Speciaal nummer De 20e eeuw, 2x bezetting, 2x bevrijding, dan 50 jaar vrede.
VAN SAN Piet, De familie Charlier uit Eizer op de vlucht in 1940, p.139-145. 40 mensen op de vlucht tot in Zuid-Frankrijk – en terug naar huis in 1940.
VAN SAN Piet, De zusters van Eizer op de vlucht naar Frankrijk in 1940, p.146-155. Op 14 mei 1940 vertrokken 12 zusters uit Eizer en 14 uit Herentals met 100 kinderen richting Frankrijk en kwamen op 31 augustus 1940 terug thuis.
VAN SAN Piet, Enkele vragen over de post te Overijse gedurende 1914-1918, p.156-160. Invloed van de bezetting op de post, postzegels en poststempels.
DENAYER Raymond, Architect Joseph Premont en de grote oorlog, p.161-166. De schrijver gaat op zoek naar de identiteit van architect Premont die het goed Vandevelde verbouwde tot klooster, en hoe dit goed overging in handen van de “Zusters, helpsters van zielen van het vagevuur”.
JANSSENS René, De vluchtelingen uit Halluin en Menen in 1917, p.167-182. Wegens de grote Duitse troepenversterkingen bij Ieper werden Halluin en Menen ontruimd; op 26 en 27 juni komen 1800 vluchtelingen in Overijse terecht en 321 in Hoeilaart. Het verhaal uit het dagboek van mevrouw Ricart begint bij het bevel tot ontruiming op 15 juni 1917 en eindigt op 14 juli 1919, na een terugreis van exact één jaar uit Overijse. Verder nog een aantal verhalen en gegevens van vluchtelingen ondergebracht in Hoeilaart.
HEMELEERS René, Herinnering aan de bevrijding, 53 jaar later, p.167-182. Na 53 jaar zoekt de schrijver Gordon Davy terug op, soldaat van het Royal Corps of Signals waarmee hij tijdens de bevrijding van Overijse bevriend was geraakt.
PETAK Gaston, Een getuigenis over het Duitse hoofdkwartier in volle oorlogsgeweld, p.186-191. Soms duikt een document in de streek op die feiten belicht uit een andere streek, zoals hier de brief ontdekt in de nalatenschap van de hoeilaartse politiecommissaris Lisen en die afkomstig blijkt te zijn uit het Ursulienenklooster van Tildonk, hoofdkwartier van het Duitse opperbevel, en die ook melding geeft van de “conventie van Kontich”, de overgave van Antwerpen.
DENAYER Raymond, Karel Eggerickx, een quasi vergeten gesneuvelde 14-18, p.192-196. Karel Eggerickx werd geloot voor legerdienst waarschijnlijk in 1903 en gemobiliseerd in 1914 en sneuvelde in het “onvernielbaar” fort van Sint-Kathelijne-Waver waarschijnlijk op 2 oktober 1914. Omdat hij toen niet meer in Overijse woonde staat hij niet op het gemeentelijk gedenkteken. Hij verhuisde achtereenvolgens naar Huldenberg, Elsene en Vorst alwaar hij evenmin als gesneuvelde voorkomt (al blijft Vorst nog een onbeantwoorde vraag).
DENAYER Raymond, Een stropersdrama met zeer zware gevolgen in 1916-1917, p.197-204. Het verhaal van Joseph Charlier die tijdens een strooptocht door een Duitse patrouille betrapt wordt, hierbij één soldaat doodschiet en na arrestatie hiervoor terechtgesteld wordt.
JANSSENS René, De lotgevallen van Joseph De Hertogh, p.205-211. Uittreksel uit het dagboek van Joseph De Hertogh over de aftocht naar de Ijzer.
VANDE PUTTE Guy, Van een architect en een beeldhouwer met overijsebindingen: Jules en Marcel Rau, p.212-216. Een levensschets van vader Jules en zoon Marcel Rau.
VERSLUYS Luc, De “Vlucht”, p.217-219. Herinneringen van de vlucht in 1940 zoals een elfjarige ze beleefde.
ERKENS Michel, Het naamfeest van Z.M. Koning Albert, p.220. Tekst uit een schoolboek gedateerd 15 november 1915.
VANDE PUTTE Guy, Het “Voedingscomiteit” van Overijse 1915-1919, p.221-236. Voedselbedeling, gaarkeuken, en alle perikelen rond een rechtvaardige verdeling van de schaarse voedingsmiddelen.