden. Maurits Derom kon bogen op een aanwezigheid
van meer dan 4 eeuwen van zijn stam in het dorp.

 

>CLABOTS
Albert, De eerste (?) kluizenaar van Overijse, p. 74-76.

>In
1523 werd te Overijse een officiële kluizenaar aangesteld. Hij
ging wonen in de “Cluyse” en had een aantal
verplichtingen tegenover de zieken en de overledenen. Zijn taak wordt
nadien door een echtpaar overgenomen.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Professor dokter Firmin Derom,
p. 77-78.

>Firmin
Derom werd geboren in Overijse maar groeide op in Hoeilaart. Hij werd
hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde van de Rijksuniversiteit van
Gent.

 

>SOCQUET
Marcel, Te vondeling gelegd worden. Het zal je maar overkomen!,
p. 79-82.

>Biografie
van Julia Cérès, een van de voorouders van de auteur.
Zij werd in 1811 te vondeling gelegd in het Hospice te Brussel. Julia
Cérès werd enkele dagen later opgenomen in een
pleeggezin te Huldenberg. Later is ze vermoedelijk gaan “dienen”
bij een familie in Terlanen.

 

>ERKENS
Michel, Het testament van Francis Derom, p. 83-84.

>Onder
het Ancien Régime was het niet uitzonderlijk dat de
dorpspastoors optraden als notaris. Dit gebeurde ook voor het
testament van Francis Derom, genoteerd op 17 juli 1780. Dit document
geeft de concrete leefwereld van onze voorouders weer gestalte.

 

>WILLAERT
Carine, De politieke rol van de Brabantse steden in de late
Middeleeuwen, p. 85-93.

>In
de 15e eeuw slaagden de steden van het Hertogdom Brabant
erin hun vorst een grondwettelijk, representatief en “parlementair
stelsel” op te dringen. Vooral Leuven, Brussel en Antwerpen
speelden hierin een overheersende rol.

 

>ERKENS
Michel, Nogmaals “De Kelle” … maar dan in Hoeilaart,
p. 94-95.

>De
Hoeilaartse Kellen(borre) is even oud als de Overijsese Kelle. De
Hoeilaartse Kelle is evenwel niet in het centrum van de gemeente
gelegen. De auteur is van oordeel dat Kelle koud of kil betekent.

 

>CLABOTS
Albert, Voorstel tot oprichting van een officiële school te
Terlanen in de Franse Tijd
, p. 96.

>In
1797 vonden de leden van de Municipaliteit van het kanton van Yssche
dat er een school zou moeten gevestigd worden in de pastorie van het
gehucht Terlanen. De auteur vermoedt evenwel dat deze kwestie op een
sisser is uitgelopen.

 

>DEROM
Maurits, De moord op Jeanneke Wollanders op 11 mei 1919 te
Hoeilaart
, p. 97.

>Jeanne
Wollanders was 12 jaar toen ze op een zondagmorgen werd vermoord. Een
ernstig onderzoek naar de daders is nooit gevoerd.

 

>DENAYER
Raymond, Poorters van Overijse in de XVIe eeuw, p. 98-101.

>Tussen
1498 en 1545 werden er in Overijse een 40-tal nieuwe poorters
(bourgeois) aanvaard. Zij kwamen van heinde en verre.

 

>DEROM
Maurits, De honden van maarschalk Goering, p. 102.

>Baron
Emmanuel Janssens, kasteelheer van Terhulpen, bracht zijn meute
honden in 1939 onder in stallen op het Nilleveld te Hoeilaart. Deze
honden werden in mei 1940 aangeslagen door het Duitse leger en door
maarschalk Goering.

 

>DENAYER
Raymond, De inhuldiging van het Justus Lipsiusgebouw, p.
103-104.

>Verslag
van de inhuldiging van het Justus Lipsiusgebouw, de nieuwe
huisvesting van de Europese Raad te Brussel, op 29 mei 1995. Het
belang van Justus Lipsius werd in de openingstoespraken duidelijk
belicht.

Jaargang XIX, (1195), nr. 3

 

>CLABOTS
Albert, Carnavalreglement te Overijse in 1843, p. 105-106.

>N.a.v.
het feit dat in Overijse blijkbaar heel wat mensen zich misdroegen,
werd in 1843 een gemeenteraadsbeslissing genomen waarbij een
reglement voor carnaval werd opgesteld.

 

>VANDENBORRE
Roger, Een politiereglement uit Hoeilaart anno 1885 – deel
1
, p. 107-112.

>Uit
een in het gemeentearchief gevonden Hoeilaarts politiereglement
citeert de auteur enkele artikels die heel wat gegevens bevatten over
de gewoonten en problemen van die tijd. Sommige problemen zijn nog
steeds zeer herkenbaar.

 

>DENAYER
Raymond, Tijdsbeeld – Het huidig politiereglement van
Overijse
, p. 113-114.

>De
auteur klaagt de lawaaivervuiling in het centrum van Overijse aan
hoewel het bestaande politiereglement zeker kan gebruikt worden voor
het bewaren van de burgervrede.

 

>QUITTELIER
Ernest, Verzetsstrijder Georges Huynen, p. 115.

>Deze
Luikenaar was directeur van het “Home Prince Bauduin” in
Welriekende. Hij sloot zich aan bij het verzet maar werd
neergeschoten door de Gestapo.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : kunstschilder Maurits Verbist,
p. 116-120.

>De
kunstschilder Maurits Verbist werd geboren in Neerijse maar woonde
een tijdlang bij zijn zus in Hoeilaart, waar hij ook school liep in
de gemeenteschool. Hij werd als kunstschilder zeer bekend, tot zelfs
in het buitenland.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Rond het Roodhuis en het Pagestrekke, p. 121-130.

>Historiek
van een aantal voorname burgerhuizen van de Vrijheid van Overijse,
aan weerszijden van het Fezelarenstraatje/Pagestrekke, met in het
bijzonder het “Roodhuis”. Een aantal van deze
burgerhuizen werd gesloopt in het kader van de
“dorpskernvernieuwing”.

 

>VANDENBORRE
Roger, Een aanbesteding voor doodkisten, p. 131-135.

>In
het Hoeilaartse gemeentearchief vond de auteur een aanbesteding,
uitgeschreven door het College van Burgemeester en Schepenen voor het
maken van doodkisten voor behoeftige overleden inwoners. Hieruit
blijkt in ieder geval dat de kindersterfte aanzienlijk was.

 

>DENAYER
Raymond, Pater Isidoor Taymans (1), p. 136-143.

>Deze
Overijsese missionaris overleed zeer jong aan de gevolgen van de
slaapziekte, opgedaan in zijn missiepost in Congo. Aan de hand van
zijn brieven zal de auteur in een aantal artikelen nader ingaan op
het leven van Pater Isidoor Taymans en op ons koloniaal verleden.

 

>DEROM
Maurits, Een woordje over de rijkswachtkazerne te Hoeilaart,
p. 144.

>In
de jaren 1920 was er een rijkswachtgroep gelegerd te Hoeilaart in de
gemeenteschool – kant meisjesafdeling. Het personeel bestond
uit 1 commandant en 4 soldaten. De gendarmerie verhuisde later naar
Terhulpen.

 

>DENAYER
Raymond, De jachthonden van maarschalk Goering (II), p.
145-152.

>De
echtgenote van de auteur woonde op het Nilleveld op het domein waar
de jachthonden van baron Emmanuel Janssen waren ondergebracht. Hij
kan dan ook meer details geven over deze geschiedenis.

 

>VERSLUYS
Luc, Jan van Schoonhoven? (Deel I), p. 153-156.

>Jan
van Schoonhoven, monnik in de priorij van Groenendaal, kende het werk
van Ruusbroec zeer goed. Hij wijdde zelfs een biografisch werk aan de
mysticus. De auteur schetst het leven van deze Jan van Schoonhoven.

Jaargang XIX (1995), nr. 4

 

>VERSLUYS
Luc, Jan van Schoonhoven? (deel 2), p. 160-161.

>Dom
J. Huijben O.S.B. had zeer veel interesse voor Jan van Schoonhoven,
leerling en biograaf van Jan van Ruusbroec.

 

>DEROM
Maurits, Jozef Lauwers alias de Stoelzetter van Hoeilaart, p.
162-163.

>De
ganse familie van Jozef Mauwers (1843-1942) hielp mee van 1894 tot
1946 met het klaarzetten van de stoelen in de Hoeilaartse
Sint-Clemenskerk en met het ophalen van het stoelgeld.

 

>DENAYER
Raymond, Pater Isidoor Taymans (2), p. 164-171.

>In
1894 stichtten de Trappisten van Westmalle een missiepost in Bamania
(Congo). In 1897 vertrok nogmaals een hulppost Trappisten naar deze
post, onder hen Pater Isidoor Taymans. De auteur geeft hierbij het
verslag van het eerste deel van die reis.

 

>ERKENS
Michel, Het huis Derom-Debecker, p. 172-178.

>Bij
de inrichtingswerken aan het pand hoek Henri Caronstraat-Emiel
Vandenbroeckstraat kwam een kapelletje en een blauwe steen met
inscriptie te voorschijn. De auteur gaat op zoek naar de betekenis
van deze inscriptie.

 

>CLABOTS
Albert, Van een politiecommissaris, een stationschef en een eerste
schepen
, p. 179-184.

>In
1884 werd Victor Gustave Van Mol, afkomstig uit Brussel,
politiecommissaris in Overijse. Na een ganse reeks incidenten,
grotendeels het gevolg van zijn drankmisbruik, werd Van Mol in 1886
een tijdlang geschorst door het college. Eind 1886 nam hij zelf
ontslag.

 

>VANDENBORRE
Roger, Een politiereglement uit Hoeilaart anno 1885 (deel II),
p. 185-189.

>Een
tweede reeks artikels uit het politiereglement van Hoeilaart anno
1885. Het gaat hierbij o.a. over artikels i.v.m. de veiligheid op de
openbare wegen en middelen om brand te voorkomen.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Rond het Fezelarenstraatje en Mariëndal of
waarnaar het Pagestrekke je al niet leiden kan (II)
, p. 190-199.

>Zoektocht
naar de oorsprong van de plaatsnaam Fezelarenstraatje. Via dit
straatje komt men in Val Maria-Mariëndal dat vroeger een
klooster was maar thans een OCMW-rusthuis.

 

>TIMMERMANS
Frieda, Madeleine Quintelier : 100 jaar !, p. 200-206.

>Deze
100-jarige werd geboren in Hamme bij Dendermonde maar kwam als klein
meisje met haar ouders in Hoeilaart wonen, aangetrokken door het
beeld van de groeiende welstand alhier als gevolg van de
druiventeelt. Zij woont bij haar zoon in Maleizen.

 

>DEROM
Maurits, Jean Somville, alias Wannes de Schoenmaker, p.
207-208.

>Jean
Somville (1836-1942) was schoenmaker maar baatte ook een herberg uit
op de Overijsesteenweg.

Jaargang XX (1996), nr. 1

 

>VANDE
PUTTE Guy, Val-Maria, een meesterwerk in Beaux-Arts-stijl van de
kloosterbouwer Jozef Prémont mag niet gesloopt worden.
Mariëndal III
,
p. 1-18.

>Biografie
van Jozef Prémont, architect van o.a. de verbouwingswerken aan
Mariëndal dat op het punt staat gesloopt te worden. Jozef
Prémont ontwierp de plannen van een aantal kloosters en
scholen. Hij werkte vooral in de Beaux-Arts-stijl, een teruggrijpen
naar de Franse Lodewijk XVI-stijl.

 

>VANDENBORRE
Roger, Elektriciteit te Hoeilaart (deel I). Een moeizaam begin,
p. 19-28.

>Na
maanden van onderhandelen sluiten de gemeente Hoeilaart en de
Compagnie Auxiliaire d’Electricité uiteindelijk een
overeenkomst voor het produceren en het verdelen van elektriciteit in
Hoeilaart. De concessie werd goedgekeurd op de gemeenteraadszitting
van 26 december 1903.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : de familie Vertongen, p.
29-30.

>Enkele
inlichtingen over het gezin Vertongen-Denayer. Een schoondochter van
hen was Marjanne Roemme, vroedvrouw o.a. in Hoeilaart.

 

>CLABOTS
Albert, Ruzie tussen “Palleeressen” te Overijse,
p. 31-35.

>In
het archief van de Schepenbank van Overijse vond de auteur een
document uit 1554 over een proces waarbij 2 “palleeressen”
van Overijse betrokken waren. De opdracht van een “palleeresse”
bestond erin “de bruyt te palleren (opsmukken) en(de) ter
kercken te leyden”. Rond deze ganse zaak blijven vele vragen
hangen.

 

>ERKENS
Michel, Ten tijde van de Assignaten, p. 36-39.

>Op
het einde van de 18e eeuw drong het Franse revolutionaire
bewind een nieuwe munt op aan de bevolking. Het ging hierbij om een
papieren munt die weinig vertrouwen genoot bij de bevolking. Er waren
zelfs regeringsmaatregelen nodig om het vertrouwen in de munt te
herstellen.

 

>DENAYER
Raymond, Pater Isidoor Taymans (3), p. 40-54.

>Rond
6 januari 1898 post Pater Isidoor Taymans een brief met het verslag
van het verdere verloop van zijn reis. Hij is ondertussen in Congo
aangekomen.

 

>UYTTENBROECK
Greta, De gebouwen van de gemeentelijke waterdienst, p. 55-62.

>In
de jaren 1920 werd een project opgestart om Hoeilaart van water te
voorzien. In de loop van 1932 werd de watertoren in gebruik genomen
en ging men over tot de aanleg van particuliere aansluitingen.

 

>DEROM
Maurits, Figuren uit ons dorp : Maurice Vanhimbeek, p. 63-64.

>Maurice
Vanhimbeek speelde een bezielende rol in de geschiedenis van de
harmonie Sint-Clemens waar hij een tijdlang dirigent was.

Jaargang XX (1996), nr. 2

 

>VANDENBORRE
Roger, Elektriciteit te Hoeilaart (deel II), p. 65-76.

>In
dit tweede deel bespreekt de auteur de inplanting van een elektrische
centrale te Hoeilaart hoewel deze oorspronkelijk voorzien was in
Terhulpen. De centrale werd in 1905 ingehuldigd.

 

>VERSLUYS
Luc, Ons Ruusbroecpark, p. 77-79.

>Het
verhaal van het park – thans genoemd Jan van Ruusbroecpark –
dat in 1931 voor een groot gedeelte werd omgevormd tot een
voetbalterrein ondanks groot protest van de VZW “Les Amis de la
Forêt de Soignes”.

 

>VANDE
PUTTE Guy, De installatie van de helpsters van het Vagevuur te
Overijse (1914-1919). Mariëndalstory IV
, p. 80-89.

>De
auteur analyseert een aantal brieven, gericht aan de kloosteroverste
van de “Mameerkes” waaruit blijkt dat de
verbouwingswerken aan Mariëndal (begin 20e eeuw) niet
zo goed opschieten.

 

>VERSLUYS
Luc, Een Hoeilander in Kongo sedert 1909. Getuigenissen uit de
vroege missietijd
, p. 90-95.

>De
auteur las enkele brieven van pater Emiel Decock, een Scheutist uit
Hoeilaart en werkzaam in Leopoldstad. Hij pleitte vooral voor een
degelijk uitgebouwd onderwijs voor de zwarten.

 

>DENAYER
Raymond, Pater Isidoor Taymans (4), p. 96-105.

>Nu
volgt het relaas van de reis doorheen het beruchte Kristalgebergte.
Deze reis van Matadi tot Kimuenza, duurde 12 dagen en was ongeveer
388 km lang. Op het einde van deze reis krijgt Pater Isidoor Taymans
het begin van een koortsaanval.

 

>DEROM
Maurits, Het spook van Steenbergstraat, p. 106-108.

>De
zoveelste versie van het laatste spookverhaal uit Hoeilaart dat zich
afspeelt rond het kerkhof en de Steenbergstraat.

 

>CLABOTS
Albert, De laatste kluizenaar van Overijse, p. 109-111.

>Enkele
inlichtingen over de laatste kluizenaars van Overijse. Zij waren
gemeentebedienden met een aantal verplichtingen tegenover zieken en
overledenen. In 1882 werd de Cluyze openbaar verkocht.

 

>DENAYER
Raymond, Nog over de Cluyze en haar bewoners, p. 112-116.

>N.a.v.
het voorgaande artikel van Albert Clabots probeert de auteur wat meer
details te verschaffen over de functie van de kluizenaar. Hij tracht
ook na te gaan waar de Cluyze zich bevond.

Jaargang XX (1996), nr. 3 : JEZUS-EIKNUMMER

 

>ERKENS
Michel, Ten geleide, p. 117-118.

>Verantwoording
van het speciaal Zoniënnummer dat volledig gewijd is aan de
geschiedenis van Jezus-Eik. Het nummer is voorzien van een index.

 

>LOONES
Maurits, Jezus-Eik.
De beginjaren van het Mariaoord,
p. 119-164.

>Recente
opzoekingen in het fonds “Administratieve Briefwisseling van de
Rekenkamer” van het Algemeen Rijksarchief te Brussel brachten
meer informatie aan het licht over de prille jaren van Jezus-Eik waar
de Mariadevotie begon omstreeks 1636 of 1637.

>Het
artikel behandelt volgende thema’s :

>Tot
welke parochie behoorde Jezus-Eik?

>De
bouw en de afbeelding van de eerste kapel

>De
opvang van de pelgrims

>Wonderbare
genezingen

 

>EVERAERT
Leo, De glasramen, schilderijen en biechtstoelen in de kerk van
Jezus-Eik
, p. 165-184.

>De
glasramen in de kerk vertellen de geschiedenis van het bedevaartsoord
tot op de dag van de kroning van het wonderbare Mariabeeld in 1924.

>De
verzameling van votieve schilderijen worden vanuit artistiek,
sociologisch, religieus en documentair oogpunt bekeken.

>De
biechtstoelen hebben een bijzonder hoge kunstwaarde (17e
eeuws, post-barok).

 

>DENAYER
Raymond, Nieuwe gegevens over het prille begin van de devotie aan
de Jezuseik
, p. 185-216.

>De
auteur analyseerde het Jezus-Eikdossier in het Mechels
Aartsbisschoppelijk archief. Dit dossier handelt over het geschil
tussen Tervuren, gesteund door de abdij van Park-Heverlee, het
aartsbisdom Mechelen en de Spaanse Overheid, en Overijse. De vraag
was onder wiens geestelijke en wereldlijke bevoegdheid de omgeving
van Jezus-Eik ressorteerde. De auteur analyseert het betoog van
Guillaume De Greve ten voordele van Overijse. Uiteindelijk wint
Tervuren het pleit.

Jaargang XX (1996), nr. 4

 

>DENAYER
Raymond, In de marge van Jezus-Eik en de Mariaverering ten onzent,
p. 219-231.

>N.a.v.
het speciale Jezus-Eiknummer kreeg de auteur nog enkele reacties
m.b.t. de historiek van het bedevaartsoord. Hij vond ook nog meer
gegevens over dit thema.

 

>VANDENBORRE
Roger, Elektriciteit te Hoeilaart (deel III), p. 232-242.

>In
dit derde deel behandelt de auteur de periode vanaf het in gebruik
nemen van de elektrische centrale tot de inleidende fase van de
verhuis ervan naar de wijk Dumberg. Deze periode wordt gekenmerkt
door uitbreidingen, technische en organisatorische aanpassingen,
allerlei problemen, betwistingen en klachten.

 

>VANDE
PUTTE Guy, Marcel Rau (1886-1966) : een groot beeldhouwer van
Overijse afkomstig. N.a.v. 75 jaar oorlogsmonument te Overijse
,
p. 243-256.

>In
1921 werd het monument voor de gesneuvelden van Wereldoorlog I te
Overijse ingehuldigd. De beeldhouwer, Marcel Rau, werd geboren in
Brussel in 1886. Hij was een tijdgenoot en vriend van de Overijsese
heimatschilder Louis Rigaux. Zowel Marcel Rau als zijn vrouw Lucie
Hellmich hadden familiebanden met Overijse.

 

>VERSLUYS
Luc, Pater Emiel De Cock vertrekt nogmaals naar Belgisch Kongo,
met de Kongoboot, waarschijnlijk in 1930
, p. 257.

>Op
een foto genomen bij het vertrek van Pater Emiel De Cock naar Congo
kan men enkele Hoeilanders herkennen.

 

>HEMELEERS
Marcel, Vluchtroute III, p. 258-259.

>Enkele
foto’s van de graven van 3 bemanningsleden wier bommenwerper
werd neergehaald op 20 december 1943 boven Tessenderlo. De graven
zijn te zien op het Engels militair kerkhof in Heverlee.

 

VERSLUYS
Luc, “Le crime est consommé” (René
Stevens).
De misdaad is begaan, p. 261.

Afdruk
van een foto van de ravage in het Gemeentepark van Hoeilaart na het
hakken van de eeuwenoude beuken in 1931.

 

>CLABOTS
Albert, Een paar kanttekeningen bij het Jezus-Eiknummer (Zoniën,
1996/3)
, p. 262-263.

>De
auteur geeft nog meer inlichtingen over enkele personen die in het
speciale Jezus-Eiknummer werden vermeld.

 

>ERKENS
Michel, De uitbouw van het serrenbedrijf Sohie, p. 264-275.

>Aan
de hand van gegevens uit het kadaster wordt de evolutie van het
serrenbedrijf Sohie geschetst. De auteur stipt als besluit nog enkele
punten aan die volgens hem belangrijk waren bij het ontstaan van de
druiventeelt.

 

BELMANS
A.J., Een inwoner van Jezus-Eik zat in de spooktrein, p.
276-277.

Een
trein vol met politieke gevangenen die vanuit de
Sint-Gillisgevangenis naar kampen in Duitsland werden overgebracht,
werd tegengehouden in Schaarbeek. Alle inzittenden, onder wie de
Jezus-Eikenaar Marcel Luppens, werden bevrijd.

 

DENAYER
Raymond, Pater Isidoor Taymans (5), p. 278-284.

Afdruk
van de eerste brief, geschreven door Pater Isidoor Taymans, vanuit
zijn nieuwe verblijfplaats Bomania (nabij Coquilhatville). Deze brief
geeft duidelijk de mentaliteit weer van de apostolische ijver in de
missiegebieden.

Jaargang XXI(1997), nr. 1

MICHIELS Roger. De Koninklijke Harmonie “Sint-Martinus” bestaat 175 jaar. , p1-15.
“Société d’Harmonie d’Ysque” werd gesticht op 30 augustus 1822. Met een lijst van de stichters, voorzitters, muziekbestuurders, onderchefs en lokalen en een lange lijst van feiten, hoogtepunten en anekdoten.

VANDENBORRE Roger, Elektriciteit te Hoeilaart (deel 4), p.16-27.
Vierde en laatste deel over elekriciteit te Hoeilaart , aankoop van gronden op en verhuis naar de Dumberg en perikelen rond de aanleg van het net.

DENAYER Raymond, Pater Isidoor Taymans (deel 6), p.28-29.
Brief van Pater Berchmans aan Eerw. Vader Jozef, abt vab Kongo.

LOONES Maurits, Kosters te Hoeilaart, p30-32.
Loonproblemen van koster Hendrik vander Linden en lijst van zijn opvolgers.

ERKENS Michel, De Koningsvijvers te Groenendaal, een idee van Leopold II, p.33-44.
Het grondgebied van de vijvers behoorde vroeger tot de abdij van Groenendaal, later eigendom van Nicolas Bonaventure en de familie baron De Man. Koning Leopold II voert verfraaiingsplannen uit aan de visvijver bij de Sint-Corneliskapel en de andere vijvers en moerasgebieden onder leiding van landschapsarchitekt Lainé.

VANDE PUTTE Guy, Het sanatorium Joseph Lemaire te Tombeek, p.45-52. Een juweeltje in Art-Deco stijl staat te verkommeren te Tombeek. Eerste steenlegging op 10 augustus 1936, ingehuldigd als sanatorium van de “Prévoyance Sociale” op 30 september 1937 en verlaten in 1987, werd gebouwd door architekt Maxime Brunfaut.

Jaargang XXI(1997) nr.2

ERKENS Michel, Oudste Iconografisch Document van het Hoeilaartse Dorpscentrum, p53-60.
Schets van 1676 naar aanleiding van een vraag van de heer van Terheyden, baron Van Holsbeek over een weg naar de kerk, vergeleken met andere oude plannen.

COLIN Michel, Interbrabant. Een nieuwe aktor in de Brabantse elektriciteitssektor, p.61-67.
Vervolg op de geschiedenis van de elektriciteitsdistributie: productiemetoten en wetgeving.

DENAYER Raymond, Pater Isidoor Taymans(7), p.68-74.
Brief van Overijsenaar E.P. Joannes Berchmans, abt vanWestmalle.

JOLY Ludo, De afkomst van e Hoeilaartse families Derom, p.75-80.
Genealogie van de familie Derom of de Ronghe.

De koningsvijvers te Hoeilaart: p.82, correctie bij artikel in Zoniën 1977 nr.1
VANDE PUTTE Guy, Van watermolen tot funerarium, p.83-95.
Historische schets van de watermolen aan het Stationsplein, eertijds bekend als borgmolen, borchmolen, banmolen, scherrewerremolen, serrewerremolen, slachmoelen. Het artikel behandelt verder nog de ligging van de kerkhofmolen ter hoogte van de vrijheidskamme en geeft een lijst van molenaars.

Jaargang XXI(1997) nr.3

Jaargang XXI (1997) Nr.4

Omtrent Clabots: hulde aan een overleden medewerker.p.157-159.

TIMMERMANS Frieda, Albert Clabots’ jeugd en jonge jaren in Overijse, p.165-169.
Herinneringen van schoolvrienden aan zijn jeugdjaren, zijn toen al fenomenale belezenheid. Hij was medestichter van de plaatselijke K.S.A.

VANDE PUTTE Guy, Clabots te Overijse en rondom: een voorlopig verhaal van linken en lacunes in briefvorm. p.170-177.
Overzicht van de zoektocht van Albert Clabots naar zijn voorouders en zijn poging een familiegeschiedenis te reconstrueren.

ERKENS Michel, Als oorlog ziekte verdrijft; p.178-187.
Overzicht van melaatsen in Hoeilaart tussen 1499 en 1575, waarna geen melaatsen meer voorkwamen.

DENAYER Raymond, Wat Lipsius blijkbaar niet wist… en Albert Clabots ons leert; p.188-197.
Hoe Albert Clabots in Amsterdam sporen vond een “neve” van Justus Lipsius, Cornelis Claesz. Alias Cornelis Vande Nesse, en reconstruering van de familie Vande Nesse in Amsterdam en Overijse.
Vandenesse, van Rode, Garbrants, Van Bol, de Grutere, Nazareth, Montmorency, bloedraad,

VERSLUYS Luc, Hoeilaart en Groenedaal: eenzelfde vallei, p.198-204.
Beide plaatsen vormen één geheel in de vallei zoals uit voorhistorische vondsten blijkt. Door de vestiging vankluizenaars en later de abdij ontstond een scheiding.

Jaargang XXII (1998) Nr.1

VERSLUYS Luc, Mensen hebben hoop nodig, p.1-4.
Over het belang van Ruusbroec als wereldbezit.

DENAYER Raymond, Pater Isidoor Taymans (9), p.5-16.
Laatste aflevering over Pater Isidoor Taymans, Trappist onder de naam Joannes Berchmans, met een in memoriam aan hem gewijd, en een nawoord van pater J. Steffen S.C.J. overgenomen uit het boek “Missie en Staat” van A.M. Delathuy.

ERKENS Michel, De Titanic als Familielegende, p.17-20.
Een familielid op de Titanic? De legende wordt getoets t aan de realiteit: wie was Bertha Mayné?
de Villers, Quigg Baxter, Sohie, Hendrickx

VANDE PUTTE Guy, De familie Van Der Ke(i)len, p.21-40.
Een in het Lipsiushuis geboren Overijsenaar wijkt uit naar Australië.
Afstamming en emigratie van François Vanderkelen met verslag van een lange bootreis naar Australië.
Lenders, De Cock, Van Laer, Taymans, Coosemans, Melbourne, Harris, Charliers, De Veen

WILLAERT Roger, Bij de muur van ’t oude kerkhof, p.41-46.
Verslag van de voorbereiding tot verbreden van de Waversesteenweg, volgens eendocument uit 1789.

DEROM Maurits, Figuren uit ons dorp, Aloïs Wittamer, p.47-51.
De onderstationschef van Groendaal slaagde er in het lossen van drie treinen Duitse tanks in Groenendaal in 1944 te voorkomen.

RIGAUX Jean, De bende van de kerk, p.52-60.
Jeugdherinneringen uit de oorlogsjaren: een ware veldslag tegen de bende van de leegheid, het avontuur in “den bos” en de ijskelder, en de schuilplaats in de ongebruikte verwarmingskelder van de kerk, volgepropt met “schatten” zoals jerrycans, sigaretten, lege obussen…

DEWILDER Louis, 50 jaar Rijks- en Gemeenschapsonderwijs in het Kasteel Isque te Overijse, p.61-64.
Kort verslag over het begin van de school.

Jaargang XXII (1998) nr.2

ERKENS Michel, Wie ter kerke ging, passeerde niet bij de burgemeester, p.66-73.
Het invoeren van de “burgerlijke stand” verliep niet zonder de nodige problemen, niet alleen waren instructies en formulieren niet altijd gelijk, ook was er in het begin enige obstructie van de pastoor, zodat niet alles wat deze noteerde ook in de registers van de burgemeester kwam. Een verslag van de toestand in Hoeilaart tussen 17896 en 1803 en de index op de verschillende gegevens zoals uitgeklaard door Norbert Kimmenade.

ERKENS Michel, Architecten inHoeilaart, Faulte & Nivoy, p.75-80.
Bij de opheffing van het klooster Groenendaal duiken als architecten van de oorspronkelijke plannen van het classistische gebouw op “Livois” en “Folt”, wat na enig zoekwerk Nivoy en Faulte zouden geweest zijn.

VANDE PUTTE Guy, Begijnhoftoponymie, p.81-93.
Plaatsaanduidingen door de eeuwen heen die verwijzen naar het begijnhof.

VERSLUYS Luc, Een “zinbaar monument”, Jan van Ruusbroec, p.94-104.
Herdenking van de inhuldiging van een “Ruusbroesbank” door V.T.B.-V.A.B. En mijmeringen bij de persoon van Ruusbroec en de restanten van de abdij.

WILLAERT Carine, Vondelingen, p.105-108.
Hoe men vroeger omging met vondelingen, wie was verantwoordelijk, het invoeren van de “schuif” en hoe werden ze opgevangen.

JaargangXXII (1998) nr.3.

VERSLUYS Luc, Een enorme betekenis op wereldvlak “Wie tot de kern van de dingen wil doorstoten”, p.111-112.
Na 600 jaar is Ruusbroec nog steeds belangrijk; met een uittreksel uit “Ruusbroecs leven, werken , invloed” van Pater J. Andriessen S.J. Van het Ruusbroecgenootschap.

DENAYER Raymond, Het Europees cultuurjaar van de begijnhoven. Een spookgeschiedenis te Overijse, p.113-118.
Onderpastoor J. Van Aken ontdekt het (inmiddels ter ziele gegaan) interieur van de begijnhofkapel op zoek naar de grafsteen van gravin Aleidis van Brabant (die echter in de Predikherenkerk te Leuven ligt) en laat zelfs opgravingen doen; en verneemt het verhaal van het spook van de kapel.

ERKENS Michel, Architecten Faulte en Nivoy, p.119.
Opmerking van lezer Vic Motte op artikel in vorig nummer.

ERKENS Michel, Architectuur in Hoeilaart, Architect Van Ophem, p.120-124.
Bespreking van twee huizen van deze architect.

DEROM Maurits, Figuren uit ons dorp: Jozef PIRQUIN, p.125-126.
Parquin of Pirquin, Jefke was een plezante kerel die altijd won op de paardekoersen, zogezegd.

ERKENS Michel, GOFFIN Yves, De tuinen aan de priorij van Groenendaal, p.127-139.
Aan de hand van oude prenten wordtde aanleg van de tuinen gereconstrueerd en gezocht naar restanten.

HEMELEERS Marcel, Herinneringen aan Wereldoorlog I, p.140-144.
De belevenissen van Gustaaf Hemeleers en Gustaaf Wargée tijdens de oorlog.

VERSLUYS Luc, Een Ordonnantie en Decreet van Filips II, p.145-152.
Richtlijnen uit 1720 betreffende “Cabaretten oft Tavernen” om te verhelpen aan de menigvuldige misdrijven , buitensporigheden “ende Doodtslaegen”.

VERSLUYS Luc, Ruusbroecs honger naar gerechtigheid, p.153-156.
125 jaar geleden werd de neoromaanse kerk van Hoeilaart gebouwd, een moment om het hedendaagse in Ruusbroecs gedachten te belichten.

Jaargang XXII (1998) nr.4.

WILLAERT Carine, Restauratiewerken aan de Sint-Martinuskerk te Overijse in de XIXe eeuw, p.159-172.
Naar aanleiding van de aan gang zijnde restauratiewerken wordt teruggekeken naar deze in de 19e eeuw.

VERSLUYS Luc, 1288, drie jaar voor de geboorte van Ruusbroec: het hertogdom Brabant wordt een machtige staat, p.173-175.
Dispuut tussen Hertog Jan I van Brabant en aartsbisschop van Keulen Siegfried van Westenburg en de slag wij Woeringen waar de grafelijke legers wonnen tegen die van de aartsbisschop.

DENAYER Raymond, Het Europees jaar van de Begijnhoven, herinwijding: zondag 5 september 1965, p.176-181.
Verslag van de herinwijding van de begijnhofkapel met foto’s van Frans Danhieux.

VANDE PUTTE Guy, België-in-Amerika, p.182-193.
Belgische emigranten in Amerika, meer speciaal over de “Belgian settlement in Wisconsin”.

ERKENS Michel, Naar de nieuwe wereld, p.194-200.
Emigranten uit de streek in de jaren 1796 tot 1901.

VERSLUYS Luc, Een eigentijdse getuigenis over Ruusbroec: het “Proloog” van de Kartuizer van Herne, broeder Gheraert van Saintes, p.201-204.
Een tijdgenoot beschrijft ons hoe Ruusbroec was als mens.

Jaargang XXIII (1999) nr.1

ERKENS Michel, Emile Zola en Groenendaal, p.3-9.
Emile Zola verwerkte de treinramp van 1889 te Groenendaal in een roman “La Bête humaine” in 1890, waarin de plaats van het ongeval “Croix de Maufras” genoemd wordt. Het artikel citeert twee uittreksels die teruggaan op verslagen van het ongeluk.

VANDE PUTTE Guy, Een nieuwe toekomst voor onze oude plaatsnamen: Leegheid en Terborcht, p.10-18.
Een pleidooi om de benaming “Leegheid” in ere te herstellen, gebaseerd op oude documenten waarin reeds vanaf 1350-1400 “in de ledecheit” voorkomt. In dezelfde zin wordt gepleit voor “Terborchthof” of “Borghof” als benaming voor de private weg tussen de Gebroeders Danhieuxstraat en de Processiestraat, eveneens gestaafd met verwijzing naar oude documenten.
Decoster, molenstraetken, Terborghtstraat, Borgweg, Borcht, borgmolen, scherrewerremolen

DHONT Beatrijs, Nieuwe straatnamen in Hoeilaart na Wereldoorlog II, p.19-26.
Als eerbetoon aan de gesneuvelden van WO.II ging hetgemeentebestuur over tot het wijzigen van straatnamen, waarbij meteen ook enkele slachtoffers van de Belgische revolutie en Wereldoorlog I evenals enkele notabelen met een straat bedacht werden. Een negatiefadvies van de provinciegouverneur bracht het gemeentebestuur niet op andere gedachten.

WILLAERT Carine, De restauratie van de Sint-Martinuskerk in de XIXe en de Xxe eeuw, p.27-41.
Verslag van de werken aan de binnenzijde, de glasramen en de vervanging van het orgel in de 19e eeuw, en verschillende werken buiten in de 20e eeuw.

DENAYER Raymond, Het Europees jaar van de begijnhoven, de stichting van het begijnhof te Overijse, p.42-52.
Bespreking van een archiefstuk met nummer 26341 betreffende “Goedkeuring van de begijnhofstichting door de abdis van Hertogdal – 1264”, verband met de abdij Hamme-Mille, de vraag : wie was hertogin Aleidis van Bourgondië?
Hertoginnedal, Kamerijk,

Jaargang XXIII (1999) nr.2.

Speciaal nummer Sint-Clemenskerk Hoeilaart.

VANDENBORRE Roger, Beschrijving van de Sint-Clemenskerk te Hoeilaart, p.53-75.
Beschrijving van de kerk en de gebruikte ornamenten, met verklarende lijst van gebruikte termen.

VANDENBORRE Roger, Flarden bouwgeschiedenis van de Sint-Clemenskerk te Hoeilaart, p.76-102.
Verslag van de aanbesteding en bouw van de huidige kerk en briefwisseling omtrent constructieproblemen.

ERKENS Michel, De oude Sint-Clemenskerk van Hoeilaart, p.103-136.
Naar aanleiding van 125 jaar nieuwe kerk wordt gezocht naar de oudste sporen van de vorige (tweede) en de eerste kerk, en de vondst van een romeins votiefaltaar in de restanten van de afgebroken kerk.

Jaargang XXIII (1999) nr.3

Speciaal nummer De 20e eeuw, 2x bezetting, 2x bevrijding, dan 50 jaar vrede.

VAN SAN Piet, De familie Charlier uit Eizer op de vlucht in 1940, p.139-145.
40 mensen op de vlucht tot in Zuid-Frankrijk – en terug naar huis in 1940.

VAN SAN Piet, De zusters van Eizer op de vlucht naar Frankrijk in 1940, p.146-155.
Op 14 mei 1940 vertrokken 12 zusters uit Eizer en 14 uit Herentals met 100 kinderen richting Frankrijk en kwamen op 31 augustus 1940 terug thuis.

VAN SAN Piet, Enkele vragen over de post te Overijse gedurende 1914-1918, p.156-160.
Invloed van de bezetting op de post, postzegels en poststempels.

DENAYER Raymond, Architect Joseph Premont en de grote oorlog, p.161-166.
De schrijver gaat op zoek naar de identiteit van architect Premont die het goed Vandevelde verbouwde tot klooster, en hoe dit goed overging in handen van de “Zusters, helpsters van zielen van het vagevuur”.

JANSSENS René, De vluchtelingen uit Halluin en Menen in 1917, p.167-182.
Wegens de grote Duitse troepenversterkingen bij Ieper werden Halluin en Menen ontruimd; op 26 en 27 juni komen 1800 vluchtelingen in Overijse terecht en 321 in Hoeilaart. Het verhaal uit het dagboek van mevrouw Ricart begint bij het bevel tot ontruiming op 15 juni 1917 en eindigt op 14 juli 1919, na een terugreis van exact één jaar uit Overijse. Verder nog een aantal verhalen en gegevens van vluchtelingen ondergebracht in Hoeilaart.

HEMELEERS René, Herinnering aan de bevrijding, 53 jaar later, p.167-182.
Na 53 jaar zoekt de schrijver Gordon Davy terug op, soldaat van het Royal Corps of Signals waarmee hij tijdens de bevrijding van Overijse bevriend was geraakt.

PETAK Gaston, Een getuigenis over het Duitse hoofdkwartier in volle oorlogsgeweld, p.186-191.
Soms duikt een document in de streek op die feiten belicht uit een andere streek, zoals hier de brief ontdekt in de nalatenschap van de hoeilaartse politiecommissaris Lisen en die afkomstig blijkt te zijn uit het Ursulienenklooster van Tildonk, hoofdkwartier van het Duitse opperbevel, en die ook melding geeft van de “conventie van Kontich”, de overgave van Antwerpen.

DENAYER Raymond, Karel Eggerickx, een quasi vergeten gesneuvelde 14-18, p.192-196.
Karel Eggerickx werd geloot voor legerdienst waarschijnlijk in 1903 en gemobiliseerd in 1914 en sneuvelde in het “onvernielbaar” fort van Sint-Kathelijne-Waver waarschijnlijk op 2 oktober 1914. Omdat hij toen niet meer in Overijse woonde staat hij niet op het gemeentelijk gedenkteken. Hij verhuisde achtereenvolgens naar Huldenberg, Elsene en Vorst alwaar hij evenmin als gesneuvelde voorkomt (al blijft Vorst nog een onbeantwoorde vraag).

DENAYER Raymond, Een stropersdrama met zeer zware gevolgen in 1916-1917, p.197-204.
Het verhaal van Joseph Charlier die tijdens een strooptocht door een Duitse patrouille betrapt wordt, hierbij één soldaat doodschiet en na arrestatie hiervoor terechtgesteld wordt.

JANSSENS René, De lotgevallen van Joseph De Hertogh, p.205-211.
Uittreksel uit het dagboek van Joseph De Hertogh over de aftocht naar de Ijzer.

VANDE PUTTE Guy, Van een architect en een beeldhouwer met overijsebindingen: Jules en Marcel Rau, p.212-216.
Een levensschets van vader Jules en zoon Marcel Rau.

VERSLUYS Luc, De “Vlucht”, p.217-219.
Herinneringen van de vlucht in 1940 zoals een elfjarige ze beleefde.

ERKENS Michel, Het naamfeest van Z.M. Koning Albert, p.220.
Tekst uit een schoolboek gedateerd 15 november 1915.

VANDE PUTTE Guy, Het “Voedingscomiteit” van Overijse 1915-1919, p.221-236.
Voedselbedeling, gaarkeuken, en alle perikelen rond een rechtvaardige verdeling van de schaarse voedingsmiddelen.

Jaargang XXIII (1999) Nr.4

DENAYER Raymond, Ter herinnering aan Albert Clabots, Vijf inpandgevingen van het Lipsiushuis, p.239-245.
Vijf inpandgevingen in de periode 1553 tot 1568.

VAN SAN Piet, Een wisselplaats voor de Paardenposterij te Jezus-Eik, p.255-258.
Het vervoer van post en pesonen verliep sedert de invoering onder Keizer Karel door middel van de paardenposterij; keizerlijke post, het internationaal postverkeer zogezegd, werd verzorgd door Turn en Tassis.Op regelmatige afstand waren er afspanningen nodig waar paarden konden gewisseld worden. Een dergelijke wisselpost was er ook te Jezus-Eik.

GOFFIN Yves, De honderdjarige Sidonie Hereng woonde in de kerk van Groenendaal, p.259-261.
Levensloop van Sidonie Hereng.

WILLAERT Carine, Gidsen en dienaars tijdens de Spaanse en Oostenrijkse successieoorlogen, p.262-269.
Bij gebrek aan degelijke kaarten maakten legers gebruik van opgeëiste gidsen te voet of te paard om zich van dorp tot dorp te verplaatsen. Dienaars werden opgevorderd voor allerlei taken.

ERKENS Michel, Propagandaprofetie tijdens Wereldoorlog I, ook voor het jaar 2000, p.270-273.
Met het jaar 2000 in aantocht wordt eens gekeken wat Nostradamus daarover te zeggen heeft.

DEHAEN Roger, De aanval op de watertoren te Maleizen, p.274-276.
Herinneringen uit de zomer van 1944 toen o.m. De watertoren van Maleizen door Amerikaanse vliegtuigen beschoten werd omdat er een radioantenne op stond.

VERSLUYS Luc, Ordonnantie,statuut en decreet van Filips II in 1628, p.277-284.
Eerste vervolg op een artikel in Zoniën, 1998 nr.3, p.145, over betekenis en functie van ordonnanties.

Jaargang XXIV (2000) nr.1

DENAYER Raymond, Diva Virgo Lovaniensis, p.1-5
In 1606 werkte Lipsius aan een geschiedenis van O.L.Vrouw van Leuven, het beeld Sedes Sapientiae; dit werk, zijn laatste, verdween in het erfdeel van Willem De Greve en later bij Contantijn Huygens, om pas in 1999 voor het eerst (in Nederlandse vertaling uit het Latijn)gepubliceerd te worden. Het artikel neemt ook een gedicht op het Overijse van 1600 over dat evenals het verhaal van het mirakel overkomen aan Maria Minnes uit Overijse in 1451 in dit boek staat.

TIMMERMANS Frieda, 53 jaar… een eeuwigheid?!, p6-12.
Mijmeringen bij een uitnodiging uit 1947 tot een studiereis naar een fruittentoonstelling in Den Haag.

VAN SAN Piet, De kapelanie van Sint Joris te Overijse,p.13-15.
Bespreking van de bezittingen van de kapelanie van Sint-Joris, gesticht in 1742.

ERKENS Michel, 1779,Toen onze voorouders hun handtekening zetten, p.16-17.
Door het edict van 6 augustus 1778 werden vanaf 1779 parochieregisters in tweevoud opgemaakt.

ERKENS Michel, Correcties bij artikels inZoniën 99/2 en 99/4, p.17.

ERKENS Michel, Het verlies van internationale markten als oorzaak na, de achteruitgang van de druiventeelt, p.18-25.
Terugblik op de evolutie van de druiventeelt in de 20e eeuw.

DENAYER Raymond, Keizer Karel en de schrikkeldag, p.26-31.
Julius Caesar voerde de schrikkeldag in, waarvoor de 24e februari twee keer mocht meespelen. Keizer Karel werd op de 24e februari geboren, maar welke? De gewone of de schrikkeldag?

WILLAERT Carine, Vondelingen uit de parochieregisters van Overijse, p.32-34.
Namen en voornamen van vondelingen uit Overijse of alhier uitbesteed.

VERSLUYS Luc, Ordonnnantie, statuut en decreet van Philips IV (vervolg), p.35-38.
Democratie is een recent gegeven, vroeger lag de macht dikwijls bij één persoon.

VAN SAN Piet, Overijse – Hertogendal 1234, p.39-45.
Integrale vertaling van deakte van 12 september 1234 over het tienderecht en patronaatschap te Overijse, gevolgd door een bespreking van het doel en de betrokken partijen. Hertogedal (Val-Duc) krijgt het recht om de pastoor te benoemen.

WILLAERT Carine, De lambrisering van de Sint-Martinuskerk, p.46-48.
Beschrijving van de in 1936-1937 herstelde lambrisering.

Jaargang XXIV (2000) nr.2 Keizer Karel nummer

DENAYER Raymond, Keizer Karel, Tombeek en Overijse, p.49-76.
Waarheid en verzinsel over de legende van Keizer Karel en de Tombeekheide: historische achtergrond vóór Keizer Karel, de schenking door Godfried I met de Baard aan de Tempeliers; twee processen ten tijde van de Keizer over de Tombeekheide; de toestand van 1784 tot 1930. Opgenomen is een beschrijving van Tombeek door hoofdonderwijzer Van Nuffelen rond 1930. De oprichting van “De Lanezonen” door brouwer Depage in 1957.

Of Keizer Karel in Tombeek passeerde blijft onzeker, hij overnachtte wel te Overijse in het Coninckxhuys.

ERKENS Michel, Groenendaal, oogappel van Keizer Karel, p.77-108.
De abdij van Groendaal kon rekenen op geregeld bezoek van Keizer Karel waar hij grag verbleef: van 1514 tot 1556 is bekend dat hij 14 keer in de abdij was, daarnaast kwam hij ook enkele keren in Zevenborren en Roodklooster. Reden van deze bezoeken was ofwel jacht ofwel het Paasfeest. Het artikel vermeldt aan de hand van rekeningen wat door de Keizer en zijn gevolg op 8 september 1521 voor het diner te Groenendaal en souper te Brussel opgediend kreeg.

Isca, Waver, Louvranges, Stadt, Ry, Neerwaver, Bilande, Tempelieren, Gosuinus, Chantraine, Suppelijns, Vanderlinden, Stevens, Stevenisme, vroongoederen, vroon, Terholst, Holst, Vesalius

Jaargang XXIV (2000) nr.3.

VAN SAN Piet, De Maatschappij Isque-Vélo (1901-1914), p.109-121.
Reconstructe aan de hand van archieven van één van de oudste wielerclubs uit ons land.

VERSLUYS Luc, Toegang en uitzicht in beeld van het Hoeilaarts gemeenteplein rond en na de eeuwwisseling, p.122-130.
Een tocht geïllustreerd met oude prenten van aan het tramstation naar het Gemeenteplein.

VAN SAN Piet, Ons Brabants Kieken, p.131-139.
In Overijse bestond tussen 1907 en 1915 een vereniging ter bevordering van de hoenderteelt (kippenfokkerij); een overzicht van statuten, bestuur en leden.

RIGAUX Jean, 1944 – juist voor…, p.140-141.
Kort voor de bevrijding van Brussel strandt een Duitse compagnie fietsers met een defecte “sidecar” te Overijse, garagist Fij wordt gesommeerd om hem te herstellen.

ERKENS Michel, Een overlijdenslijst te Hoeilaart uit 1556-1557, p.142-146.
De pastoor noteerde zijn ontvangsten met de namen van de overledenen, deze blijken niet voor te komen in de overlijdensregisters; er werd later verkeerdelijk de jaartallen 1656-1657 aan toegevoegd.

DENAYER Raymond, In de marge van Tombeekheide, een analoog geval te Rozieren? p.147-153.
De gemeentenaren van Rozieren kregen in 1222 van hertog Hendrik I een stuk grond in pacht, mogelijk werd op dezelfde wijze de Tombeekheide geschonken.

VERSLUYS Luc, Jan van Ruusbroec vandaag, p.154-156.
Nog enkele gedachten bij de persoon van Ruusbroec.

GILLIS Roeland, De verrassingen van de genealogie, p.157-160.
De auteur verklaart zijn afstamming en verwantschappen.

Jaargang XXIV (2000) nr.4

ERKENS Michel, Beste Lezer, p.161.
Als hulde aan de overleden erevoorzitter Maurits DEROM van “Het Glazen Dorp” is dit nummer gevuld met mondelinge overlevering en herinneringen, specifiek omtrent de school tijd.

TIMMERMANS Frieda, Schoollopen in een leefwereld met geijkte waarden en beproefde tradities, p.164-175.
Belevenissen in de zusterschool eind jaren vijftig van de vorige eeuw.

DEHAEN Roger, O Tempora, O Mores! p.176-181.
Belevenissen in de jongensschool tijdens de oorlogsjaren 1940-45 en daarna.

VAN SAN Piet, Op bezoek bij Gustaaf De Broyer, p.182-188.
In het onderwijs van vader op zoon: een leraar in de Sint-Martinusschool die al examens afnam de dag dat hij zelf nog zijn licentiaatsexamen aflegde; anekdotes uit 1958 tot 1995.

WILLAERT Roger, Op school in Hoeilaart juist vóór en tijdens WO.II, p.189-196.
Van de bewaarschool naar de jongensschool, en de hindernissen tijdens de bezetting.

HEMELEERS Marcel, Jom Guit, p.197-199.
Giullaume Schuykens, geboren te Tombeek in 1876, was door het leven slecht bedeeld: hij zag niet goed en mankte, kon lezen noch schrijven; maar bezocht trouw de kerk, waarbij de andere kerkgangers op een eerbiedige afstand uit de wind bleven.

VERSLUYS Luc, De heer Gaston Michiels, p.200-203.
Herinneringen aan de overjaarse autobus van Overijse naar Leuven, de hoeilaartse dierentuin en de educatieve methoden van “rosse miester” (Gaston Michiels).

PIET VAN San, Schoolfoto te Eizer – Namen noemen, p.204-206.
Een klasfoto uit 1938 roept de vraag op wie er allemaal op staat.

JOLY Luc, Jongensschool Hoeilaart, flarden herinneringen, p.207-121.
Jongens worden groot in de jaren 1950-1956, werden misdienaar, en speelden kinderspelen die intussen onbekend zijn.
bikkelen, bikkels.

TIMMERMANS Frieda, Albert Joly en Maurits Derom klasgenoten, p.213-216.
De jongens van 1915 zouden 85 jaar worden in 2000, slechts weinigen haalden het. Hun schooltijd verliep tussen de twee wereldoorlogen.

WILLAERT Roger, Bibliografie Maurits Derom, p.217-224.
Tematische lijst van een indrukwekkend aantal artikels van -, en een viertal over Maurits Derom.

Jaargang XXV (2001) nr.1.

DENAYER Raymond, Het belang van onze St.-Martinuskerk, p.1-11.
De Sint-Martinuskerk van Overijse behoort niet alleen tot de oudste, maar is als “eigen kerk” waarschijnlijk ook onder zijn naamgenoten één van de oudste, en tafereel van belangrijke gebeurtenissen zoals in 1141 de plechtige overdracht van de Kapellekerk te Brussel en in 1550 e wijding van jonge priesters.

VAN ORSHOVEN Frans, Zoniën in oorlogstijd, p.12-18.
Enkele losse herinneringen uit de tweede wereldoorlog: de oplsagplaatsen voor Duitse munitie in het Zoniënwoud, het verblijf van de Duitse commandant in de “Prince Léopold”, Italianen gelegerd op de renbaan van Groenendaal, zware schade aan serres, aanvoer en opslag van Engelse munitie, de zwarte markt en de kolenslag.

GILLIS Roeland, De verrassingen van de genealogie, p.19-28.
De auteur klimt in de kwartiestaten van zijn moeder en van zijn vrouw.

TIMMERMANS Frieda,

In Hoeilaart heette de ooievaar: Eugénie Bollue

, p.29-36.
Levensverhaal van vroedvrouw Eugénie Bollue die vanaf 1943 zelfstandig werkte te Hoeilaart.

In Hoeilaart heette de ooievaar: Eugénie Bollue

VAN SAN Piet, De maatschappij Isque-Vélo, p.37-40.
Reacties en aanvullingen op vorige bijdrage.

ERKENS Michel, Een vrijgevige Keizer Karel in 1531? p.41-46.
Geen grond maar een ordonnantie schonk de Keizer aan Overijse, Hoeilaart enTerhulpen op 17 mei 1531 omdat cijnzen en renten alhier ontdoken werden.

JANSSENS René, Schoolherinneringen, p.47-54.
Van de kleuterklas tot het laatste leerjaar.

ERKENS Michel, Bijnamen: een woordje uitleg, p.55-56.
Enekel bijnamen uitgelegd: Deumme, Chamit, Tiske Wijns,Dikken Dore, Kastek, ’t Sotteken van Hoolaer,

Jaargang XXV (2001) nr.2

ERKENS Michel, Beschrijving van de parochie Hoeilaart anno 1901, p.57-63.
Een kort overzicht van de parochie aan de hand van de beschrijving gevraagd door het aartsbisdom in 1901; met o.m. de broederschappen en kapellen.

DENAYER Raymond, Het “Vreselijk gezinsdrama te Overijse”, p.64-70.
Wat zat er achter het marktlied vermeld in “Lionel Bauwens, de onvergetelijk tambour”, boek van Roger Hessel? Via een frontblaadje, Paroing, Baron, Paron enVan Stallen kunnen de gebeurtenissen enigzins achterhaald worden. Als toemaatje wordt nog gezocht naar wie er achter de vermelding op het frontblaadje steekt bij “Huwelijk: de dochter van Pierre Kumps Marceline (weduwe) met Jean-Baptist van Toone Lap (Hagaerd).

TIMMERMANS Frieda, Maria Thoelen: het levensverhaal van een vrouw in de twintigste eeuw, p.71-83.
Levensverhaal van de eerste en enige vrouwelijke “serristengast” op een bedrijf Schimp met toen 374 serren.

VAN SAN Piet, Aertsbroederschap van het Alder-Heyligste Sacrament in de St.-Mertenskerk te Overijse, p.84-104.
Onstaan en geschiedenis van deze broederschap tussen 1698 en 1912, met een ledenlijst van 1748 tot 1863.

ERKENS Michel, Hoeilaartse bijnamen (2), p.105.
Bijnamen bevatten dikwijls twee (voor-)namen, soms drie en zelfs vier of meer, zoals “Jef van Maria van Tiske van de Wittes van Beuzze”.

DENAYER Raymond, Het onderwijs in de gehuchten van Overijse in 1864, p.106-112.
In 1864 werd in de Bestendige Deputatie van de provincie vastgesteld dat in de gehuchten van Overijse geen scholen waren; dit gaf ook aanleiding tot een pleidooi voor het gebruik van Nederlands (Vlaams) in een voorstel om het verslag van de zittingen te vertalen.

Jaargang XXV (2001) nr.3

DENAYER Raymond, Beatrijs van Overijse, abdis van Nazareth, p.113-116.
Beatrijs, abdis van de abdij van Nazareth te Lier in de periode 1284-1304, blijkt af te stammen van Geert van Overijse en Oda Nose.

ERKENS Michel, Hoeilaartse bijnamen (3), p.117.
Beroepen vormen eveneens een bron van bijnamen.

RIGAUX Jean, Roken, p.118-123.
Afdruk van een hangeschreven rokersliedje uit een manuscript van Lodewijk Hoornaert.

WILLAERT Carine, Ziekte en overlijden in de Nieuwe Tijd, p.124-127.
Overlijdensregisters waren voor de kerk minder belangrijk dan doop- en huwelijksregisters; wanneer de gegevens meer bevatten dan een naam zijn zij eenbron voor demografisch onderzoek.

VAN STALLEN Marcel, De Druiventeelt in het kader van de Euromarkt, p.128-132.
In 1961 stonden er in de driehoek Brussel-Leuven-Waver ongeveer 35.000 serren, bij de invoering van de “euromatkt” in 1962 begint de daling.

DENAYER Raymond, Lipsius en Ten Rode, p.133-138.
De afstamming van Lipsius van Willem van Rode leidt ons naar de localisatie van het Hof ten Rode, intussen ook alweer afgebroken.

ERKENS Michel, Beschrijving van de parochie Hoeilaart anno 1901 (2), p.139-144.
Vervolg met beschrijving van kloostergemeenschappen, scholen en het Godshuis of Hospice.

VAN SAN Piet, Heemkundesprokkels uit Overijse, p.145-157.
Een verzameling kleine bijdragen over zingen (met afdruk van enkele liedteksten n.a.v. het zangfeest van 20 juli 1919), de watermolen van Tombeek, de lakennijverheid te Overijse, hopteelt in 1668, ontginning van het Zoniënwoud, dienstregeling van de lijn Groenendaal – Overijse in 1894, een (eerste?) dodelijk slachtoffer van een auto-ongeluk, de Vlaamse Oudstrijdersvereniging (V.O.S.), gruisbroden, de nieuwe Statiestraat (Stationstraat), de oudste(?) postkaartfoto vanOverijse (Brasserie du Béguinage).

GILLIS Roeland, De verrassigen van de genealogie (3), p.158-160.
De vrouw van de auteur stamt af van Arnoud ’t Kint, brouwer, geboren te Erembodegem in 1590; zo ook Koningin Paola.

Jaargang XXV (2001) nr.4

TIMMERMANS Frieda, Laatste twee zusters verlaten Hoeilaart, p.163-169.
De eerste zusters van de H. Vincentius a Paulo kwamen met twee in 1829, de laatste verlaten Hoeilaart in 2001, met twee. Een overzicht van de tussenliggende 172 jaren, en het raadsel van de vreemde kappen en gevouwen schorten eindelijk ontrafeld.

VAN ORSHOVEN Felix, De K.S.A. in onze regio, p.170-171.
De K.S.A. voor en tijdens de oorlog.

VANDE PUTTE Guy, Zigeuners te Overijse in 1924, Mariëndalstory V, p.172-180.
In het moederhuis te Parijs van de zusters in het Klooster Mariëndal bevindt zich een verslag van een zigeunerkamp dat door de zusters bezocht en verzorgd werd.

ERKENS Michel, Een nieuwe munt: de Belgische Frank (1832), p.181-186.
Met een Euro in de hand: terugblik op de invoering van een eigen munt in het pas onafhankelijk geworden België: het voorstel voor een Beldisch pond werd tenslotte met de argumentatie van Alexandre Rodenbach naar analogie van de Franse munt: “franc”. De Nederlandse gulden verdween pas in 1850 definitief uit omloop.

VAN SAN Piet, De kwestie van de processie te Overijse (ivm Harmonies), p.187-195.
Een ruzie tussen de Fanfare Sint-Paulus en de Koninlijke Harmonie Sint-Martinus leidde ertoe dat sinds einde 19e eeuw tot 1962 deze laatste weigerde mee op te stappen in de processie.

KIMMEL Joop, Boekenverzamelen in de late middeleeuwen, p196-201.
Het bezit van boeken was een blijk van rijkdom en eruditie, tot 1550 (begin van de boekdrukkunst) was een bibliotheek van 20 tot 50 boeken een aanzienlijk bezit.

RIGAUX Jean en Eugène, Het Avondklokje, p.202-203.
Het gedichtje werd voor het eerst gepubliceerd in “Het Taelverbond” in 1851.

VAN SAN Piet, Enkele nota’s over Jezus-Eik in WO II, p.204-208.
Jezus_eik op de vlucht, tijdens de bezetting en de bevrijding.

JAARGANG XXVI 2002, nr.1

Nieuwjaar

Roger DEHAEN, p.1-3
Een mijmering over Nieuwjaar in vroegere tijden en een herinnering aan nieuwjaarsnacht van 31 december 1944.

De Schuttersgilde van Hoeilaart.

Michel ERKENS, p.4-12
Met opname van het reglement uit 1823.

Heemkundige sprokkels uit Overijse

Piet VAN SAN, p.13-14
Vervolg op het artikel in Zoniën 2001 nr.3: de inhuldiging van de “Statiestraat” (Stationstraat) en de feestelijkheden daaromtrent, en de lakennijverheid te Overijse in de vroege middeleeuwen

Drama bij de bevrijding van Eizer in september 1944

Piet VAN SAN, P.15-17
Enkele weerstanders slepen een kapotgeschoten Duitse tank naar van Duisburg naar Eizer en stoten daarbij op een Duitse compagnie. Louis Michiels en Jules Depré verloren het leven.

Bohemers in Overijse in 1924 – Mariendalstory V

René JANSSENS, p.18
Reactie op een eerder artikel van Guy VANDE PUTTE: herinneringen aan geregelde bezoeken van Bohemers aan het graf van “den Bohemer”.

Beschrijving van de parochoe Hoeilaart anno 1901 (deel III)

Michel ERKENS, p.19-23
Een overzicht van de voornaamste serristen met hun aantal serren, waarin naast druiven (Frankenthaler, Black en Colman) ook een kleine hoeveelheid perzikken geteeld werd; de schoolbevolking en de Werkmansbond,maatschappij van Onderlingen Bijstand

Bouwstenen tot de geschiedenis van het Begijnhof.

Raymond DENAYER, p.24-31
Een inventaris van 1787, opgemaakt op bevel van keizer-koster Jozef II, waarin vermeld baten en lasten van de “Tafel van den H.Geest”, het “Gasthuys” en het “Beggynhof”. Het artikel neemt de officiële tekst van de inventaris en uitgaven voor het Begijhof over

Toen mensen nog eigendom waren van anderen…

Luc VERSLUYS, p.32-38
Over slaven, lijfeigegen, burgerij, clerus, Ruusbroec, het Roo-klooster en de gevangenis “Drij Borren”, naar aanleiding van het verschijnen van het boek “Ruusbroec in Meervoud”.

Verdwenen mensen, verdwenen beroepen.

Ivo DE BOECK, p.39
In memoriam met een brouwerijgeschiedenis van Albert Lootvoet, telg uit een brouwersgeslacht uit Beveren aan de IJzer. Zijn vader Valère stichtte de “Brasserie de la Fontaine” te Overijse, bekend voor zijn “Sport Ale” (na de oorlog herdoopt in “R.A.F”) en tijdens WO II zijn “zero-huit”. In 1948 kwam de “Gold Scotch”, later nog gevolgd door het “Rubensbier” in het Rubensjaar, en het “Ketje” naar aanleiding van 1000 jaar Brussel. Paul Lootvoet zou het bekende “Leffe” in het leven roepen.

JAARGANG XXVI 2002, nr.2

De Slag der Gulden Sporen

Carine WILLAERT p.49-60
Over een geschiedenisles over de Slag der Gulden Sporen, bewaard in het archief van Eugeen-Jozef Rigaux, onderwijzer en postontvanger van 1846 tot 1883 te Overijse, met citaten uit de originele tekst van J._E. Rigaux.

De eerste dodelijke ongevallen in de Hoeilaartse serren

Bob WALKIERS p.61-65
De originele verslagen uit 1890 (de eerste van een hele reeks) van vier verdrinkingen in waterputten, nl. van Joseph PARQUIN, Antoon OPHALVENS, Thérèse STERCKX en Emile VANOPHEM.

Twee “Doenders” bezoeken Zwitserland in 1914

Mark PIETERS p.66-68
Een gerecontrueerd reisverslag van de reis van Désiré en Félicie DECAFMEYER naar Zwitserland, net voor het uitbreken van WO I.

De Winterschutters – Deugd en Vreugd

Louis DEWILDER en Raymond DENAYER p.69-71
Enkel twee brieven getuigen nog van het bestaan van een handboogschuttersgilde “De Winterschutters” anex tonelafdeling “Deugd en Vreugd”.

Beschrijving van de Parochie Hoeilaart (deel IV)

Michel ERKENS p.72-76
Over o.m. het kasteel Quirini en Ter Heiden, wijk Dumberg, bouw van de nieuwe kerk in 1870, meubelen in de kerk.

Veni Creator

Roger DEHAEN p.77-80
Herinneringen over de Plechtige Communie halfweg de 20e eeuw.

Ruusbroec … een mysticus of Mystieker, in de wolken .. wereldvreemd.

Luc VERSLUYS p.81-84
Bedenkingen bij Ruusbroec wanneer hij het heeft over “openbare doodzonden”.

Aanvulling en correctie bij het artikel “KSA in onze regio” (Zoniën XXV, nr.4, p.170)

Felix VAN ORSHOVEN, p.84

Wie was Mirza?

Frieda TIMMERMANS, p85-86
Over een krantenknipsel uit het archief van baron Jacques de la Rocheterie, één van de laatste bewoners van het huidige gemeentehuis, met een foto Mirza en François Rose, zoon van Nicolas Rose die met hetfokkenvan Groenedalers begon. Mirza is de stammoeder van het hondenras “Groenendaal”.

Het “Gasthuys van Overyssche”,vervolg op de inventaris van 1787.

Raymond DENAYER, p.87-96
Een beetje geschiedenis en de teloorgang van dit gasthuis en de inventaris.

JAARGANG XXVI 2002, nr.3

Een tracé doorheen Overijse voor de Romeinse heirbaan Rumst-Baudecet

Raymond DENAYER, p.97-104
Zoektocht naar de juiste ligging van de zijtak (diverticulum) op de heirbaan Bavai-Keulen die in de buurt van Gembloux (Baudecet) richting noord naar de Rupel bij Rumst (Romeinse haven) ging. Deze zijtak moet noodzakelijkerwijze in de buurt van Overijse liggen.

Het was zomer toen ik kind was… en we zaten in de knip…

Frieda TIMMERMANS, p.105-112
Zonder “de knip” – het uitdunnen van de druiventrossen, zouden de druiven nooit zo groot worden. Een sfeerbeeld van deze periode in het jaar waarin de serren en het leven van velen beheerst wordt door de knip.

Soldaten “te gast” in Overijse.

Carine Willaert, p.113-118
Tijdens vele veldtochten werden ook in Overijse soldaten ingekwartierd; dit artikel behandelt de daarbij toegepaste reglementen in de eerste helft van de 18e eeuw, evenals de problemen die daaruit voortvloeiden.

Schatten in de grond.

Luc VERSLUYS, p.119-123
Over het te Hoeilaart gevonden stenen monument van Caius Appianus Paternus, die hier waarschijnlijk als pensioen een stukje grond kreeg, en het Indische muntstuk uit de eerste eeuw gevonden op de Dumberg.

De Cruysboomkapel.

Raymond DENAYER, p124-126
Hoe de kapel in het bezit van de parochie Sint-Martinus kwam, en de kapel aan haar naam.

Het Glazen Dorp … 50 jaar geleden.

Michel ERKENS, p.127-132
Een inventaris van het aantal serrebedrijven en hun oppervlakte in 1950-1951 te Hoeilaart.

Verdwenen mensen, verdwenen beroepen.

Ivo DE BOECK, p.133-144
In 1919 begon Jeanne GUIOT een hoedenwinkel in de Heuvelstraat, verhuisde met haar echtgenoot Eugène RIGAUX naar het Lipsiusplein waar zij elk hun vitrine hadden: zij met hoeden en bijbehoren, hij met radio’s van Telefunken. Josetten Rigaux was eveneens aktief in de toneelgroepen “de Vakantiegangers” en de “Kadaantjes”, en stichtte het majorettenkorps voor de Koninklijke Harmonie Sint Martinus.Een geschiedenis van zowel een familie als van hoeden.

JAARGANG XXVI 2002, nr.4

Proeve tot oplossing van het probleem omtrent het Castrum van Dispargum

Raymond DENAYER, p.146-159
De Frankische koning CHLODIO (428-447) verbleef na zijn overtocht over de Rijn in zijn burcht te Dispargum. In dit artikel worden verschillende theorieën belicht over de juiste locatie van dit “Dispargum”, waarvoor zowel het Duitse Duisburg genoemd werden, als Diest, Dispurg bij Smalkalde, d’Asberg… Terwijl Wendelinus (Govaart Wendelen) de kaart trekt van Diest, nemen de Engelsman Edward Gibbon, Alphonse Wauters en Van De Velde het op voor Duisburg (deelgemeente van Tervuren). Dit artikel gaat dieper in op de waarschijnlijke locatie op het Hof van Reynegom, ook bekend als Stakenborg te Duisburg.

De Heirbaan Rumst – Baudecet.

Jean-Pieree VAN BINNEBEEK, p.160-161
Repliek op het in Zoniën 2002-3 voorgestelde tracé van de doortocht in de streek van het diverticulum Rumst-Baudecet.

Verdwenen, verdwijnende en vergrlijdende tradities in deze donkere dagen: een mijmering…

Frieda TIMMERMANS, p.162-168
Mijmeringen over Allerheiligen, Allerzielen, Halloween, kerkhofbezoek, Sinterklaas en de Greef, Sint-Hubertus en Sint-Clemens, Kerstmis en Santa Claus.

Soldaten te gast in Overijse (deel 2).

Carine WILLAERT, p.169-173
Vervolg op het inkwartieren van soldaten in de 18e eeuw.

Een kijkje in de Haras.

Michel ERKENS, p.175-179
Inventaris van de hars of paardenstoeterij van Groenendaal omstreeks 1635, en wat daaruit te leren valt.

Aan mij is geen huis of appartement besteed. Charel DELSINNE, foorkramer uit Overijse.

Piet VAN SAN, p.180-188
Levensverhaal van Charel Delsinne, geboren en getogen Overijsenaar uit een familie van foorreizigers, maar meestal onderweg van de ene foor naar de andere.

De Brabantse fauvist Anne-Pierre de Kat (1881-1968) te Overijse. – Op zoek naar een verdwenen schilderij.

Emmanuel VANDE PUTTE, p.189-190
Over een kunstenaarskolonie in de Cornichewijk waarvan de Nederlander Anne-Pierre de Kat deel uimaakte. Het artikel verzoekt om meer informatie over deze schilder en twee afbeelde schilderijen.

1954. Over Pastoor VANBEVER een Overijsenaar als priester in Hoeilaart.

Luc VERSLUYS, p.191-198
Verslag van een viering vooe 40-jarig priester jubileum op 10 oktober 1954.

“Prior” postbedeling in 1906.

Maurits LOONES, p.199-200
Een postkaart werd op 27 juli, tussen 14 en 15 uur te Brussel afgestempeld, maakte een reis heen en terug naar Blankenberge en was op 28 juli terug in Hoeilaart om 17-18 uur.

JAARGANG XXVII 2003, nr.1

Het Brouwershof en het geslacht De Page – van brouwerij tot bejaardenflats.

Guy VANDE PUTTE, p.1-23
Familiegeschiedenis van de brouwersfamilie De PAGE met aanverwante families Van BILLOEN, TAYMANS, POOT, BRUFFAERTS. Een verhaal waar bier nooit veraf is: geuze, lambiek, faro, Isco, de brouwerijen van De Page, Brasserie du Béguinage, de Vrijheidskamme

Bij wijze van inleiding

Michel ERKENS, p.24-25
Hoe een verzameling postkaarten een archief wordt. Inleiding op het volgende artikel.

De reizen van Octavie en Felix Sohie.

Mark PIETERS, p.26-41
Dit zijn enkele reisverslagen opgemaakt aan de hand van prentkaarten verstuurd rond de jaren 1900 vanuit Italië, Zwitserland, Nederland, Noord-Afrika, Duitsland, Hongarije, Frankrijk, Skandinavië en -dichter bij huis- de Belgische kust.

Hoe de Cruysboomkapel eigendom werd van de kerkfabriek Sint-Martinus.

Raymond DENAYER, p.42-43
De originele tekst van het testament van Andreas DECOSTER, pachter-eigenaar van het “Gebroken Hof” te Eizer.

Kruisboomkapel, Andreas de Coster

Ten tijde van de Romeinen was Hoeilaart bewoond!.

Luc VERSLUYS, p.44-45
Mijmeringen bij de vijf en veertigste verjaardag van de Hoeilaartse Heemkundige Kring.

Overijse – Waterloo per tram of … per De Lijn /TEC-bus

Louis DEWILDER, Raymond DENAYER, p.46-47
Over een aanvraag uit 1912 voor een tramlijn van Overijse naar Eigenbrakel.

Antwoord.

Norbert LEFEVER, p.48
Het “edelhert” in een artikel van Zoniën 2002-4 zal toch eerder een hond zijn.

JAARGANG XXVII 2003, nr.2

Poging tot identificatie van een votief kinderportret te Jezus-Eik.

Raymond DENAYER, p49-56
Dit schilderij dat de afbeelding toont van “Jean-Joseph-Gilain-Maximilien van Reynegon de Raeckenboer” blijkt in werkelijkheid een “van Reynegom de Staekenbourg” voor te stellen, nl. de laatste baron van Duisburg, Joan-Gislenus-Maximiliaan de Reynegom de Staekenbourg.

Een molen voor de priorij van Groenedaal.

Michel ERKENS, p.57-65
Over de problemen rond de molenrechten in Hoeilaart en Groenendaal.

Afscheid van een jeugdidool.

Roger DEHAEN, p.67-69
Herinneringen bij het overlijden van Rik Van STEENBERGEN.

Elisa Strompers: 100 jaar!

Frieda TIMMERMANS, p.70-76

Wat zit er in mijn gamel? Soldatenkost in de 18e eeuw.

Carine WILLAERT, p.77-82
Aan de hand van documenten wordt de dagelijkse kost van soldaten en officieren in de 18e eeuw achterhaald.

De Tafel van de H.Geest.

Raymond DENAYER, p.83-89
Inventaris van de bezittingen, inkomsten en uitgaven van de Tafel van de H.Geest, armenzorg en voorloper van het huidige OCMW.

Twee lijkredes uit de oude doos.

Guy VANDE PUTTE, p.90-96
Bespreking van een lijkrede voor dokter Jules-Hubert DESSY in 1902 en een tweede voor meester Jozef VANDE PUTTE in 1935, met de volledige tekst.

JAARGANG XXVII 2003, nr.3

Dieper inzicht in Eizer (in de marge van Dispargum).

Raymond DENAYER, p.97-104
Op zoek naar de ligging van Dispargum, gaat dit artikel specifiek over het gehucht Eizer, met het “Gebroken Hof”, Reynegom en Stakenborg, en de discussie over de juiste ligging van het diverticulum.

Hoeilaartse molensprokkelingen.

Michel ERKENS, p.105-115
Over de banmolen van Hoeilaart, molenaars met problemen, enkele bekende molenaars uit de 16e, 17e en 18e eeuw zoals Mertens, de Beysere, de Cretemont, Caffmeyer, Pasteels, Clabots en Stas, invloed van de ligging van de molen op het stratenplan.

Bewaring en verdeling van voedsel bij onze voorouders.

Carine WILLAERT, p.116-119
Droog, koel, gezouten, gesuikerd, in vaten, stenen potten en ijskelders: op alle manieren werd voedsel bewaard. Daarnaast zorgden markten allerhande voor verdeling.

Hoeilander Guy DEROM, explorator van het Zuidpoolgebied.

Alf. VAN ORSHOVEN, p.120-127
Guy Derom maakte deel uit van de derde zuidpoolexpeditie van 1959 tot 1961.

Een eigenhadige brief van Alice Nahon.

Raymond DENAYER, p.128-133
Alice Nahon liep school bij de zusters in de “Ecole ménagère et agricole” op de Drogenberg. In de archieven van het klooster dook een brief van haar aan zuster Appolonia op, met een gedicht getiteld “Aralia Japonica”

Afscheid van de zusters van Eizer

Piet VAN SAN, p134-137
Verslag van de viering bij het afscheid van de zusters.

Van Gildenhuis tot Ter IJse

R. DEHAEN, p138-140
Over het voormalig Gildenhuis, cinema en gelagzaal uitgebaat door Maria en Cor van Dooren, waar ook “De Lustige Zeveraars” toneel speelden. Voor dat de TV een einde maakte aan kleine bioscoopzalen, heette het complex ook nog “Century”.

JAARGANG XXVII 2003, nr.4

JAARGANG XXVII 2003, nr.4

Was Wendelinus vooringenomen?
Raymond DENAYER, p.143-154

Godefridus Wendelinus, 1580-1667, priester en geleerde, was tijdgenoot van de ontdekking in Doornik op 27 mei 1653 van het graf van de Frankische koning Childeric, wiens voorouders vertrokken waren vanuit Dispargum. Hij poneerde de stelling dat Diest in aanmerking komt voor de locatie van Dispargum, terwijl de auteur een vurig pleidooi houdt voor het Stakenborgcomplex te IJzer-Duisburg.

Het vastleggen van de Taalgrens in 1963.
Michel ERKENS, p.155-169

40 jaar geleden werd de taalgrens vastgelegd. het artikel schetst hoe doorheen verschillende teksten en besprekingen, o.a. het gehucht “La Corniche” bij Terhulpen kwam, Nieuw-Bakenbos en ’t Rot bij Hoeilaart komen, en de zendmasten van de toenmalige BRT in Waver bleven.

Sint-Joris en de Heilige-Geest hebben hun sporen nagelaten in de Overijsese Topnymie.
Guy VANDE PUTTE, p.170-178

Een onomastische belichting van “De capellanie van Sint-Joris” leidt de lezer langs verschillende vermeldingen van grond of huis met de naam Sint-Joris in het verleden. In een tweede deel gaat de schrijver op zoek naar eigendommen van “den heyligen geest” in Overijse en Rozieren.

Het Grafmonument Sohie-Weustenraad
Mark PIETERS p.179-180

Een aanklacht voor de verwaarlozing van het grafmonument van deze voor Hoeilaart belangrijke familie.

Op D-Day 6 juni 1944 viel een Amerikaanse B-24 te Hoeilaart.
Raymond DENAYER p.181-200

Dit is het verhaal van een neergeschoten B-24 op het Nilleveld te Hoeilaart, zoals verteld door getuigen: hoe een overlevende aan burgerkleren kwam en zijn uniform deskundig verstopt werd, de huiszoekingen enz. Lt. Pratt vertelt over zijn ontsnapping met de hulp van de weerstand om na enkele maanden bij landgenoten aansluiting te vinden. Wie was de bemanning en wat is er van hen geworden na de crash?

JAARGANG XXVIII 2004, nr.1

JANSSENS René,Van het Pachthof van Glams tot de Concordia en het Gildenhuis, p.1-9.

Het gebouw dat vandaag Ter IJse herbergt onderging heel wat veranderingen tijdens zijn bestaan, zowel qua vorm als qua functie: het pachthof van Glams of landbouwbedrijf van de familie Billoen, cinema Cetury, feest- en toneelzaal Concoria,het Gildenhuis.

VANDENBORRE Roger, Niet-alledaagse Exploitatiemachtigingen rond eind negentiende eeuw te Hoeilaart, p.10-16

Vergunningen voor eenijzergieterij, een smalspoorlijn, een viskwekerij en tenslotte voor de opslag van buskruit an jachtkruit.

DENAYER Raymond,

De auteur gaat op zoek naar de ware schenker van de stalen klok van Maleizen: de familie Arenberg, alhoewel als meter Catharina Bontemps en als peter Jean-Baptiste Stouffs genoteerd werden..

DENAYER Raymond, Verslagenheid, p.24.

Na het schrijven van vorig artikel duikt een verslag op in het Aartsbisschoppelijk archief waarin vermelde peter en meter van de klok van Maleizen als schenkers vermeld staan. De auteur haalt redenen aan waarom dit niet met de feiten zou stroken.

KIMMEL Joop, Een wildwal te Groenendaal, p.25-36.

Het was vroeger de gewoonte om het wild met beplante wallen binnen een domein te houden; de grens werd met grenspalen afgebakend. In Groenendaal zijn nog een aantal van deze palen en een wildwal terug te vinden.

VAN SAN Piet, Bouwstenen voor de geschiedenis van het Begijnhof te Overijse, p.37-38.

Tijdens een enquête in 1389 doen de begijntjes van Overijse hun beklag over het beheer van hun voogd ivm met een te goedkoop verkocht stuk grond.

DENAYER Raymond,

Nog de B-24-crash van 6 juni 1944

, p.40-44.

Nog de B-24-crash van 6 juni 1944

Het vorig artikel heeft een aantal reacties en aanvullingen opgeleverd, die hier gebundeld worden.

Ralph Leindorf, stalag Luft IV,

DENAYER Raymond, De Iconografie en Stakenborg, p.45-47.

De problematiek rond Stakenborg, Reynegom, en het diverticulum Rumst-Baudecet, kwam reeds meermaals aan bod. Dit artikel bespreekt een gravure uit 1730, overgenomen door onderwijzer Bosmans in 1833, en de lokalisatie door deken Davidts in 1965.

PIETERS Mark, Twee Doenders in Zwitserland, p48.

Errata bij het artikel in Zoniën 2002/2 p.66: er lag nog sneeuw in juni en toch was het niet koud…

JAARGANG XXVIII 2004, nr.2

 

Raymond DENAYER, Pleidooi voor het diverticulum Rumst-Baudecet doorheen Overijse, p.49-56

Aan de hand van een notariële verkoopakte van 1843 van een stuk grond, onderzoekt de auteur langswaar het romeins diverticulum Rumst-Baudecet kon gelopen hebben. Hij pleit voor de Stokkemstraat. Verder komen aan bod de resten van een romeinse villa in de Moskensstraat.

Michel ERKENS, 500 jaar geleden: de eerste Vandervaeren in Hoeilaart, p.57-61

Wedervaren van Jacobus Vandervaeren met zijn pacht van een hof in kennelijk slechte staat, met afdruk van een brief met onbekende bestemmeling, waarin hij zijn problemen uiteenzet

Albert CLABOTS, Jeugdherinneringen aan Eizer, p.62-64

Een posthuum jeugdverhaal over zijn vakanties te Eizer bij zijn grootouders.

Michel ERKENS, Een prentkaart uit augustus 1914, p.65-66

Afdruk en bespreking van een kaart verstuurd vanuit Hoeilaart naar Wetteren aan dhr Schatteman, door een soldaat op weg naar Namen.

Michel ERKENS, De erkende verenigingen van 1931 te Hoeilaart, p.67-75

Wegens herziening van de lijst der erkende verenigingen stuurden volgende de standregelen:

Nog vermeld zijn de Koninklijke Harmonie Vooruitgang Nut en Vermaak, Racing Club Hoeylaert, en Auto-Moto Club Hoeylaert.

Raymond DENAYER, Vieren we in 2009 de 500e Verjaardag van de “Leegstad” van Overijssche?, p.76-79

Een penning vermeldt de “359ste verjaardag der Leegstad van Overijsche, op 2 augustus 1868. Zat de Harmonie St.-Martinus hier achter? Wat gebeurde er 359 jaren voordien in de Leegheid dat tot vieren aanspoorde? Heropbouw na de brand in 1789?

Roger WILLAERT, Erfgoedthema: Het zit in de genen: acht generaties bakker Danhieux, p80-96

Genealogie van het geslacht Danhieux in Tervuren en Overijse, bakkersgast, broodmaecker, bakker, en hoe zij in Overijse het dorps- en straatbeeld vormden, aan de Scheythaag, in “De Met”, “De Trapkens”. Interessant zijn de verschillende schrijfwijzen: Danhieux, Danhieu, Danijeù, Danrieù,D’enhieux, Danliu, D’Enhieux, Danhieù, D’anhieux, D anhieux, D’Anhieux.

Roger VANDENBORRE, Een tomboila voor den “Druppel Melk”, p.97-100

Kort overzicht van enkele prijzen voor de tombola van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn in januari 1932 te Hoeilaart.

JAARGANG XXVIII 2004, nr.3

M.ERKENS Het Verdrag van Groenendaal p.101-111

Op 26 maart 1559 het Verdrag van Groenendaal getekend, eengeheim akkoord tussen de koning van Spanje, Filips II, en de hertog van Savoie, Emmanual-Philibert, voorafgaand aan het verdrag van cateau-Canbrésis.

G.VANDE PUTTE Het jaar 1509 in 1868 herdacht: een non-event te Overijse of
“Vuil lawait in de Lieghait”
p.112-131

Zoektocht naar wat er te vieren viel en waarom. Dit leidt de lezer langs de harmonie Sint-Martinus, de families Borremans en Adriaens, dorpspolitiek en de vaststelling dat er voor zover geweten in 1509 niets bijzonder gebeurd is.

G.VANDE PUTTE Het Hof te Reutenbeek alis Borremanshof p.132

Als bijlage bij vorig artikel iets over het Reutenbeekhof, Paradijshof, de “Stammsitz” van het boerengeslacht Borremans

J.KIMMEL Bronnen en Pompente Hoeilaart p.133-142

Waar haalden de Hoeilanders in vroegere tijden hun water? Na een geologische uiteenzetting volgt een opsomming van nog bekende bronnen of borren, de bouw van waterputten, openbare pompen, met een foto van de enige overlevende pomp.

C.WILLAERT Milieuhinder op het platteland in de pre-industriële samenleving (I) p.143-147

Milieuwetten zijn niet van vandaag: ze bestonden al in de middeleeuwen. Mestvaalten langs de weg, mest van allerlei oorsprong op straat, beerputten naast de deur,rook van schouwen… allemaal redenen om vast te leggen wan mocht of moest.

M.PIETERS Overijsese vijverlandschappen van Albert Sohie p.148-152

Verdwenen landschappen aan de Molendreef en de Begijnhofvijver met de boerderij Van Moer.

JAARGANG XXVIII 2004, nr.4

R.DENAYER Van de Zusters van Liefde tot de Zusters van Mechelen – Overijse, p.153-174

Het ontstaan van de zusterkloosters in Overijse: Zusters van Liefde, Les Filles de l’Immaculée Conception de la très Sainte Vierge Marie en de Zusters van Mechelen – Overijse; het Godshuis of Hospice, het ontstaan van een pensionaat, onderwijs in het Zwaanpoortgebouw. Het verhaal hoe zuster Adrienne, later Mère Adrienne, vanuit niets een kloostergemeenschap opbouwt.

F.STROOBANTS Mijn Ma, zus tussen de Zusters. p.175-180

Herinneringen van de moeder van de auteur, en een beetje geschiedenis van scholen in Overijse: bouw van een gemeenteschool in de Heuvelstraat, en de honderjarige zuster Apolline.

M.BUYTAERTVan “Institut du Sacré-Coeur” tot “Vrij Technisch Instituut” p.181-184

Generaties vooral Brusselse commerçanten stuurden hun dochters op internaat met kleuterschool, lagere school en middelbare afdeling “commerce” en “naad”. De franstalige afdeling moest door de federalizering in de jaren ’60 afbouwen. De landbouwschool werd tuinbouwschool, Middelbare Landelijke Huishoudschool en tenslotte Vrij technisch Instituut. Langzaam verdwijnen de zusters ook uit het onderwijs en gaan zich met andere sociale noden bezighouden.

F.TIMMERMANS De Zusters van Overijse – Mechelen p.185-189

De Zusters van Mechelen – Overijse ontstonden uit een fusie van de Overijsese “Dochters van de Onbevlekte Ontvangenis”, de Mechelse “Zusters van Liefde” en de “Zwartzusters”; als geestelijk directeur zochten ze Bart Mesotten aan, die een autoriteit is op het gebied van haikoe’s (waarvan enkele hier opgenomen) en aloude gebeden hertaalde. De zusters vormden een stevige kern in het onthaal van vluchtelingen

p.190-196: Een selectie oude foto’s van het H.-Hartinstituut.

JAARGANG XXIX 2005, nr.1

R.DENAYER De Zusters van Liefde, p.1

Deel 2 van de geschiedenis van de Zusters van Liefde, Les Filles de l’Immaculée Conception de la très sainte Vierge Marie tot de Zusters van Overijse-Mechelen.
Over schoolstrijd, de eerste aalmoezenier, bijhuizen in paervis St.-Roch, Boendaal, Oudergem, Jezus-Eik, Eizer, Sint-Joris-Weert, Pont-à-Celles, Trazegnies en Luttre; en de bouw van het klooster op de Drogenberg. Terloops komt ook de inhuldiging van de tram Groenendaal-Overijse, die het einde betekend van de “diligence séculaire Overyssche – La Hulpe”, bekend als “den oemelenbus van Lamal”, met afbeelding vandit historisch voertuig.

F.TIMMERMANS Kleine wasjes, grote wasjes; p.12

Een overzicht van “de was” in de tijd van onze (groot-)ouders: over het washuis of waskot, kuipen, tobben, bassengs, doeits, savoin de Marseille, sunlight, bleekpoeder en blijk, blauwsel, javel, wasmachiene en essoreuse, stijfsel om te eidigen bij droogkasten en stoomstrijkijzers.

P.VAN SANEnkele volksverhalen uit Eizer; p.22

Verhalen over pastoor Ratinckx; de controle op paarden, koeien, varkens, tijdens WO II; en een stropersverhaal eveneens in WO II.

Y.GOFFIN De gewelfde kelder van de Priorij van Groenedaal; p.26

Artikel over de ligging in het klooster van de kelders waarvan nog resten bestaan, en de kelderacrchitectuur.

M.P.DANHIEUX Wat een leven; p.34

Overzicht van de handel door de eeuwen heen aan de hand van het boek “Wat een leven” van Roger LINSKENS.

R.VANDENBORRE Wat doet Leonard te Hoeilaart? p.42

Sint-Leonard van Noblac, die gevangenen bevrijdde en schutspatroon is van het vee heeft een kapel in Hoeilaart; wie was hij en waarom staat hij daar?

G.VANDE PUTTE Het kasteeltje in de Klapstraat, gissingen naar het Molenpashof; p.46

Een niet zo recent huis in de Klapstraat, thans Frans Verbeekstraat, in de jaren 1930 bewoond door een renteniers echtpaar IDIERS-TAYMANS (waarvoor meteen een genealogie TAYMANS wordt meegegeven) zou kunnen teruggaan op het reeds lang verdwenen Molenpashof. Molenpas situeert zich in de omgeving van borchthof en scherrewerremolen, en komt als familienaam Molenpas en Moelenpas (Cornelia Moelenpas: grootmoeder materneel van Lipsius).

JAARGANG XXIX 2005, nr.2

R.VANDENBORRE Kareelovens te Hoeilaart.

JAARGANG XXIX 2005, nr.3

P.VAN SAN De familie PAILLET, huisleverancier van miswijn; p.85

Tijdens de eerste en tweede wereldoorlog ontstond er door onderbroken handelswegen een tekort aan miswijn. Paillet wist dir op te lossen door wij te maken van de lokale druiven.

R.MAT De keizerstraat; p.93

Hoe Jozef Muyldermans keizer werd, een evolutie van arme boeren naar rijke serristen, dank zij Royal en Colman. Een familiegeschiedenis.

C.WILLAERT Milieuhinder op het platteland in de pre-industriële samenleving, deel 2; p.101

Veeteelt, visserij, jacht, hout en turf als energie,, het belang en vervuiling van rivieren, de invloed van militaire activiteiten

R.VANDENBORRE Taks op publieke dansfeesten te Hoeilaart; p.117

Briefwisseling over – en vooral tegen! – taks op dansgelegenheden.

M.P.DANHIEUX Wat een leven! p.123

Tweede deel. Over hygiëne, urbanisatie en woningen, handel en leven op straat, brand en water.

M.ERKENS Export van druiven voor de eerste wereldoorlog; p.132

Een overzicht van verkochte volumes, verkoop en transport.

G.VANDE PUTTE Beiers en Taymansen te Edingen en Tubeke; p.136

Een bijdrage over Taymans en Taymans d’Eypernon.

P.VAN SAN Heemkundesprokkels; p.140

Een politiereglement voor Overijse in 1833 over baden zonder kleren en het serveren van sterke drank en bier, en dansen tijdens de kermis.

Hoe Jozef Muyldermans keizer werd, een evolutie van arme boeren naar rijke serristen, dank zij Royal en Colman. Een familiegeschiedenis.

C.WILLAERT Milieuhinder op het platteland in de pre-industriële samenleving, deel 2; p.101

Veeteelt, visserij, jacht, hout en turf als energie,, het belang en vervuiling van rivieren, de invloed van militaire activiteiten

R.VANDENBORRE Taks op publieke dansfeesten te Hoeilaart; p.117

Briefwisseling over – en vooral tegen! – taks op dansgelegenheden.

M.P.DANHIEUX Wat een leven! p.123

Tweede deel. Over hygiëne, urbanisatie en woningen, handel en leven op straat, brand en water.

M.ERKENS Export van druiven voor de eerste wereldoorlog; p.132

Een overzicht van verkochte volumes, verkoop en transport.

G.VANDE PUTTE Beiers en Taymansen te Edingen en Tubeke; p.136

Een bijdrage over Taymans en Taymans d’Eypernon.

P.VAN SAN Heemkundesprokkels; p.140

Een politiereglement voor Overijse in 1833 over baden zonder kleren en het serveren van sterke drank en bier, en dansen tijdens de kermis.

Hoe Jozef Muyldermans keizer werd, een evolutie van arme boeren naar rijke serristen, dank zij Royal en Colman. Een familiegeschiedenis.

C.WILLAERT Milieuhinder op het platteland in de pre-industriële samenleving, deel 2; p.101

Veeteelt, visserij, jacht, hout en turf als energie,, het belang en vervuiling van rivieren, de invloed van militaire activiteiten

R.VANDENBORRE Taks op publieke dansfeesten te Hoeilaart; p.117

Briefwisseling over – en vooral tegen! – taks op dansgelegenheden.

M.P.DANHIEUX Wat een leven! p.123

Tweede deel. Over hygiëne, urbanisatie en woningen, handel en leven op straat, brand en water.

M.ERKENS Export van druiven voor de eerste wereldoorlog; p.132

Een overzicht van verkochte volumes, verkoop en transport.

G.VANDE PUTTE Beiers en Taymansen te Edingen en Tubeke; p.136

Een bijdrage over Taymans en Taymans d’Eypernon.

P.VAN SAN Heemkundesprokkels; p.140

Een politiereglement voor Overijse in 1833 over baden zonder kleren en het serveren van sterke drank en bier, en dansen tijdens de kermis.

JAARGANG XXIX 2005, nr.4

Wim ARCKENS, Honderjarige krijgt facelift, p142

De Vuurmolen, vermoedelijk oudste gebouw in gewapend beton van België: over de bouw door Leon Monnoyer volgens het systeem “Perraud Dumas”, de moleninstallatie van de firma Seck, en de werkomstandigheden.

Molen, meel, bloem, graan,

Michel ERKENS, Priesterroepingen in onze streek; p.162

Lijst op basis van overlijdens van priesters tussen 1813 en 1961 in de gemeenten Duisburg, Hoeilaart, Huldenberg, Leefdaal, Neerijse, Ottenburg, Overijse, Tervuren, Vossem

M.P. DANHIEUX, Wat een Leven! p.171

Over de tijd van toen in de middeleeuwen: tijdsindeling, verlichting, verwarming, voeding, brood, vlees, kruiden, vis, zuivel, groenten en fruit, drank

R. VANDENBORRE, De teelt van waterkers in de IJsevallei; p.188

Teeltwijzen in kesbeken, cressonbeken, bewatering, aanplanting ziekten en plagen.

R. VANDENBORRE, Marktperikelen voor de Hoeilaartse marktkramers in Waver en Hoeilaart in 1878; p.193

Over een petitie tegen standrecht op de markt te Waver.

JAARGANG XXX 2006, nr.1

Roger VANDENBORRE, Van put- tot leidingwater te Hoeilaart; p.1

Drinkbaar water voor 1900: aanvragen voor het plaatsen van pompen en putten, en reglementen.

Piet VAN SAN,Marcel Debloem, Hoeilander op dodenmars in Duitsland bij heteinde van de tweede wereldoorlog; p.15

De arrestatie en zwerftocht door Duitse gevangenissen, en het integrale verhaal uit het dagboek over de tocht vlak voor de bevrijding; eveneens vermelding van de executie vanMarcel Félicé, met een uittreksel van zijn laatste brief.

Guy VANDE PUTTE, Kunstschilder Jozef De Coene en Overijse; p25

Commentaar bij enkele schilderijen gemaakt rond Ter Nood, en in Overijse tijdens zijn verblijf alhier.

Raymond MAT, Werken op de Waversesteenweg te Hoeilaart; p29

Met enkele beelden van de Waversesteenweg, en een overzicht van de oude straatnamen Nillestraat, Zavelstraat, Houtweg, Brusselsestraat, Nilleveld, Rosierstraete, Pierre Van Dijckstraat, Bakenbos, Veldstraat, Kweddelweg, Tenboslaan, Negenbunderweg, Donkerstraat.

Guy VANDE PUTTE, De Prinsen van Horne, de Brusselse jezuïten en Mariëndalarchitect Jozef Prémont; p36

Van het Hotel van Wittem en Horne, via het oude college in de Ursulinenstraat naar het nieuwe St. Michel, gebouwd door Prémont

Piet VAN SAN, Ons Brabants Kieken; p.44

De stichters van deze vereniging in 1907.

JAARGANG XXX 2006, nr.2

M. DENAYER; De Hoeilaartse baksteenovers; p.46

Enkele foto’s als aanvulling bij het speciaal nummer over kareelovens, Zoniën 2005-2

Carine Willaert;Middeleeuws onderwijs te Overijse; p.51

Onderwijs algemeen, en vanaf 1493 in Overijse.

Roger BORREMANS; Van put- tot leidingwater; p.57

Aanleg en onderhoud van waterputten en waterpompen eind 19e en begin 20e eeuw.

Wim Arckens: Het Portlandmysterie;p.79

Een blik op de hulpverlening aan de hand van krantenartikels uit Portland.

Piet VAN SAN; A frien in need is a friend indeed. p.91

Foto met dankbare kinderen met namenlijst, uit 1917.

Piet VAN SAN; Nestor Rowies; p.93

Nestor Rowies overleed in Congo als “directeur de la Brasserie de Stanley-Pool” en kreeg daarvoor hier een straat naar hem genoemd.

JAARGANG XXX 2006, nr.3

Michel ERKENS;Hertogelijk bezoek in Hoeilaart; p.97

Hoeilaart is ouder dan men denkt. Hier bespreking van een acte van rond 1155, en een bekrachtiging van een overeenkomst in 1251

Piet VAN SAN; Inventaris van de klokken te Overijse; p.106

Over de klokken van de kapel van het H.Hart te Maleizen, van de kerken van Tombeek, Jezus-Eik, Terlanen, Maleizen, Sint-Martinus, Eizer en het noviciaat van de Broeders van de Christelijke Scholen.

Roger VANDENBORRE; Honden in het verkeer tijdens de negentiende eeuw; p.114

Reglementen over het inspannen van honden, en belastingen op honden.

Piet VAN SAN; Den Hemel; p.118

Geschiedenis van het huis “Den Hemel” naast huidig café De Luppe, te beginnen met de verkoop op 5 mei 1770 aan JB Janssens.

Claire SÉGUY-PARISEL; Verkavelingsgeschiedenis van de Groenendaalse steenweg; p.128

De bewoners van deze wijk in Art-Nouveau stijl in de 19e eeuw: Demeur, Delstanche; Tilley, Hamesse, Somerhausen, Hennebert, Leclercq, Mounier, Vinche, Potvin.

Wim Arckens; En toen kwam de tram; p.134

Het belang van de stoomtram Groenendaal – Overijse voor de economische ontwikkeling van de streek; opkomst en neergang van de lijn.

Raymond MAT; Jan Bode; p.142

Van een moderne lichtkrant naar de belleman 400 jaar geleden Jan Bode, de boodscxhapper uit Brussel die de ordonantiën moest voorlezen. Ook nog enkele gegevens over aantallen stuks vee in de 16e en 18e eeuw.

JAARGANG XXX 2006, nr.4

Guy VANDE PUTTE; Nekkerspoel te Overijse, p.147

Gelegen beneden aan “Nortsberch” of “Hof ter Noirt” of “Ter Nood” of “Tenots”, pachthof van Vroman, deel uitmakend van Terborcht, aan de Borchtmolen of Scherrewerremolen. Mogelijk is het de Begijnhofvijver. Nekker of nikker is een Germaanse watergeest die mensen naar beneden trekt in het water.

Michel ERKENS; Platter op bezoek bij Lipsius; p.153

Dokter Thomas Platter uit Bazel reist in 1599 door de Nederlanden en geeft daarbij commentaar, inzonderheid over Brabant, Leuven, Groenendaal en zijn bezoek aan Lipsius te Leuven.

Dominique GOEDHUYS; DE bewoners van de grote plaats; p.160

Over enkele generaties Charliers en Blanpain, die op “de Grote Plaats”, nu Justus Lipsiusplein, een winkel hadden, met een afbeelding van een affiche bij de opening van een filiaal “Delhaize Frères”

Joop KIMMEL; Langs de grens van de Priorij van Groenendaal; p.167

Op het spoor van de domeingrenzen aan de hand van de boswal en enkele overgebleven grenspalen.

Piet VAN SAN; Een papiermolen te Overijse? p.176

Wat is een papiermolen en waar stond de molen van Paulina van Hauthem?

Mark PIETERS; De reizen van Ernest Sohie; p.179

Het echtpaar Felix en Octavie Sohie op reis aan de azurenkust, Vichy, Rome.

Guy VANDE PUTTE; De wereldbol van de prins van Horne; p.181

Op een veiling wordt een zilveren wereldbol verkocht, ooit eigendom van Maximiliaan-Emmanuel van Horne, prins van Overijse. De wereldbol is uitgevoerd volgens het Planciusmodel, en draagt bovenaan Cleopatra die het wapen van de Horne’s vasthoudt.

Michel ERKENS; Heemkundige kring koopt uitzonderlijk werk van Surius aan; p.185

De Kartuizer Surius verzamelde als eerste al de werken van Ruusbroec en vertaalde ze allemaal in het Latijn. Het aangekochte werk is een tweede druk uit 1608.

JAARGANG XXXI 2007, nr.1

Piet VAN SAN DE notarisfamilie Vandevelde; p2
Grote heren te Overijse tussen 1735 en 1875, (bekend in het notarisambt van 1673 tot 1921), en hun bezittingen aan de hand van staten van goed.

Mark PIETERS De brabantse woningen van Albert en Suzanne Sohie; p.30
De eerste serristen konden zich luxueuze huizen permitteren.

René JANSSENS De serristen van Kleinenbroich; p36
Fons Vandenhouten werd serrist in Duitsland.

Mark PIETERS Een mislukt Berlijns avontuur van Albert Sohie; p.39
kunstschilder Albert Sohie zou één keer in Berlijn geëposeerd hebben.

Raymond MAT ’t Schansken; p.42
Een fort op Hoeilaarts grondgebied, waar het lag , waarvoor het diende, en wat er van overblijft.

Piet VAN SAN Capronnier en Overijse; p.48
Het archief van de 19e eeuwse glazenier Capronnier in veilige handen bij Kadoc. Het atelier maakt de ramen in het koor en achter het orgel van de Sint-Martinuskerk.

JAARGANG XXXI 2007, nr.2

Roger VANDENBORRE Van stallen voor renpaarden te Hoeilaart
Perikelen met de buren over de bouw van paardenstallen te Groenendaal, en overzichten van gekende stallen en tewerkgesteld personeel. Als bijlage een lijsten van trainers, engelse inwijkelingen, hoefsmeden, zadelmakers
p.49

Jean RIGAUX Televisie 75 jaar geleden
Beschrijving van een uniekstuk erfgoed te Overijse: een TV met nipkowschijf.
p.83

Yves GOFFIN Domeingrenzen van de priorij van Groenendaal
Rechtzetting bij het artikel “Op de rand”, Zoniën 2006-4 p.168
P.87

Carien DEHERTOGH-WILLAERT De blekerijen in Overijse
Het bleken van linnen in vroegere tijden, en enkele gegevens over het bleken in Overijse in de 19e eeuw aan de hand van een schriftje in het archief van de zusters van Overijse
p.93

Piet VAN SAN De gazet van Overijssche en zijne omliggende gemeenten
Wat stond er in de gazet van 22 januari 1888?
P.96

Piet VAN SAN De papiermolen van Overijse of van Huldenberg?
Reactie op het artikel in Zoniën 2006-4 P.178 over een papiermolen
p.104

Piet VAN SAN Beschrijving van de parochie van Terlanen in 1901
Pastoor Buts beschrijft in 1901 zijn parochie, kerk en kerkmeubilair, en zijn pastorij, in enn ebrief aan de aartsbisschop; de intergrale tekst zoals hij bewaard is gebleven, in oude spelling dus.
P.106

JAARGANG XXXI 2007, nr.3

Carine WILLAERT Natuurlijke gezondheidskuren, het kuuroord Ter Nood
Het domein Ter Nood, eertijds ook Ternoudt, Te Nots, Hof ter Noirt genoemd, was begin 19e eeuw een kuuroord, opgericht door dr. Erneste Waldemar Nyssens, gehuwd met Valerie Sidonie Hélène Verleysen, stichter van de Belgische Vegetarische Vereniging. In 1950 werd het aangekocht door het ACV om er een studiehuis in onder te brengen.
P.113

Joop KIMMEL Verkaveling Hof ten Trappen
Geschiedenis van het Hof ten Trappen sinds de 14e eeuw tot de verkavelingen van vandaag.
P.131

Dominique GOEDHUYS Touring Club de Belgique, Verbond der Toeristen, betekenis en doel van de club
Over de oprichting en werking van de Touring Club in Overijse.
P.142

Mark PIETERS Het droompaleis van Ernest en Felix Sohie
De lezer krijgt een idee van de immense omvang van de tweewoonst aan de Tervurenlaan.
P.149

Roger VANDENBORRE Juli 1895 – Landbouwprijskamp te Hoeilaart Een overzicht van alles waarvoor een prijs kon gewonnen worden.
P.167

Piet VAN SAN Een nieuwe stenen brug over de Nellebeek te Eizer
Kostprijs voor de vervanging van een houten door een stenen brug.
P.176

JAARGANG XXXI 2007, nr.4

Guy VANDE PUTTE Het Groot Huys of stadspaleis van de familie Vandevelde en hun buitengoed Canduyt te Overijse
Historisch overzicht.
P.178

Mark PIETERS De reizen van Albert en Suzanne Sohie in 1898-1914
Reisbestemmingen in de periode 1911 tot 1914.
P.198

Dominique GOEDHUYS Lieve ouders…
Nieuwjaarsbrieven vroeger en nu.
P.214

Roger VANDENBORRE Vergeten kinder- en volksspelen van begin 20e eeuw
Beschrijving van landkappen, op het flot spelen, kastanjeslingeren, hoepellopen of met de riep speile, patattebollen gooien, op de pees spelen, bikkelen, potstampen, klakkebussen.
P.220

Piet VAN SAN De lokale groentemarkt
Korte geschiedenis van de groentenmarkt voor lokale producenten.
P.225

Alfons VAN ORSHOVEN Enkele kanttekeningen bij het artikel over het vastleggen van de taalgrens in 1963.
De strijd om de gemeentegrenzen van Overijse.
P.227

Roger VANDENBORRE Het ijken van maten en gewichten rond 1850
Hoeilanders willen niet meer naar Overijse om te ijken.
P.231

JAARGANG 2008, nr.1

Piet VAN SAN
Overijse in 1830
Ook Overijsenaren vochten voor de Belgische onafhankelijkheid.
p1

Roger VANDENBORRE
Van twee kerhoven te Hoeilaart (deel I)
De bouw van de nieuwe kerk betekende ook een aanpassing van het kerkhof rond de kerk.
p11

René Janssens
De groentemarkt
Vroeger werden de groenten niet naar de veiling gebracht, maar ter plaatse op de markt aangeboden. Een sfeerbeeld.
p18

Raymond MAT
Canadees Frank Aldous, slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog
Het wedervaren van Frank Aldous die de oorlog overleefde, maar er toch slachtoffer van werd en in Hoeilaart zijn laatste rustplaats vond.
p30

Piet VAN SAN
Toestand van de parochie Maleizen in 1899
Een overzicht op basis van een verslag van pastoor Ockers.
p41

Dominique GOEDHUYS
Recht in ‛t castrol
Het verengingsleven 100 jaar geleden en het smakelijke einde van Mie de Geit en Kalfskop.
p45

Roger DEHAEN
Expo 58: een gouden jubileum
Wie het zich herinnert is niet meer van de jongste; menig Overijsenaar trok er heen en keek zijn ogen uit.
p52

Roger WILLAERT
De parochiale (kunst-)naaikring van de St.Martinuskerk
De waardevolle misgewaden werden vakkundig hersteld door de parochiale naaikring.
p57

JAARGANG 2008, nr.2

Mark PIETERS
Edgard Sohie
Levensloop van Edgard Sohie waarnaar in Hoeilaart een straat genoemd werd.
P.62

Guy VANDEPUTTE
De Solheide, oudste sportveld in Overijse
Oorsprong en betekenis van de ‛sol’ in Solheide.
P.66

Raymond MAT
De trosrups
Nadat de grenzen open gingen voor buitenlandse druiven diende zich een ongenode gast aan.
P.72

Dominique GOEDHUYS
Werkplaats voor mechanische onderdelen in Hoeilaart
De druiventeelt bracht ook werk voor mechaniekers.
P.76

Roger VANDENBORRE
Van twee kerkhoven (deel II)
Het oude kerkhof rond de kerk wordt opgedoekt en een nieuw opent de poorten.
P.81

Carine WILLAERT
De beroepsopleiding in de gilden
Gilden zorgden voor de opleiding, controleerden de kwaliteit van de producten, en waren een vorm van ziekte- en ouderdomsverzekering.
P.106

Alfons VAN ORSHOVEN
Fons den Doits, Emiel Sohie en Hector
Een extraatje over druiventelers in Duitsland.
P.111

Dominique GOEDHUYS
Touring Club, medailles en spelden
Klein vervolg op vorig artikel over de Touring Club in Overijse.
P.112

Wim ARCKENS
Genootschap van den H. Vincentius a Paulo in Overijse
Stichting en werking van het genootschap, Den Bouw en de bibliotheek.
P.114

JAARGANG 2008, nr.3

Piet VAN SAN
Inleiding op de geschiedenis van de post in Overijse tot het jaar 1900
Postvervoer in vroegere tijden en de prille Post in Overijse.
p.125

Frieda TIMMERMANS
Een meisje van zeven ontdekt de wereld en de wereldtentoonstelling in 1958
De wondere wereld 50 jaar geleden gezien door kinderogen.
p.149

Roger WILLAERT
Een huwelijksmis met een vreemde afloop
Raadsels bij een oude foto, en vreemde praktijken bij de pastoors.
p.155

Roger WILLAERT
De parochiale naaikring van de Sint-Martinuskerk (erratum)
Aanvullingen bij vorig artikel over dit onderwerp.
p.158

Michel ERKENS
Jean – (Baptiste?) Michiels
Het tragische verhaal achter een straatnaam.
p.160

Roger WILLAERT
1948-1949: het eerste schooljaar bij de Rijksmiddelbareschool “Kasteel Isque” te Overijse
Het begin van de school, nu 60 jaar geleden; de eerste leerlingen, de eerste leerkrachten.
p.168

JAARGANG 2008, nr.4

Dominique Goedhuys

Clement, Lorne en de anderen

Brieven van Canadese militairen die hier verbleven, p.183

Dominique Goedhuys

Het 44ste bataljon van de vierde Canadese Divisie

De veldslag bij Vimy en een zoektocht naar een verdwenen monument, p.194

Mark Pieters

De prentkaarten van Felix Gillijns en de Grote Oorlog

De oorlog bekeken vanuit opgestuurde prentkaarten, p.
204

Piet Van San

Een gezicht voor de soldaten uit Overijse in de Grote Oorlog

Lijst van militairen uit Overijse met bekende gegevens, p.209

Michel Erkens

Stichting van het Kinderwelzijn “Druppel Melk” tijdens WOI in Hoeilaart

Uit de penibele oorlogsomstandigheden ontstond extra zorg voor de allerkleinsten , p.244

Wim Arckens

Van Antwerpen naar Harderwijk

De gebeurtenissen aan de Belgisch-Nederlandse grens na de val van Antwerpen, en een impressie uit Harderwijk, p.247

33e JAARGANG , nr.1

Yves PARMENTIER: De verbinding van Brussel naar Waver, van landweg tot snelweg; p.1

Een overzicht van de grote wegen vanaf de 18e eeuw, meer specifiek voor de streek: de verbinding van Overijse met Brussel via een eeuwenoude houtweg, de steenweg en tenslotte de autostrade

Mark PIETERS: Tekeningen van Albert Sohie p.20

Bespreking van enkele bewaard gebleven tekeningen van Albert Sohie.

Roeland GILLIS: Van decoraties, eretekens en lintjes, p.26

Een overzicht van decoraties en dgl. van nationale orden zoals Leopoldsorde, Kroonorde; orden van de eerste en tweede wereldoorlog zoals Frontstrepen, Oorlogskruis, diverse medailles, Vuurkruis, Burgerlijke eretekens, Carnegie Hero Fund, militaire eretekens, Orde van de Vlaamse Leeuw en privé-eretekens.

Roger VANDENBORRE: Zavelputten te Hoeilaart; p.45

Zandwinning, zavelputten, zavel en zand, aanverwante straatnamen en een paar dodelijke ongevallen, moet er nog zand zijn?

Gut VANDE PUTTE: Gillis Neyts: een XVIIe-eeuwse schilder uit Overijse(?) gevierd in Wallonië; p.54

Over een tentonstelling in Namen over schilder Gillis Neyts die – misschien – uit Overijse stamt.

33e JAARGANG , nr.2

Victor DEWAET: WO II: Vlucht van de familie Dewaet – Vanderperren; p.57

Heen en terug tot in Mirabeau.

A. VAN ORSHOVEN: Drama op het gemeentehuis; p.72

De verkiezingen vallen anders uit dan gewenst door burgemeester baron de Mna d’Hobrugge, met als gevolg het terug sturen van de Zusters van Gijzegem, waardoor het onderwijs in de problemen kwam, en de uiteindelijke verzoening.

Dominique GOEDHUYS: Verhalen rond “Den Berg”; p.79

Hoe de familie Joseph Goedhuys ne Barbara Van den Dorpel uit Attenrode-Wever te Overijse terecht kwam, de villa op “den Berg” op de Schavei, verbouwing van de Concordia in de Stationsstraat.

Roger VANDENBORRE: Hoeilaart en de aanleg van de spoorweg Brussel – Terhulpen – Namen; p.90

Briefwisseling omtrent de problemen die opduiken bij de aanleg van de spoorweg.

Carine WILLAERT: Edmond Dubrunfaut en zijn wandtapijt “De Serristen” of “De Druivenpluk”; p.102

Wie was Dubrunfaut waarvan het tapijt “La Visite” beter gekend als De Serristen of De Druivenpluk in ons gemeentehuis hangt?

Wim ARCKENS: DEn Tram… ’t is altijd wat; p.111

De kerkhorlogerie van de firma Michiels uit Mechelen ten spijt verrekt de tram te vroeg of te laat, en de sporen laten ook te wensen ovr.

33e JAARGANG , nr.3

Michel ERKENS: Koningsbezoek op den berg bij de Sohies p.113

in 1881 kwam het koningspaar op privébezoek in de serren van Sohie. Zij konden ook rekenen op bestelling van het koninklijk hof in Roemenië.

René JANSSENS: De donderdag markt vroeger; p.118

De weekelijkse markt op donderdag gaat terug tot 1234; wat was er te koop en wie waren de handelaars? Een impressie hoe het er aan toe ging tussen de twee oorlogen.

Raymond MAT: Figuren uit ons dorp: Mienus Mat (1856-1928)

Een intelligent en speelse jongeman die al vroeg voor zijn kattekwaad met de politie te doen had; hij werd leraar in Laken, moest tijdens de schoolstrijd zijn job opgeven, begon een winkel en werd ten slotte serrist; en zijn nakomelingen.

Roger DEHAEN: Verdwenen lindebomen, voet- en andere paden te Overijse; p.137

Nadat ook “De Kerselaar”, bekende linde in Terlanenveld sneuvelde onder stormgeweld, kijkt de schrijver terug op enkele (verdwenen) lindebomen.

Roger VANDENBORRE: Perikelen rondordehandhaving op de renbaan van Groenendaal; p.141

Verboden drankverkoop, diefstal, illegale bookmakers, vechtpartijen, vernielingen… waren aanleiding voor heel wat briefwisseling tussen hoger en lagere overheden om er wat aan te doen.

Carien WILLAERT: De goede zorgen van de “Mamèrkes” van Overijse; p.153

Het werk en leven van de “Auxiliatrices es Âmes du Purgatoire” uit Parijs in hun noviciaat “Val Maria”, het vroegere kasteeltje van notaris Vandevelde.

33e JAARGANG , nr.x

Dominique GOEDHUYS: De familie Blanpain; p.163

Al aanwezig sinds minstens 1697 in Overijse, begint dit artikel bij stamvader Joannes Blanpain gehuwd met Joanna Smets in 1727, komen verder aan bod: Philibertus senior, Philibertus junior, Guilielmus, Eduardus, Joannes-Baptista, Jan-Frans e.a.

Joop KIMMEL: Hof ten Doenberghe; p.175

Via Godshuizen, Hospice en O.C.M.W. wordt de geschiedenis verteld van het rusthuis Ten Doenberghe.

Erik VAN FROYENHOVEN: De Slag bij Woeringen 5 juni 1288; p185

De erfeniskwestie om het hertogdom Limburg tussen Luik en Aken leidt tot een veldslag bij Woeringen waardoor Limburg uiteindelijk onder de hertog van Brabant komt.

Roger VANDENBORRE: De zaal ‘Raukes’ alias de zaal ‘De Baut’ te Hoeilaart; p.193

Raukes, de Baut, “de zoel van de Bla”, “Salle de Choeurs et d’Harmonie”, dankzij een toneelzaal bloeit het cultureel leven; verer ook nog watover het goed Moonens.

Victor DEWAET: Hoe het Ardennenoffensief ook in Overijse sporen naliet; p.202

31 december 1944 om 23u35: iedereen viert ‘réveillon’ en plots vliegt een Duitse bommenwerper over de streek en laat twee bommen vallen op de Schavei. Serres in puin maar gelukkig geen slachtoffers.

Yvonne GOOSSENS: Op de vlucht in 1940; p.207

WO II is begonnen. Van Overijse naar Brussel – en terug.

Carine WILLAERT: Vroedvrouwen in de kijker: Van coopwijf tot Paulina Vanderperren, gediplomeerde vroedvrouw; p210

Vroedvrouwen in vroegere tijden, van mondelinge opleiding tot de medische wet van 1818, en de eerste gediplomeerde vroedvrouw in Overijse.

33e JAARGANG , nr.x

Carine WILLAERT: Geschiedenis van de straatnamen te Eizer – Overijse; p.1

Oorsprong en betekenis van enkele straatnamen te Eizer.

Piet VAN SAN: Enkele nieuwe gegevens over de grote brand in Overijse in 1489; p.14

De troepen van Maximiliaan van Oostenrijk staken de kerk in brand waarbij een 400-tal burgers omkwamen, stukken uit het aartsbisschoppelijk archief brengen wat meer gegevens hierover, o.m. uit (een kopij van) het Manualenboek van de St.-Martinuskerk vanaf 1469 tot 1497.

Roger BORREMANS: De wereld van renpaarden, bookmakers, jockey’s en stalknechten te Hoeilaart; p.19

Het leven in en rond de stallen in voorbereiding op de wedstrijden.

Dominique GOEDHUYS: Het feest van Eduardus Blanpain; p33

Eduardus was 50 jaar ‘knaap’ van de harmonie en werd uitbundig gevierd.

Michel ERKENS: Een franstalig gedicht neergepend door pastoor Gouffaux (1897; p41

De merkwaardige achtergrond van een gedicht.

Wim ARCKENS: Het Portlandmysterie; p49

Het was René Janssens die in 1992 het raadsel van de tekst op de gedenksteen aan de gemeentelijke basisschool voor het voetlicht bracht, Raymond Denayer zocht naar een verklaring maar vond ze niet. Dankzij het archief van Jozef Depré kregen we zicht op de achtergrond van dit opschrift.

33e JAARGANG , nr.x

Roger DEHAEN: De Tour in de Druivenstreek p.61

Verslag van de vorige doortochten van de Ronde van Frankrijk door de streek.

Roger VANDENBORRE: De wereld van renpaarden; p.67

Vervolg op het artikel in vorig nummer.

Wim ARCKENS: Iscadun; p.85

De Kelten in Overijse, een poging om de komst van de Kelten in de streek te situeren, en wat extra informatie over hun cultuur en gebruiken.

Mark PIETERS: De tentoonstelling van Albert Sohie; p.121

Overzicht van tentoonstellingen tussen 1893 en 1914.

33e JAARGANG , nr.x

Piet VAN SAN: In villa vocante Isca in het jaar 832 p.141

Een proeve tot analyse van de oudst gekende akte met de plaatsnaamaanduiding Isca, het huidige Overijse. Lodewijk de Vrome, Aginulfus, Adelhard van Huise, koninklijke domeinen, Beiers, Leefdaal, Sint Verone…

33e JAARGANG , nr.x

Piet VAN SAN: Davidsfonds Overijse 125 jaar jong! p.207

Geschiedenis van het Davidsfonds in Overijse.

Raymond MAT: De lindeboom van Ruusbroec; p.228

De legende van de brandende lindeboom.

Guy VANDE PUTTE: De nieuwe Congo; p.236

Van Adriaanstraat naar Congo.

Carine WILLAERT: Herinrichting van de pompiersdienst; p.250

De brandweer werd hervormd in 1910.

Jackie VANDEVOORDE: Cyriel de schoenmaker; p.252

Figuren uit ons dorp.

René JANSSENS: Een hongaarse liefde; p.254

Verhaal van een grenzeloze liefde, letterlijk en figuurlijk.

Dominique GOEDHUYS: In de goede maag; p.259

Wat werd er een goeie 100 jaar geleden bij feesten op tafel gezet?

Mark PIETERS: Inspiratiebronen van de jonge Albert Sohie; p.270

De invloed van catalogen op zijn oeuvre.

Wim ARCKENS: Van Overijse tot Drosendorf; p.273

De belegering van Dosendorf is oorzaak van de nederlaag van Ottokar van Bohemen in de veldslag in 1273 in het Marchfeld, de overwinning van Rudolf von Habsburg legt zo de grondslag van het Habsburgse rijk; wat dan weer in 1489 in Overijse oorzaak is van de grote brand.

Mark PIETERS; Een dankbrief aan Ernest Sohie; p.283

Als het goed is mag het ook gezegd worden, echtgenoten van werknemers sturen een dankbrief.

35e JAARGANG , nr.1

35e JAARGANG , nr.2

Dominique GOEDHUYS:  Aan tafel bij Paul Charliers en Alice Van Billoen

Hoe Ren� Janssens het enigma oploste van de locatie van de binnenkoer van deze familie;  p. 71

Michel ERKENS: Een landschap geschilderd door Denijs Van Alsloot te Hoeilaart 

Een zicht op het oude Hoeilaart zoals we het nog nooit
zagen; p.76

Carine WILLAERT: “Voer vrienden ist altyt kermisse” (zei Justus Lipsius)

Alle redenen zijn goed om te feesten en anders vinden
we wel i
ets: Zoals ten tijde van de

Romeinen werd er, tot op heden,voorzien in allerlei volksvermaak dat werd georganiseerd 

door de Kerk, de overheid en een multitude aan genootschappen en verenigingen, meestal 

van vrijwilligers. p.83

35e JAARGANG , nr.3

David SCHEYS: Militaire aanwezigheid in het Zoni�nwoud tijdens de 20e eeuw 

De Belgische munitiedepots van  na 1918 en die van  de
Duitsers vanaf 1940 en de  volledige opruiming na de 

Tweede Wereldoorlog: De ontstaansgeschiedenis van een Belgisch munitiedepot in het Zoni�nwoud

en verhaal over de levensomstandigheden van de er verblijvende soldaten en krijgsgevangenen 

vanaf 1919. De ontploffingen van 1919.   

Het Duitse munitiedepot van Welriekende vanaf 1940 en de andere nabijgelegen munitiedepots 

en militaire installaties.  p.121

35e JAARGANG , nr.4

Guy VANDE PUTTE: Het domein Terrest Deel 1

Wat hoorde vroeger allemaal bij het Hof Terrest: Hoe de gift van de foto van een

landmeterskaart uit 1786, een nieuw licht werpt op de afbakening van het hertogelijk

Zoni�ndomein en het Terrestdomein. p. 185

Raymond MAT: t’ Kapelleke van de Faro

Geschiedenis van een kapel en zijn bouwer: Hoe O.L.V. van Zeven Smarten een Farodrinker

van een gewisse verbrandingsdood redde en een kapel bekwam. p.198

Piet VAN SAN: De geschiedenis van de Vrije Parochiale Bibliotheek van Overijse

Het ontstaan van  de Sint-Vincentius a Paulo bibliotheek in “Den Bouw”, de omvorming

naar  Sint-Martinus bibliotheek en latere overname door de gemeente. p. 210

Alfons VAN ORSHOVEN: Drama op het gemeentehuis

Kloosterzusters als wapen in de dorpspolitiek: Hoe men ondankbare Orangistenaanhangers

bestraft met de sluiting van de katholieke school en revanche neemt. p. 227

Erik VANFROYENHOVEN: De restauratie van een druivenserre

Een oud ambacht komt tot leven in het verslag van een restauratie: Hoe jonge inwijkelingen

zorgen voor de redding van Overijses erfgoed. p. 234

Jubileumnummer

Michel Erkens Kerk en overheid of de conflituele verhoudingen tussen maires en pastoors tijdens de Franse Revolutie en de latere Druivenstreek p.2
Het Franse bestuur, zijn “commissaires” Crabeels, Eggerickx, Van Achter, Everaerts, Poot, Stoefs, Van Horick.
Nog wat namen: Vandertaelen, Mans, De Coninck, Dierckx, Demalandre (de Mallander), Verluyten, Vandenbemden, Dery, Vandenschrieck, Devis, Taymans, Dewaet, Bergiers, Huzé, Meeus, Mackaert, Van Haecht, Verluyten, Pangaert, Terheide, Vandevelde, Corten, Nuewens, de Goes, Van Daele, De Brucq, Chaban,

De klokken van 1812 in Overijse

Raymond Denayer Gaspar Debroux, een geboren Hoeilander die burgemeester van Overijse werd, p.53
die het huidige gemeentehuis aankocht en herstelde, over de belasting “admotiatie op het gemaal”, brandweer, kantons.
Petrus Bernardus Vanderlinden, Debroux, Stevens, Stevenisme, Ballaing, Weemaels, Michiels, Del Ronge, taymans, Desirant, Krewitz, Vandevelde

*Nog beschikbaar.

 

martinus_raam2.jpg 115x87
 

martinus_raam3.jpg 116x83
 

martinus_raam4.jpg 115x89